Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De epistemologische kant van de klimaatdiscussie

Opinie

Stevo Akkerman

Stevo Akkerman © -
COLUMN

Donderdagavond heb ik de laatste sessie gehad van een cursus filosofie die ik volgde bij mij om de hoek, in een woonhuis genaamd ‘Pakhuis van verlangen’. Als ik hier dus ga beweren dat de discussie rond het klimaat een epistemologisch karakter heeft, en dat ben ik zeker van plan, dan begrijpt u waar dat vandaan komt. Hoe weten wij wat wij weten, dat is de kwestie.

Neem de spijbelende kinderen. Hoogleraar ethiek Ingrid Robeyns zei in Trouw dat kinderen ‘ontwapenend zijn in hun denken, zonder overbodige mitsen en maren’. “Een kind ziet in: als het overduidelijk is dat klimaatverandering een serieus probleem is, dan moeten we doen wat we kunnen om dat tegen te gaan. Vliegtuigen zijn een van de grootste vervuilers, dus die moeten we niet meer gebruiken.”

Lees verder na de advertentie
Maar hoe weet ik dat dat echt nodig is? Heb ik er soms verstand van? Nee

Nu had Robeyns het over achtstegroepers, en de stakers van donderdag waren middelbare scholieren, dus alweer wat ouder. Wat volwassener. Of hypocrieter, zo u wilt. Onderzoeker Bosschaart meldde dat scholieren het klimaatprobleem weliswaar zien, maar er geen consequenties aan verbinden: “Mijn vliegtuigje pakken mensen mij niet af.” Nog steeds ontwapenend, maar nu de andere kant op.

Ik vind dat niet negatief. Het is omdat wij allemaal geneigd zijn het gaspedaal te ver in te drukken dat er snelheidsbeperkingen zijn, en zo hebben we ook klimaatwetten nodig. Wij kennen onszelf, dus maak het vliegen duurder, net als het eten van vlees of welk niet-duurzaam genoegen dan ook.

Expertise

Maar hoe weet ik dat dat echt nodig is? Heb ik er soms verstand van? Nee. Als Thierry Baudet mij zou vragen hoeveel CO2 er in de atmosfeer zit, zoals hij in de Kamer vroeg aan Gert-Jan Segers, dan zou ik het niet weten. “Hebben we het over 100 ppm, 1.000 ppm, 10.000 ppm, 100.000 ppm?”, hoonde Baudet na afloop. “Segers had geen idee. Geen flauw benul. Hij heeft zich totaal niet in de discussie verdiept.” Maar de ChristenUnie-voorman sluit zich aan bij de consensus onder internationale klimaatwetenschappers, dat lijkt me voor een niet-deskundige heel verstandig. Laten we wel wezen: de klimaatscepsis van Baudet (studeerde geschiedenis) en Wilders (deed havo, opleiding Sociale Verzekeringen) is ook niet gebaseerd op expertise. Het is ideologische ijver die hen drijft en ‘klimaat’ is voor hen een sjibbolet geworden, een code om vriend van vijand te onderscheiden.

Met die oudtestamentische term ben ik bij het CDA aangekomen, ook een fenomeen dat de grenzen van ons weten tart. Koos de partij rond het kinderpardon opeens voor een ethische koers, nu doen de lijsttrekkers uit de twaalf provincies het omgekeerde rond het klimaat. In een stuk in De Telegraaf – een krant die al wekenlang campagne voert tegen de ‘klimaatwaanzin’ – pleiten ze voor verlaging van ambities en vertraging van maatregelen: “Stop met dromen en drammen.” Terwijl de nieuwe partijvoorzitter, Rutger Ploum, juist meent dat zijn partij de klimaatdoelen beter moet uitleggen: “Ik vind duurzaamheid een van de belangrijkste dingen.” Het CDA? Een raadsel, een doolhof, een labyrint.  

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt.

Deel dit artikel

Maar hoe weet ik dat dat echt nodig is? Heb ik er soms verstand van? Nee