OpinieJeugdzorg

De crisis in de ggz zit dieper dan geld

null Beeld
Beeld

Concreet rendement mag nooit het uitgangspunt zijn in de ggz. Daarvoor zijn psychische problemen vaak veel te complex, stelt psychotherapeut en klinisch psycholoog Wouter Ströer.

Het is nauwelijks een verrassing, maar de afgelopen weken stonden de kranten opnieuw bol van de noodsignalen uit het sociale domein in Nederland. De door de rijksoverheid ingezette decentralisaties brengen gemeenten in grote financiële problemen: 80 procent kampt met een begrotingstekort, vooral door toenemende uitgaven in het sociale domein.

Dat patiënten hier de dupe zijn, maak ik als psychotherapeut in de jeugd-ggz dagelijks mee. Het aantal aanmeldingen stijgt enorm en de wachtlijst wordt steeds langer. Op nationaal niveau is het aantal crisismeldingen ongekend gestegen, met 30 tot 60 procent in 2020.

Het is dan ook frustrerend om te zien dat minister van financiën Hoekstra vorige maand voorlopig weigerde de jeugdzorg extra te ondersteunen. Volgens staatssecretaris van volksgezondheid Blokhuis, woordvoerder van het kabinet, zou het ‘niet chic’ zijn om rond de verkiezingen veel geld uit te geven. Een verklaring die natuurlijk niet te rijmen valt met de miljardensteun voor onderwijs en bedrijfsleven.

Maar naast de verontwaardiging over uitblijvende steun, stel ik vast dat de problemen in de jeugdzorg verder gaan dan geldgebrek.

Toen de rijksoverheid in 2015 begon met decentraliseren in het sociale domein, gebeurde dat onder het mom van maatwerk en efficiëntie. Door de uitvoeringsverantwoordelijkheid bij gemeenten te leggen, zou het beleid dichter bij professionals en kwetsbaren komen te staan. De beoogde efficiëntie zou de jeugdzorg bovendien goedkoper maken.

Tandeloze gemeenten

Bezien vanuit mijn vakgebied kan ik niet anders concluderen dan dat het beleid in die opzet heeft gefaald. Gemeenten zijn in een onmogelijke positie gebracht: ze moeten met minder financiële middelen beleid uitvoeren dat nog altijd door de rijksoverheid wordt gedicteerd, terwijl ze niet over de vakinhoudelijke expertise beschikken om bij te sturen waar dat nodig is.

Gemeenten vormen zo een tandeloze uitvoeringslaag tussen de feitelijke beleidsvoerders en professionals. Van betere samenwerking is geen sprake, wel van meer verwijdering tussen beleid, gemeenten en professionals.

In een poging de kosten te drukken proberen gemeenten wanhopig te sturen op concreet rendement. In de jeugdzorg is daartoe ‘resultaatfinanciering’ ingevoerd: gemeenten of zorgverleners stellen vooraf behandeldoelen op met het betreffende gezin. Worden die niet behaald, dan krijgt de zorgverlener maar 70 procent van het vooraf begrote bedrag uitbetaald.

Perverse prikkels

Zo’n constructie klinkt fair, maar werkt niet binnen de ggz. Het is een illusie dat je complexe psychische problemen van te voren kunt opdelen in hapklare behandeldoelen. Goede diagnostiek, en daarmee goede zorg, komt gaandeweg tot stand. Deze zogenaamde doelmatigheid zorgt in de praktijk bovendien voor perverse prikkels: voor zorgverleners wordt het financieel aantrekkelijk om te kiezen voor patiënten met meer eenvoudige problematiek en om behandeldoelen te beperken. Dit soort prikkels is niet alleen problematisch op papier – het exploderende aantal crisismeldingen maakt pijnlijk duidelijk wat de concrete consequenties zijn.

Noodsteun is dus hoognodig, maar geen duurzame oplossing zolang er alleen wordt gestuurd op efficiëntie met als doel te bezuinigen. Die opzet gaat ten koste van kwaliteit en maatwerk voor patiënten. Er ontstaat een grotere afstand tussen het beleid en de mensen die hulp nodig hebben, terwijl steeds sterker wordt gestuurd op concrete resultaten in vakgebieden die zich voor zo’n aanpak niet lenen. Dit soort weeffouten hebben de nood in de ggz mede veroorzaakt. Willen we de crisis echt oplossen, dan kunnen we deze fundamentele problemen niet langer negeren.

Lees ook:

Waarom lukt het maar niet om de lange wachttijden in de jeugdpsychiatrie aan te pakken?

De situatie in de jeugdpsychiatrie is onhoudbaar. Dat is al jaren zo, zonder dat er veel verandert. Waarom lukt het maar niet om de lange wachttijden aan te pakken?

Gemeenten moeten meer geld krijgen, vinden alle partijen. Toch is het niet genoeg, vreest de VNG

Politieke partijen trekken in de verkiezingsprogramma’s de portemonnee om de tekorten bij gemeenten aan te vullen. Maar er moet nog meer bij, vindt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden