OpinieOmbudsman

De eigen emoties van de redacteur kunnen het verhaal invoelbaar maken, maar ook hinderen

In een reportage over coronaregels duikt een verslaggeefster van Trouw op als winkelmedewerker. Een frisse aanpak, maar wat zegt dit over het ‘echte’ personeel?

De kwestie

‘Ik doe mijn best, maar binnen tien minuten is het chaos’, staat op 3 oktober op de voorpagina naast een kleine foto van een vrouw met mondkapje en hesje. Eronder is te lezen dat deze uitspraak van een binnenlandredacteur zelf is, die voor een reportage ‘winkelkarretjes aanreikte’. Het is een verwijzing naar pagina 4. Daar beschrijft de redacteur hoe ze een paar uur meeliep met het personeel van een drukke supermarkt in Amsterdam-West.

Ze laat de filiaalmanager vertellen hoe dit personeel de corona-adviezen van het kabinet moet uitvoeren, zoals het desinfecteren van de karretjes. Daar is nu sinds een week het ‘mondkapjes-advies’ bijgekomen. Vanaf de helft van het stuk beschrijft de redacteur hoe ze in het personeelshesje bij de ingang staat. Haar pogingen om iedereen met een schoon karretje naar binnen te laten gaan, falen jammerlijk. Later interviewt ze ook een bezoeker die geen mondkapje draagt. “Dood gaan we toch.” Bij het stuk staat een foto van een klant en een ‘echt’ personeelslid.

De standpunten

In een journalistieke reportage komt de persoon van de journalist zelf zo min mogelijk op de voorgrond. Journalisten schrijven op wat ze waarnemen, en wat anderen zeggen of doen. In de redactievergadering is er achteraf discussie of deze vorm geschikt was. Liep de instructie van de supermarktbezoekers niet uit op chaos omdat de redacteur niet aan dit werk gewend is? Sommigen vinden deze mengvorm – eerst een interview, daarna een reportage met de persoonlijke ervaring – onduidelijk. En moet de krant dit niet alleen doen als het niet anders kan? In de lezersreacties is die kritiek niet te horen.

De vertrouwde reportagevorm met de journalist enkel als observator was al een paar keer uitgevoerd, zegt de binnenlandredacteur. “Tijdens een brainstorm op de ochtendvergadering van de binnenlandredactie waren we het erover eens dat het best eens op een andere manier mocht.” Ze stelde zelf deze aanpak voor. “Je bent behalve journalist ook bezoeker van de supermarkt, ik had al een paar keer gezien hoe lastig personeel het er had.” Ze had naast een echte medewerker kunnen staan, zegt ze. “Maar op deze manier kon ik heel direct, vanuit mijn eigen persoon, opschrijven wat er gebeurt als je daar staat, en wat de emoties kunnen zijn. Ik denk dat je de lezer zo meer het verhaal intrekt.”

Omdat dit verhaal vooraan in de nieuwskrant stond, leek het de redacteur ongepast om er een uitsluitend persoonlijk verhaal van te maken. “Dat verwacht je toch eerder in een achtergrondverhaal in de bijlage. En ik wilde dat het personeel en de klanten uit de supermarkt ook aan bod kwamen.” Ze stelt dat deze vorm, zeker in een nieuwsverhaal, een uitzondering moet blijven. De klant die ze citeert, heeft ze overigens benaderd als journalist, niet in haar rol van medewerker.

Oordeel

De belangrijkste vraag is of de persoon van de journalist hier hinderlijk tussen de lezer en het onderwerp is komen te staan. Dat valt mee omdat de persoonlijke ervaring hier functioneel is ingezet. De scène waarin de redacteur beschrijft hoe haar werk met karretjes en mondkapjes uit de hand loopt, is overtuigend. Zoals de filiaalchef beschrijft, is het ook voor ervaren personeel een zware opgave om de maatregelen te handhaven. Of medewerkers het echt ervaren zoals de redacteur als ‘beginner’, wordt in deze scène niet in beeld gebracht. Dat is een nadeel van deze vorm, de medewerkers staan enigszins achter de persoon van de verslaggever. Blijf er daarom terughoudend mee.

Het is een leuk idee om de lezer na klassieke coronareportages op een andere manier bij het verhaal te betrekken. De redactie zou wel moeten doordenken of ze dit effect ook kan bereiken zonder de redacteur op de voorgrond. Een stuk in de vorm als ‘vijf dilemma’s voor de supermarktmedewerker’. Twee portretten van medewerkers, zoals deze week vanuit een verpleeghuis. Wellicht toch de klassieke reportage, zo opgeschreven dat de lezer ook de problemen kan invoelen.

Nadat de redacteur met instemming van de redactie deze vorm koos, was het logisch dat ze haar eigen ervaringen aanvulde met interviews met klanten en personeel. Het zou vreemd hebben gestaan wanneer het op deze plek, in de nieuwskrant, enkel om de redacteur zou hebben gedraaid. Dan was de persoon van de journalist pas echt hinderlijk tussen de lezer en het onderwerp in komen te staan.

Edwin Kreulen schrijft wekelijks een column als ombudsman van Trouw. Eerdere afleveringen vindt u hier. Wilt u hem een kwestie voorleggen? Mail dan naar ombudsman@trouw.nl.

Lees ook:

Wie over eigen kinderen schrijft, is een gewaarschuwd auteur

Kan een columnist of redacteur van Trouw frank en vrij over eigen kinderen schrijven en wie draagt journalistiek-ethisch en opvoedkundig hiervoor verantwoordelijkheid?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden