OpiniePolitieke samenwerking

De geschiedenis leert: een linkse fusie gaat niet ‘van hopsakee’

null Beeld

Alleen als ze samengaan kunnen de linkse partijen weer echt meetellen. Maar de geschiedenis leert dat een fusie een kwestie van lange adem is, schrijft politiek historicus Harm Kaal.

Na de recente verkiezingsnederlaag van links is de discussie over een fusie weer opgelaaid. Alleen samen kunnen de Partij van de Arbeid, GroenLinks en de SP een stevige vuist maken in de Tweede Kamer. Volgens voormalig PvdA-leider Job Cohen is dit vooral een kwestie van een nieuwe naam verzinnen en dan ‘hopsakee’.

Zo gemakkelijk zal het vast niet gaan, al heeft de Nederlandse politiek ruimschoots ervaring. De Kamer zit vol met fusiepartijen, de Partij van de Arbeid is er zelf een voorbeeld van. Ook GroenLinks is een ­fusiepartij, net als de ChristenUnie, het CDA en ook de VVD. Voor de PvdA en GroenLinks geldt bovendien dat zij op lokaal niveau al jarenlang volop samenwerken.

Welke lessen vallen er uit dit verleden te trekken? Vaak wordt in dit verband verwezen naar de serieuze samenwerking op links in de vroege jaren zeventig, tussen PvdA, D66, de PPR en op gezette tijden ook de pacifisten van de PSP. Maar veel ­wijzer worden we hier niet van. De PvdA was toen nog relatief groot en links had de wind nog in de zeilen. Van een fusie kwam het niet: het omarmen van socialistische beginselen was voor het nadrukkelijk anti-ideologische D66 een brug te ver.

Kandidatenlijst

GroenLinks en het CDA dan: deze geslaagde fusies laten zien dat succesvol samengaan een proces van lange adem is. De voorgeschiedenis van GroenLinks (1990) gaat terug tot begin jaren tachtig. Het overleg tussen KVP, ARP en CHU waaruit uiteindelijk officieel in 1980 het CDA ontstond, begon al in 1967. In beide gevallen was een van de mijlpalen onderweg het opstellen van een gemeenschappelijk verkiezingsprogramma. ‘Hechte samenwerking’, zo stelden de confessionele drie aan de vooravond van de verkiezingen van 1972, ‘is in het partijpolitiek versnipperde Nederland een goede zaak’.

Met veertien partijen deed de toenmalige Tweede Kamer nauwelijks voor de huidige onder. Of zo’n ­gemeenschappelijk programma anno 2021 nog steeds werkt, is ­echter maar zeer de vraag. In de ­afgelopen campagne waren de programma’s niet heel zichtbaar. Daar komt nog bij dat in de huidige verkiezingscultuur een gemeenschappelijk program zonder een gemeenschappelijke kandidatenlijst niet goed voorstelbaar is. Een televisie­debat met drie linkse lijsttrekkers die elkaar voortdurend bijvallen, is vragen om problemen.

Oppositie

Kortom: er is een links boegbeeld nodig waaromheen de fusiepartijen zich kunnen scharen. In 1977 vervulde Van Agt – allesbehalve een echte partijman – haast zijns ondanks die rol voor het CDA. Met hun voortdurende aanvallen op de vicepremier en zijn beleid als minister van justitie in het kabinet-Den Uyl droegen de sociaal-democraten ­ongewild bij aan Van Agts profilering als de grootste tegenstrever van Den Uyl. Met Van Agt als lijsttrekker boekte het CDA bij de verkiezingen van dat jaar een mooi resultaat. En de fusiepartij wist de meeste kikkers in de kruiwagen te houden. De meeste, want de geschiedenis laat zien dat het nooit lukt om iedereen tevreden en binnenboord te houden. Rechtzinnige protestanten die niets van samenwerking met de katholieke KVP moesten hebben, verzamelden zich in 1975 in de RPF (inmiddels opgegaan in de ChristenUnie) en ook de communisten die zich niet thuis voelden in GroenLinks richtten een nieuwe partij op (daar is verder weinig meer van vernomen).

Nog een laatste les: in het geval van het CDA ging aan de fusie meer dan een halve eeuw politieke samenwerking vooraf. De confessionele partijen zaten vanaf 1918 haast onafgebroken samen in de regering. Zo’n voorgeschiedenis van goede samenwerking en opgebouwd onderling vertrouwen, ook bij de achterban, hebben de progressieve drie bepaald niet. In plaats van te beginnen met het verzinnen van een nieuwe naam zouden zij er daarom goed aan doen eerst maar eens een krachtige gezamenlijke oppositie te voeren. En dan hopsakee!

Lees ook:

Een linkse fusie kan nooit het enige antwoord zijn

De verkiezingen verliepen dramatisch voor PvdA, SP en GroenLinks. De kiezer is van de linkse partijen vervreemd geraakt.

Het stemgedrag van 2021: de kiezer schuift, maar landt bij de buren

Kiezers lijken alle kanten op te vliegen. Maar ze bewegen vooral binnen het eigen ‘blok’, blijkt uit onderzoek naar het stemgedrag van 2021.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden