Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De geest van democratie is zoek bij de oppositie

Opinie

Hans Goslinga

Nieuwe afbeelding Hans Goslinga, focuspoint helemaal rechts zetten © Trouw
Column

Het woord 'liegen' was in de jaren zeventig nog taboe in de Tweede Kamer. 

Toen de communist Marcus Bakker premier Den Uyl er een keer van beschuldigde te liegen, maande de Kamervoorzitter hem die term terug te nemen en een ander woord te gebruiken. Bakker had weinig tijd nodig: 'De minister-president scharrelt langs de waarheid heen'.

Lees verder na de advertentie

Dat eufemisme maakte het door het beeld van miezerigheid dat het opriep eigenlijk nog erger, maar het punt is dat de Kamervoorzitter de mores in het parlementaire debat nog streng bewaakte. Nu wordt het aan de leden zelf overgelaten een collega die over de schreef gaat tot de orde te roepen.

'Ammehoela'

Daardoor is de grens verlegd. Termen als 'liegen' en 'de boel belazeren', alsook het weer opgang makende 'ammehoela', behoren in politiek Den Haag tot het geaccepteerde woordenarsenaal, zoals iedereen weet die deze week het Kamerdebat over de dividendmemo's heeft gevolgd. Of die tomeloosheid de democratische geest dient, vraag ik me af.

De voorvorige Kamervoorzitter, Gerdi Verbeet, verdedigde ruw en direct taalgebruik met een beroep op artikel 50 van de Grondwet. Daarin staat: de Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk. Dat artikel is in 1814 opgenomen in de Grondwet om uit te drukken dat Nederland een eenheidsstaat was geworden en niet langer een bond van provinciale staten.

Of die tomeloosheid de democratische geest dient, vraag ik me af

Verbeet interpreteerde het in wezen spiegelbeeldig als de uitdrukking van de sociaal-culturele verscheidenheid van het volk. In een democratie moet de straat net zoveel oor krijgen als de bittertafel. Terecht, maar dat levert ondanks de immuniteit die Kamerleden genieten nog geen vrijbrief op de persoonlijke integriteit van de premier met vlijmscherpe termen in de sfeer van leugens en bedrog zo aan mootjes te snijden als woensdag gebeurde.

Dat verdraagt zich slecht met de redelijkheid en proportionaliteit, het vermogen maat te houden in woordkeus en toonhoogte, die tot de geest van de democratie behoren. De Kamer maakt terecht een zwaar punt van de vraag of de regering haar juist, volledig en tijdig informeert. Ook die verplichting staat in de Grondwet en geeft inhoud aan de ministeriële verantwoording aan het parlement. Die verantwoording is het hart van ons stelsel. Dus als het vermoeden rijst van nalatigheid, moet de Kamer als een bok op de haverkist zitten.

Onwaarheid

In dat licht deed het parlement deze week zijn werk, nu het er de schijn van had dat de premier in november onwaarheid had gesproken over het bestaan van memo's over het afschaffen van de dividendbelasting. Maar er brandde ook nogal wat onheilig vuur op het altaar, omdat niet zozeer de kwestie van de staatsrechtelijke zonde centraal stond, maar de geloofwaardigheid, zelfs de persoonlijke integriteit van de premier.

Rutte deed er een dag later in het wekelijkse tv-gesprek luchtig over. Ja, hij had intussen behoorlijk wat krassen opgelopen, maar dat was onontkoombaar als je ruim zeven jaar premier bent in een complex coalitiebestel. Maar een motie van afkeuring van vrijwel de voltallige oppositie is geen beste start van een nieuw kabinet. Al helemaal niet als daaraan een langdurige en moeizame formatie vooraf is gegaan.

Stond het zware geschut in verhouding tot de staats­rech­te­lij­ke zondigheid van Rutte?

De oppositie heeft dus nogal wat verantwoordelijkheid op zich genomen door de premier zo snel na de formatie al zo zwaar te beschadigen. Dat geldt in het bijzonder voor PvdA-fractieleider Asscher, die vier jaar lang in de rol van vicepremier met Rutte heeft samengewerkt en nu al geen vertrouwen meer in de premier heeft. Anders dan voor GroenLinks-aanvoerder Klaver had voor hem de motie van afkeuring het karakter van een motie van wantrouwen.

Een brug te ver

De kernvraag is of het zware geschut van de oppositie in verhouding stond tot de staatsrechtelijke zondigheid van de premier. SGP-voorman Van der Staaij meende van niet. Zijn fractie stemde als enige in het kamp van de oppositie niet voor de motie van afkeuring. Een brug te ver, aldus Van der Staaij.

Voor hem gold als toetssteen de waarheidslievendheid, die niet alleen de regering verplicht ernst te maken met het volledig en juist informeren van de Kamer, maar evenzeer de Kamer verplicht zorgvuldig te zijn in haar oordeel. Hij meende dat terecht een punt is gemaakt van de fouten en nalatigheid van de premier, maar hij achtte niet aangetoond dat Rutte de Kamer opzettelijk heeft misleid. Gevoel of oppervlakkige beeldvorming alleen zijn in zijn ogen onvoldoende om dat oordeel te vellen.

Het lijkt me dat deze motivering in al haar eenvoud de democratische geest aanzienlijk meer dient dan de opgefokte afkeuring van de meeste andere oppositiepartijen. De rechtsdenker Huib Drion schreef dertig jaar terug: 'Verontwaardiging die de teugels van de rede heeft afgeschud, slaat gauw op hol'.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees hier meer artikelen. 

Lees ook: Willem-Alexander houdt zich afzijdig van de macht en is dus minder vatbaar voor kritiek

Nederland is geen land van revolutie, maar van evolutie, al hebben zich onder de dreiging van omwentelingen elders in Europa wel enkele sprongen in de ontwikkeling voorgedaan

Deel dit artikel

Of die tomeloosheid de democratische geest dient, vraag ik me af

Stond het zware geschut in verhouding tot de staats­rech­te­lij­ke zondigheid van Rutte?