Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De EU anti-Amerikaans? Nou breekt mijn klomp

Opinie

Ger Groot

© Trouw
Column

Ik wist niet hoe ik het had, toen ik gisteren de column van Patrick van Schie las. Hoe komt hij erbij dat de EU een anti-Amerikaans project zou zijn?

‘Eurocraten en Eurofielen dromen van een Euronalisme’, schreef mijn collega-columnist Patrick van Schie eerder van de week op deze site. ‘Een saamhorigheidsgevoel op Europese schaal dat mede gebaseerd moet zijn op anti-Amerikanisme’.

Lees verder na de advertentie

Ik moet bekennen dat ik niet wist hoe ik het had. Hoe komt Van Schie erbij dat de EU een anti-Amerikaans project zou zijn? Heeft hij zijn oren misschien iets te veel laten hangen naar de clown in het Witte Huis? Is het hem ontgaan dat Europa zichzelf altijd beschouwd heeft als de beste bondgenoot van Amerika – totdat diezelfde clown daar een tijdbom onder legde?

Van Schies bewijs van Europees anti-Amerikanisme is nogal dun: ‘Wij moeten … immers de handen ineenslaan om een vuist te kunnen maken tegen de Verenigde Staten, of tegen China.’ 

Hij had er rustig Rusland aan kunnen toevoegen, en alle andere opkomende economieën in de Derde Wereld. Die ‘vuist’ is immers vooral een economische kwestie. Zoals de liberaal Van Schie zal weten is de wereld, in de woorden van Michel Houellebecq, een plaats van markt en strijd. Wie zoals de meeste Europese landen te klein is om zichzelf daarin te handhaven, heeft inderdaad geen andere keus dan ‘de handen ineen te slaan.’

Tradities zijn niet per se heilzaam; exclusief man­nen­stem­recht was óók een traditie

Eenheidsworst

Anti-Amerikanisme en welk ander anti- ook komt er pas bij kijken wanneer de economie plaats maakt voor de cultuur, in de breedst mogelijke zin. Daar is het Van Schie dan ook om te doen – al vindt de culturele strijd volgens hem vooral binnen Europa plaats. In haar streven naar Europese eenheidsworst ontkent de EU volgens hem het bestaansrecht van plaatselijke zeden, gewoonten, eigenheden en tradities.

Tot op zekere hoogte is dat juist. De werkzaamheid van de EU schuilt voor het overgrote deel in de richtlijnen, ‘wetten’ en andere voorschriften. Die moeten in een moderne democratie nu eenmaal voor iedereen gelijk moeten zijn. Af en toe komt dat in botsing met lokale praktijken of tradities - vaak met goede redenen, want tradities zijn niet per se heilzaam. Exclusief mannenstemrecht was óók een traditie.

Kan de EU rekening houden met haar diversiteit – die door haarzelf bovendien tot haar sterke punten gerekend wordt? In zijn jongste rapport pleit de WRR daarvoor en helemaal onsympathiek klinkt dat niet. Zelfs Frankrijk, het meest centralistische land van Europa, maakt op de algemeenheid van zijn wetten soms inbreuk, bijvoorbeeld wanneer het in het zuidwesten en zuidoosten van het land het stierengevecht toestaat dat elders verboden is. 

Niet iedereen zal juichen bij zo’n voorbeeld, maar het gaat om het principe.

Schipperen

Nooit mag zo’n concessie echter een ondermijning worden van de kracht van het wettelijk bestel zelf, dat bestaat dankzij zijn algemene gelding. De abstracte idee van wet en staat zoals die met de Verlichtingsidealen van de Franse Revolutie vorm gekregen heeft, botst dus op de Romantische idee van het volk, zoals dat ongeveer tegelijkertijd tot uitdrukking kwam in het nationalisme.

Helemaal zonder bestaansrecht is dat idee niet, al gaat Van Schie er ten onrechte vanuit dat zo’n volksgevoel – anders dan een Europees bewustzijn - een natuurlijk gegeven zou zijn. Bij het ‘authentieke nationale besef’ dat hij ‘ruim voor 1800 in Nederland, Engeland, Frankrijk en tal van andere landen’ meent te kunnen waarnemen zijn nogal wat vraagtekens te plaatsen. In Nederland bleef dat, naar ik vrees, beperkt tot het Calvinistische volksdeel van God-Nederland-en-Oranje. 

En wie naar Frankrijk kijkt, ziet hoe juist de Franse Revolutie en vervolgens Napoleon de grootst mogelijke moeite moeten doen om het tot dan toe versnipperde land aaneen te smeden tot één natie met één taal.

Tussen de universele orde van de wet en de particuliere orde van het nationale gevoel moet de EU schipperen. Ze doet dat intensiever dan haar critici onderkennen, maar zonder frictie gaat het niet. Ook dat is niets nieuws; zelfs het centralistische Frankrijk moest eeuwenlang rekening houden met plaatselijke privileges, wetten en verordeningen. De vorst kon zo absoluut niet zijn, of hij moest die bij zijn joyeuse entrée expliciet onderschrijven. Ook de EU zou daar, tussen ancien régime en Verlichting in, inspiratie bij kunnen vinden. Dan komt het met dat Europese gevoel ook wel goed.

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril. Hier leest u zijn eerdere columns.

Deel dit artikel

Tradities zijn niet per se heilzaam; exclusief man­nen­stem­recht was óók een traditie