ColumnJamal Ouariachi

De Gewone Nederlander trekt een muurtje op dat de rotte plekken in het landschap aan het oog onttrekt

null Beeld Loek Buter
Beeld Loek Buter

Onlangs circuleerde er op Twitter een ingezonden brief uit de Volkskrant. Een lezeres uit Soesterberg reageerde daarin op een column van Sheila Sitalsing. Die had zich verwonderd over de vraag waarom de toeslagenaffaire niet terug te zien was in kiezersgedrag, zoals bleek uit de recentste peiling van I&O Research.

De Soesterbergse lezeres vond dit niet vreemd. Zij en haar partner verdienden elk een goed salaris, betaalden braaf hun ‘inkomsten-, vermogens- en gemeentelijke belastingen’, en ze hadden ‘nooit toeslagen ontvangen en geen gebruikgemaakt van overheidsinstanties zoals Jeugdzorg’. Zoals veel mensen waren zij ‘over het algemeen best tevreden over onze overheid’.

Kortom: met mij gaat het goed, dus wat een gezeur allemaal. De brief is een prachtig document voor de historici die in de toekomst onze tijd zullen bestuderen. Een indringende schets van een volk verdoofd door welvaart. De Gewone Nederlander (let wel: de vermogensbelasting betalende ‘Gewone’ Nederlander) trekt rond haar geluk een muurtje op dat de rotte plekken in het landschap aan het oog onttrekt.

Een gevaarlijke neiging. Er hoeft maar iets kleins te gebeuren, weet ik veel, er breekt een pandemie uit of zo, en je staat ineens aan de andere kant van die muur. Je had net zo fijn je hypotheek op orde, er lag promotie in het verschiet, je was voor je studerende kinderen al op zoek naar een leuk extra pandje, en ineens sta je op straat. Dat wens je natuurlijk niemand toe, maar allemachtig zeg, soms wens ik het mensen wel degelijk toe. 

Geluidsdicht

Eenmaal buiten de muur, in het barre land van de uitkeringen, schulden, toeslagen en steunmaatregelen, waar een gure, vlijmscherpe wind waait, sta je er alleen voor. Denk niet dat je van je moeder een tas boodschappen mag aannemen. Denk niet dat je gehoord wordt als je bezwaar aantekent tegen de gang van zaken. De muur is geluidsdicht.

En als straks de coronacrisis zo’n beetje ten einde is, volgen de bezuinigingen. Van het eerste kabinet-Rutte weten we, dat juist de mensen aan de verkeerde kant van de muur dan het hardst getroffen zullen worden. De broekriem aanhalen, heet dat dan. Kan best, als je toch geen vet aan de botten hebt.

Ondertussen heeft minister van financiën Wopke Hoekstra al staan rammelen met een fijne zak geld voor commissarissen van staatsbedrijven. Nee, die centen krijgen ze natuurlijk niet meteen, haastte hij zich te zeggen toen de Tweede Kamer kwaad werd. Pas als we ‘ruimschoots in het nieuwe kabinet zullen zitten’. Die jongen komt er wel.

Geef de midden- en toplagen van de samenleving hun opium—hun heilige hypotheekrenteaftrek, hun 5G-internet, hun bonus, hun wintersport— en je hebt er geen kind meer aan. Veilig achter hun muurtje hoor je ze niet klagen over de dealer die hen aan hun middelmatige, wankele geluk helpt.

Jamal Ouariachi is schrijver. Behalve­­ romans en verhalen schrijft hij onder meer recensies en columns. Lees hier eerdere columns van Ouariachi terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden