OPINIE

De dialoog aangaan met Venezuela is beter dan een interventie

Een ondervoede baby in een ziekenhuis in Maracay, Venezuela. In het land is er een ernstig tekort aan ­voedsel en medicijnen. Beeld AFP

Nederland moet zich verre houden van regime-change in Venezuela, aldus Bastiaan van Apeldoorn, hoogleraar mondiale politieke economie en geopolitiek aan de Vrije Universiteit en lid van de Eerste Kamer voor de SP.

De ontwikkelingen volgen elkaar snel op in Vene­zuela terwijl de sociale, economische en politieke crisis in het land zich verdiept. De regering in Caracas weigert een konvooi met Amerikaanse hulpgoederen toe te laten. De VN waarschuwden terecht voor het misbruiken van humanitaire hulp als politiek instrument. Dat geldt dan ook voor de Amerikanen die op deze manier de druk steeds verder opvoeren. Onlangs herhaalde president Trump dat militair ingrijpen voor hem een optie is.

Volgens het VN Handvest, een hoeksteen van het volkenrecht, is ook het dreigen met geweld tegen een soevereine staat verboden. In plaats van hier meteen krachtig afstand van te nemen, volgde de Nederlandse regering begin vorige week Washington juist door, samen met een aantal andere EU-landen, de zelfbenoemde president Juan Guia­dó te erkennen. Ook inmenging in binnenlandse aangelegenheden is volgens hetzelfde Handvest een schending van het internationale recht. Het afkondigen van een ultimatum aan het tot dan toe erkende en effectieve gezag van een land, en na het verstrijken daarvan overgaan tot erkenning van een oppositieleider als staatshoofd, verhoudt zich slecht met dat fundamentele principe van non-interventie.

Niemand ontkent dat Venezuela naar een economische en sociale afgrond is afgegleden, en dat president Maduro en zijn regering hier een grote verantwoordelijkheid voor dragen. Naast de uitzichtloze economische situatie worden ook de mensenrechten in het Latijns-Amerikaanse land massaal geschonden. Maduro’s beleid en mensenrechtenschendingen veroordelen is echter iets anders dan de Amerikaanse interventiepolitiek steunen.

Al onder Obama

Deze politiek dateert van voor Trump. In 2015 vaardigde Obama een presidentieel decreet uit waarin Venezuela werd aangemerkt als ‘buitengewone bedreiging voor de nationale veiligheid’, op basis waarvan sancties werden ingesteld. Sancties die onder Trump steeds verder aangescherpt zijn, met steeds duidelijker ‘regime change’ als het uiteindelijke doel. De door het economische wanbeleid van Maduro ontstane tekorten aan voedsel en medicijnen zijn door de sancties alleen maar verder opgelopen en hebben de economie verder afgeknepen.

Op welke manier het militair nietige Venezuela precies een dreiging vormde voor ’s werelds enige militaire supermacht, is nooit duidelijk geworden. Vermoed kan worden dat het ook onder Obama al niet ging om de veiligheid van de VS, maar om het veiligstellen van Amerika’s economische en machtspolitieke belangen. Dit past uiteraard in een lange traditie. Al sinds de Monroe-doctrine van 1823 zien de VS Latijns-Amerika als hun achtertuin, waar ze naar believen kunnen ingrijpen.

Later werd die doctrine ook op een groot deel van rest van de wereld van toepassing verklaard, zie Irak. Alhoewel Amerika’s hegemonie rap afbrokkelt en Trump ook geen zin meer heeft in het leiderschap dat daarbij hoort, zijn in het geval van Venezuela kennelijk de oude reflexen nog steeds aanwezig, onder aanvoering van veiligheidsadviseur John Bolton en Trumps gezant Elliott Abrams – beiden voorheen haviken van de regering-Bush. Dat heeft, zeker in het geval van Trump, zeer weinig met democratie te maken en des te meer met het feit dat Venezuela het land is met de grootste olievoorraad ter wereld.

De foute motieven van de Amerikanen leiden natuurlijk niet tot de conclusie dat Maduro dus onze steun verdient. Maar het wijst ons wel op de gevaren van meegaan in Amerikaanse interventionisme, gevaren die ons toch in de geschiedenis van Chili tot Irak vaak genoeg gebleken zouden moeten zijn.

Militaire bijstand

Minister Stef Blok heeft gezegd een ­militaire interventie nu niet voor de hand te vinden liggen. Dat is dus iets heel anders is dan een dergelijk ingrijpen categorisch af te wijzen, terwijl het erkennen van Guiadó na het verstrijken van een ultimatum het gevaar van een militaire interventie wel dichterbij brengt.

Want wat als de nu ook voor Nederland wettige president van Venezuela vraagt om militaire bijstand? Wordt dan een militair ingrijpen ineens gelegitimeerd omdat het op verzoek is van het erkende gezag, al ligt het feitelijk gezag ook volgens de Nederlandse ­regering nog steeds bij Maduro? En zou Nederland het dan mogelijk wel steunen?

Dan maak je er niet alleen volkenrechtelijk een potje van maar breng je bovenal de Venezolanen, die bij grote meerderheid een militaire interventie afwijzen, alleen maar van de regen in de drup. Dan dreigt er een burgeroorlog in het diep gepolariseerde land.

Geen voorwaarden

Beter dan mee te gaan in een gevaarlijke interventiepolitiek is het uit te gaan van het internationale recht dat Nederland altijd hoog in het vaandel claimt te voeren en van daaruit alle middelen van de internationale diplomatie in te zetten. In tegenstelling tot het EU-­initiatief van de Internationale Contact Group, waar Nederland deel van uitmaakt, zou die diplomatie gericht moeten zijn op een dialoog tussen alle partijen. En dan zonder voorwaarden vooraf, zoals eerder voorgesteld door Mexico en Uruguay.

Door het stellen van een ultimatum en het erkennen van Guiadó heeft ook Nederland de kans om bij te dragen aan een dergelijke bemiddeling laten lopen, en is een vreedzame oplossing voor Venezuela alleen nog maar verder uit het zicht geraakt.

Lees ook:

Het bastion van de revolutie blijft Maduro steunen: ‘Ik ben heel bang dat Trump een barbaarse oorlog begint’

De Venezolaanse autocraat Nicolás Maduro ligt onder vuur. Massaal gaan de Venezolanen de straat op om zijn vertrek te eisen. Toch kan hij nog rekenen op de steun van naar schatting een vijfde deel van de bevolking. Een van de Maduro-aanhangers is buurtleider Yoel Capriles.

Nederland erkent Guaidó als leider van Venezuela na verlopen ultimatum

De druk op Nicolás Maduro om af te treden als president neemt toe. Zestien Europese landen erkennen nu zijn rivaal Juan Guaidó.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden