Opinie Levenseinde

De economische wet dat het aanbod de vraag creëert, geldt ook op de markt van het levenseinde

De discussie over levenseinde is zo complex dat talmen de meest geëigende reactie is op de roep om euthanasie als stervensmogelijkheid te gaan aanbieden, zegt predikant Annemarieke van der Woude, verbonden aan de Remonstrantse Gemeente Oosterbeek en auteur van ‘Als de dood’.   

Het boek ‘Beginnen over het einde’ van journalist, schrijver en parkinsonpatiënt Henk Blanken (geïnterviewd in de Verdieping, 29 oktober) is een liefdevol verslag van een worsteling. Enerzijds is er zijn aftakelende lichaam, dat onherroepelijk wijst naar de dood. Anderzijds zijn er zijn geliefden, met wie hij zo lang mogelijk samen wil blijven. Blanken wil ‘op tijd’ sterven. Hij pleit voor een ‘achterblijversclausule’, die naasten de ruimte biedt tegen de arts te kunnen zeggen dat het moment voor euthanasie is aangebroken. Een moment dat patiënten als Blanken door gevorderde dementie zelf niet meer kunnen bepalen.

Zijn voorstel is mij sympathiek, maar ik blijf zitten met de vraag wat dat is: ‘op tijd’ sterven. Het veronderstelt een kloof tussen biologie en bio­grafie. Het lichaam houdt er nog niet mee op terwijl achter het levensverhaal al een punt is gezet. Euthanasie is een manier om het einde van de biografie en de biologie te laten samenvallen.

Mij schieten gesprekken met nabestaanden van verpleeghuisbewoners te binnen, waarin ze vertelden dat ze juist dat slothoofdstuk niet hadden willen missen. Kun je dan zeggen dat hun dierbare ‘te laat’ is gegaan? Of juist ‘op tijd’?

Méér dan alleen euthanasie

Onlangs was ik te gast bij een zorggroep om te spreken over het levenseinde. ‘Wanneer begin je erover met cliënten?’, was een belangrijke vraag. Niet iedereen is een prater, sommige mensen kletsen over van alles, behalve over de naderende dood en er zijn cliënten bij wie de signalen over de behoefte aan een gesprek nauwelijks zijn waar te nemen. ‘Wanneer begin je over euthanasie?’, verzuchtte iemand uit de zaal nog eens. En als door een wesp gestoken reageerde een van de artsen: ‘Euthanasie moet je niet aanbieden. Praten over het naderende einde is heel goed. En het is goed om te praten over wat ik als dokter voor iemand kan betekenen. Dat is veel méér dan alleen euthanasie.’ Ze is niet principieel tegen, maar verzet zich tegen de wijdverbreide gedachte dat euthanasie de enige manier zou zijn om rustig te kunnen sterven.

Bij de begrotingsbehandeling van Volksgezondheid, eind vorige maand, klonk een ander geluid. Kamerleden van VVD en D66 dienden een motie in waarin ze minister Hugo de Jonge oproepen om voor de zomer van 2020 een plan te hebben voor het verbeteren van de communicatie tussen huisarts en patiënt over euthanasie. Als handreiking wijzen de Kamerleden op gespreksmodellen die zijn ontwikkeld door het Expertisecentrum Euthanasie (voorheen: Levenseindekliniek).

Keuzestress

Nu is lobbywerk op het Binnenhof geen onbekend verschijnsel, maar het verbaast me dat het expertisecentrum, dat zich toelegt op het mogelijk maken van euthanasie bij patiënten met een complex ziektebeeld (dementie, psychiatrie, of een opeenstapeling van ouderdomsklachten), via deze route stem krijgt in de politieke arena. De motie is een pleidooi om in de spreekkamer euthanasie aan de orde te stellen.

‘Mijn dood is niet van mij’, zegt Henk Blanken, ‘hij is ook van mijn geliefden.’ Ik voeg toe: mijn dood is ook van de samenleving. De economische wet dat het aanbod de vraag creëert, geldt ook op de markt van het levenseinde. Ernstig zieke, zorgbehoeftige mensen zullen zich, bij een normalisering van sterven door euthanasie, genoodzaakt voelen om een verzoek tot levensbeëindiging minstens als optie te overwegen. De grens tussen keuzevrijheid en keuzestress kan dan vaag zijn.

Het stoort de indieners van de motie dat de minister ‘talmt’ met het zetten van concrete stappen. Maar ik denk dat in een discussie die zo complex is, talmen de meest geëigende reactie is op de roep om euthanasie actief als stervensmogelijkheid te gaan aanbieden.

Lees ook:

‘Geef naasten een grotere stem in euthanasie’

Hoe ga je op tijd dood? Geef naasten een grotere stem in euthanasie bij dementie, stelt Henk Blanken voor in zijn nieuwe boek ‘Beginnen over het einde’.

Mag bij euthanasie op een ernstig dement persoon meewegen wat diegene vroeger kon?

In de Rode Hoed in Amsterdam woonde ik een bijeenkomst bij over hoe je je moet verhouden tot je dokter in de laatste levensfase. De presentatrice van de avond kondigde aan dat we het nou eens een keer niet over euthanasie gingen hebben. Maar de eerste dokter begon meteen met een pleidooi voor meer begrip voor de arts die euthanasie moet verrichten.

Het goede nieuws over dementie: niet alles gaat verloren

Huub Buijssen herschreef zijn eigen handboek voor familie van mensen met dementie. Het geheugen verdwijnt, maar veel anders blijft behouden, stelt hij. ‘Het is niet allemaal kommer en kwel, je kunt er samen wat van maken.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden