Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

De diversiteit binnen de schaatswereld is nihil

Opinie

Sylvain Ephimenco

Sylvain Ephimenco © Trouw
Column

De volgende vraag werd vroeger in HP/De Tijd bijna systematisch aan een geïnterviewde gesteld: wanneer heeft u voor het laatst gehuild? Ik zou hier nu niet lang over hoeven na te denken: iedere ochtend bij een nieuwe Nederlandse gouden schaatsmedaille.

Ik besef natuurlijk hoe prozaïsch en zelfs stuitend mijn ‘coming out’ kan overkomen. Een traantje hoor je pas bij een dramatische gebeurtenis weg te pinken. Maar ik kan er niets aan veranderen: de vreugde-uitbarsting van de jongens en meisjes in die strakke pakken raakt, met kracht 9 op de schaal van Richter, het epicentrum van mijn ziel. Je hebt natuurlijk ook speciale gevallen. Afgelopen maandag, bijvoorbeeld, klonk mijn gesnik twee keer zo hard na de finish van de 1500 meter. Ik had de race van Ireen Wüst intens beleefd. En stierf duizend doden en at een paar kilo’s nagelmateriaal tijdens het lange wachten op de laatste concurrenten. Toen dat gezicht van Ireen eindelijk de handen verliet waarin het zich had begraven en haar benen de lucht ingingen om zich om de heupen van haar trainer te sluiten, hield ik het niet meer droog.

Lees verder na de advertentie
Hoe meer ik er over nadenk, hoe meer ik besef dat schaatsen ook een duivels instrument van uitsluiting kan zijn

In mijn eerste Nederlandse jaren had ik weinig op met die rare autochtonen die in de winter hele dagen voor de tv sleten terwijl ze iets in hun kranten krabbelden. Maar dankzij de prestaties van Hilbert van der Duim kreeg ik snel het schaatsvirus te pakken. In de jaren tachtig beleefde ik als journalist zelfs twee keer de hoogmis van deze sport in Leeuwaarden. Zelf kwam ik als allochtoon op ijzers helaas niet verder dan talrijke valpartijen en een keer een nat pak. Waarschijnlijk is de schaatsomgeving een belangrijke oorzaak van mijn labiele traanbuizen. Al die vrolijke oranje tribunes waar het wij-gevoel golft en vorm geeft aan de nationale identiteit! Of die enthousiaste koning Alex, zwaaiend, schreeuwend, glunderend, met dit massieve mannenlichaam waarin een kinderziel huist!

Blonde haardozen

Maar nu ik deze zinnen heb geschreven, slaat de twijfel vreselijk toe. De tijden veranderen en praten over wij-gevoel of nationale eigenheid kan even fout overkomen als aan de joods-christelijke beschaving refereren. Wie wij-voelt sluit die ‘zij’ dan niet uit? Als ik goed oplet zie ik bijna alleen blonde haardozen boven die schaatspakken. Potverdorie, het kan nog erger: de samenstelling van het publiek op die tribunen is in deze tijden beperkt houdbaar. Dat wil zeggen verdacht blank, pardon wit. Hoe meer ik kijk hoe minder hoofddoekjes of medeburgers met een kleurtje ik langs de baan ontwaar. Hier is de diversiteit nihil. Je kunt ook die jongens en meisjes of hun ouders die oorspronkelijk uit warme zandstreken en tropische oorden komen, niet verwijten dat ze geen hartkloppingen krijgen voor een sport die alsmaar rondjes op een bevroren ondergrond draait. Hoe meer ik er over nadenk, hoe meer ik besef dat schaatsen ook een duivels instrument van uitsluiting kan zijn. Misschien is de tijd aangebroken om naast de Coentunnel, Witte de Withstraat, Zwarte Piet, de negerzoenen, dikke lippen en Michiel de Ruyter ook het schaatsen af te schaffen.

Lees hier meer columns van Sylvain Ephimenco


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

Hoe meer ik er over nadenk, hoe meer ik besef dat schaatsen ook een duivels instrument van uitsluiting kan zijn