Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De dood zou hem verraden

Opinie

Stevo Akkerman

Stevo Akkerman © Trouw
Column

Ik had de foto’s van een gehavende en inmiddels gestorven dichter nog op mijn netvlies, toen ik maandagochtend een gesprek had met een ­andere dichter, die er als gevolg van lymfeklierkanker ook al bijna niet meer was geweest.

Frank Starik was de dode dichter; zaterdag stond een voorpublicatie van zijn jongste en laatste boek in Letter & Geest, met die foto’s waarnaar ik niet wilde kijken. En toch moest. Christian Wiman was de ­levende dichter, het interview met hem treft u ­aanstaande zaterdag in deze krant.

Lees verder na de advertentie

Wiman, ooit hoofdredacteur van het Amerikaanse blad Poetry, was in Nederland vanwege de verschijning van zijn nieuwe boek ‘Radicaal Licht’, in een vertaling van Willem Jan Otten. Het is een ernstig boek, natuurlijk is het dat. Wat wil je met een ondertitel als ‘De kunst van geloven, geloof in kunst’. Maar het is ook een sprankelend boek en er staan heerlijke anekdotes in over het literaire leven in de VS. Over dichteres Mary Oliver bijvoorbeeld, die op weg naar een voordracht een dode duif oppakt van de stoep, het beest in haar jaszak stopt, en zo even later het podium betreedt.

Vermist

Wat mij echter het meest trof, naast de beschouwende diepte, was het onheil dat steeds weer de kop opsteekt. Er kan geen naam vallen of de betrokkene is ernstig ziek, en anders wel zijn of haar partner, er wordt veel gestorven en er is zelfs sprake van een dichter die zomaar van de aardbodem verdwijnt. Wiman stuurde deze onstuimige Craig Arnold een mail om hem te ­bedanken voor zijn gedicht ­‘Meditatie over een grapefruit’, maar kreeg – heel ongebruikelijk – geen antwoord. Later bleek dat ­Arnold precies op die dag ­vermist was geraakt op een afgelegen eiland; hij zou nooit teruggevonden worden.

De eenzaamheid van berichten die op tijd worden verzonden en toch te laat aankomen

En daar dook een herinnering aan Starik op. Of liever gezegd aan zijn onverhoeds overlijden en een onbeantwoorde mail, afkomstig van schrijver L.H. Wiener. Wiener schreef erover in de Volkskrant: hij had Starik op 15 maart 2018 getroffen in het Amsterdamse café De Engelse Reet en stuurde op 16 maart, aan het einde van de middag, een mail om te zeggen dat hij hem voortaan wenste te beschouwen als ‘een bevriende mogendheid’. Maar toen was ­Starik al dood.

Ja, de eenzaamheid van berichten die op tijd worden verzonden en toch te laat aankomen. Hoe vinden ze ooit rust?

Verraad

Starik had een jaar voor zijn dood ook al een hartaanval gehad, de foto’s bij het Letter & Geest-stuk, genomen door zijn geliefde, toonden hem op het ziekbed van die dagen. Het was onmogelijk ze te ­bekijken. En onmogelijk het niet te doen. Misschien ook omdat ik hem eens had ontmoet, en vreselijk met hem had gelachen, buiten rokend bij een borrel, staande naast een Citroën deux chevaux waar gras uit groeide.

‘Ik was altijd zo goed met de dood’, schreef Starik, pleitend voor zichzelf, hopend op ‘een aandachtig sterfbed’. Maar de dood zou hem verraden. De dood slokt mensen op, rukt ze weg, breekt ze af. Hij is geen vriend.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt.

Lees ook:

Dichter Frank Starik (1958-2018) mijmerde over zijn naderende dood: Ik wil per se niet ongemerkt wegglippen

In ‘Klaar’ mijmerde Frank Starik over de dood - die hem op 16 maart 2018 zou treffen. Een voorpublicatie.

Deel dit artikel

De eenzaamheid van berichten die op tijd worden verzonden en toch te laat aankomen