CommentaarAanslagen Nice

De Franse overheid moet haar burgers wel beschermen, en aanslag na aanslag is een teken dat ze faalt

De symboliek was niet te missen. Met de moord op drie Fransen in de basiliek van Nice trof een 21-jarige man van Tunesische afkomst de Franse katholieke cultuur in het hart. Twee weken geleden schokte een jonge Tsjetsjeen de Franse samenleving al door een ­leraar te vermoorden die in zijn les Mohammed-cartoons had laten zien. Het zijn pogingen de soms schurende debatten in een multiculturele samenleving met terreur te beslechten.

De Franse overheid reageert fel, en dat is begrijpelijk. De terreur creëert angst en verdeeldheid in de samen­leving. Angst zeker ook bij burgers met een katholieke geloofsovertuiging, en bij leraren, tekenaars en opiniemakers die zich vrij willen uiten, ook op een manier die strenggelovige moslims onwelgevallig is. En ook angst onder veel moslims voor een groeiend antimoslim­sentiment onder Franse medeburgers. Moslimorgani­saties in Frankrijk, en ook in Nederland en Europa, ­hebben de recente aanslagen hard veroordeeld, en ­zeiden te vrezen dat die het leven van hun eigen achterban moeilijker kan maken.

Er is geen eenvoudige oplossing. De Franse president Macron kondigde ­direct na de moord op de leraar harde maatregelen aan tegen organisaties van strenggelovige moslims – boven op de al lopende ­opsporing van radicaliserende groepen en eenlingen door de veiligheidsdiensten. De overheid sloot onder meer een moskee en verbood een organisatie die strijdt tegen ­islamofobie en een radicale interpretatie van de islam voorstaat. De aanslagpleger in Nice was overigens net aangekomen vanuit Italië, en voor zover bekend niet verbonden aan welke Franse organisatie dan ook.

Het is een enorm dilemma voor Frankrijk en ­andere westerse democratieën met substantiële moslimgemeenschappen. Te hard en generiek optreden vervreemdt die gemeenschappen van de overheid en medeburgers, en vermindert de kans dat er vanuit die gemeenschappen op tijd signalen komen van radicalisering van individuen of groepen. Maar diezelfde overheid moet haar bevolking wel beschermen tegen ­radicaal geweld. Ze kan het zich dus niet veroorloven aanslag na aanslag op de vrijheid van godsdienst of de vrijheid van meningsuiting te laten passeren.

Uiteindelijk zullen overheden om dit soort terreur te voorkomen nauw moeten samenwerken, met elkaar en met de moslimgemeenschappen in hun landen. Daar is veel geduld voor nodig. Het is een complexe route, die contrasteert met de harde toon die na dit soort aan­slagen ook nodig is. Een harde toon die duidelijk maakt dat dit soort walgelijk geweld niet thuishoort in een ­democratische samenleving.

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden