OpinieAsielbeleid

De dictatuur van de barmhartigheid

Vrijblijvendheid is troef bij degenen die voor steun aan vluchtelingen pleiten, stelt schrijfster Marente de Moor vast. En kritische vragen over hulp mogen niet.

Hoera: dankzij corona staat ‘La Peste’ (1947) weer in de Europese bestsellerslijsten. Camus beschrijft hoe de inwoners van Oran, een stad in quarantaine tijdens een epidemie, braaf de bioscoop blijven bezoeken, ook al draait daar steeds dezelfde film. Wat benauwd op de tiende rij van de Stadsschouwburg moest ik daaraan denken. Het Boekenbal ging dit jaar over dwarsdenkers en rebellen. Het voorprogramma presenteerde beelden van provo’s en krakers, optredens van Extinction Rebellion en Arjen Lubach die de vaderlandse geschiedenis samenvatte in een rant over slavernij. Het applaus was oorverdovend, alsof op het podium een ongehoord rebels geluid had geklonken. Alsof in het huidige maatschappelijke debat het berouw-volle, nostalgisch-linkse en klimaatbezorgde gedachtengoed ook maar een strobreed in de weg wordt gelegd.

Zo klonk het ‘bal der rebellie’, in een stad die niet als Oran met de rug naar zee lag maar die zich juist bediende van ideeën van ver over die oceaan, over wat identiteit en inclusiviteit vermag. Een stad waar culturele instellingen graag luisterden naar een groeiend leger verongelijkten. Buiten woedde de epidemie, maar rebellen beten op hun lip, want een onvertogen woord was zo ontsnapt, met of zonder mondkapje.

Verderop kroop de voorzitter van de Pride Amsterdam door het stof. Frits Huffnagel was op een landmijn gelopen die open in het debatveld lag, door vraagtekens te zetten bij de grenzeloze barmhartigheid in de vluchtelingen­crisis. Ooit mocht je constateren dat een rechtvaardig asielbeleid niet bestaat. In de jaren negentig waren oorlogsmisdadigers onder Rwandese en Afghaanse asielzoekers onderwerp van open debat. Maar sinds de vluchtelingencrisis rust er een taboe op het besef dat je in de nasleep van een oorlog het risico loopt behalve slachtoffers ook daders te herbergen. Judith Sargentini, vicevoorzitter voor een EU-commissie die terrorisme onderzocht, vond het ‘hysterisch’ om te denken dat zich onder de vluchtelingen IS-aanhangers bevonden.

Het woordje ‘misschien’

Wat had Huffnagel gezegd? ‘Wij zien een kind en denken dan ‘o, wat zielig’, terwijl, we zien niet die vader die daarachter staat die misschien oorlogsmisdaden heeft gepleegd.’

Het woordje ‘misschien’, dat slechts op de mogelijkheid van oorlogsmisdaden wees, hielp hem net zo min als zijn haastige excuses. Hij moest weg, van het COC en 96 organisaties met luidruchtige namen als ‘Pink Terrorists’ en ‘Pisswife’. In hun vocabulaire past geen ‘misschien’.

De vluchteling is het voorwerp van hun barmhartigheid; die mag niet bevraagd worden. Wie dat wel doet wordt gesommeerd het veld te ruimen, maar niet voordat de eisers een podium vinden om op te stijgen in een wolk van morele verontwaardiging. Een populair middel daarvoor is de Open Brief: ooit een uitnodiging tot dialoog, nu een schandpaal op advertentieruimte die zich meestal snel terugbetaalt.

Het debat dreigt zo uiteen te vallen in meningen die wel moeten leiden tot daden van boetedoening en meningen waar helemaal niet naar gehandeld hoeft te worden. Zo verstrekkend de gevolgen waren voor het bestuur van de Pride, zo veilig de positie van hun aanklagers, verschanst achter een berg van handtekeningen.

Een roep om rede is hachelijker dan een schreeuw om gevoel. Iedere Bekende Nederlander kan winst boeken met een appèl op erbarmen, zonder daden bij die woorden te voegen. Niemand verweet de actrice Hanna Verboom in 2015 dat er niks terechtkwam van de plannen om haar zolder te verbouwen voor vluchtelingen.

Bij de barmhartigheid gaat het niet om de daden, maar om het uitspreken ervan – in haar geval voor het miljoenenpubliek van DWDD.

Aparte zolder

Willen de activisten het object van hun barmhartigheid wel leren kennen? In de jaren negentig hielp ik wel eens illegalen en vluchtelingen, uit de Balkan en de voormalige Sovjet-Unie. Zonder aparte zolder zat ik niet echt verlegen om die gasten, maar telkens als ik voor mijn studie uit Rusland naar Amsterdam terugkeerde, wisten ze mijn deurbel te vinden. Zo’n reputatie als gastvrouw, steunpunt, tolk en brievenschrijver krijg je nogal snel in de Russisch-sprekende diaspora. Wat zo’n krappe situatie (55 vierkante meter) leert is dat medelijden niet perse rechtvaardig is, dat nood een vluchteling niet belet een klootzak te zijn (het zijn net mensen!) en dat je van beroepsactivisten geen steun hoeft te verwachten: krakersbolwerk Vrankrijk wees ons steevast de deur. Geen eer aan te behalen.

Nee, beter blijft de vluchteling anoniem. Zoals de Russische boer na 1917 niet werd gehoord door de intellectueel die hem tot proletariër wilde verheffen, zo is de vluchteling slechts een gebogen rug waarover de activisten van het COC hun gewenste effect kunnen sorteren: het verdelen van de samenleving in hartelozen en zij die het hart op de door hen aangewezen plek hebben zitten. Barmhartigheid als splijtzwam.

Huffnagel maakte de fout het sentiment te bevragen waaraan in ieder geval deze 96 organisaties hun bestaansrecht ontlenen. Niet zijn verdachtmaking aan het adres van de vluchteling, maar die aan het adres van de barmhartige kostte hem de kop.

“Er komt altijd een moment in de geschiedenis waarop degene die durft te zeggen dat twee plus twee vier is, met de dood wordt bestraft”, schreef Camus in De Pest. “En de vraag is niet wat de beloning of straf is voor die gedachtengang, de vraag is of twee plus twee al dan niet vier is.”

Door de eeuwen heen hadden plagen een zuiverende werking op wie het denken in een machtsgreep hield: de pest van Justinianus sloeg de bijl aan het Romeinse rijk, de Zwarte Dood stelde de geloofwaardigheid van de kerk op de proef, zo de weg plaveiend voor de Reformatie.

Huffnagel had niet moeten opstappen, hoe fel de scheldtirades ook klonken. Hij had moeten blijven zitten, tegen alle dogma’s in, terwijl buiten de epidemie woedde.

Lees ook:

Vluchtelingenorganisaties: ‘Nederlandse gemeenten moeten migrantenkinderen uit Griekse kampen opvangen’

Vluchtelingenorganisaties willen dat Nederland vijfhonderd kinderen van de Griekse eilanden opneemt. Het enthousiasme is nog niet groot.

Hoe het migratiebeleid ombuigt van afschrikking naar solidariteit: ‘We zijn mensen, geen beesten’

De migratiecrisis van 2015 heeft het Europese migratiebeleid rigoureus veranderd. Afschrikking is sindsdien het motto. Voorzichtig begint een tegenreactie vorm te krijgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden