OpinieOnderwijs

De coronaschade onder leerlingen is groter dan wij dachten

Met zijn collega-leraren op de middelbare school zag Gerwin van der Werf, muziekdocent en schrijver, hoe tieners in coronatijd tegen de muren opliepen.

Het schooljaar is achter de rug, en hoera, iedereen is over. In rapportvergaderingen werd de ene na de andere onvoldoende cijferlijst met een warm manteltje der liefde bedekt. Iedereen voelde dat deze coronatijd niet het moment was om rechtlijnig te zijn. Dit is klaar, volgend schooljaar zien we wel verder. Een begrijpelijke houding. Maar denken we ook na over wat er deze maanden nu precies gebeurd is?

De winst van het online-onderwijs zal ik niet terzijde schuiven: we zijn in twee weken gewend geraakt aan een niveau van digitale geletterdheid waar we anders minstens vier jaar over zouden hebben gedaan. Het was lekker rustig in de digitale klas, je had geen hinder van de druktemakers en hormoonbomme­tjes, en digitale huiswerkcontrole bleek een uitkomst.

De koffie thuis was beter dan op school, er waren zelfgebakken koekjes en in een tussenuur zat je heerlijk in de tuin in het zonnetje. Tot zover het goede nieuws.

Al snel misten we onze leerlingen. Na een paar weken werden we ontevreden en ongerust. We teerden op de band die we met de leerlingen hadden vóór corona, die band verder uitbouwen was niet mogelijk. De essentie van onderwijs kwam bloot te liggen: menselijk contact. We willen onze leerlingen bezig zien, ploeteren, falen en overwinnen, we willen hun vooruitgang kunnen volgen, niet aan hun schrift maar aan hun gezicht, we willen aan hun hele lijf kunnen zien dat iets ze geraakt heeft. We willen even iets persoonlijks zeggen, een grap maken, we willen weten hoe het met ze gaat.

Rode knop

In plaats daarvan logden we in op een server, en sloten we na een uurtje af door naar ons scherm te zwaaien. Daarna drukten we op een rode knop en was iedereen in één keer weg.

Na een week of twee zette geen leerling de webcam nog aan. Wij keken tegen ons eigen hoofd aan, en verder naar zwarte schermpjes of gekleurde rondjes. Dat zwart, die rondjes, dat waren onze leerlingen. Ik zei ‘Hallo Nick!’ om te controleren of Nick er wel echt was. Een jongen vroeg of hij naar de wc mocht, in zijn eigen huis. “Doe je wel zonnebrand op?”, zei ik tegen een meisje dat in een tuinstoel zat. Ze appte vijf minuten later dat de wifi slecht was en dat ze mijn gezicht steeds bevroren zag op het scherm.

Er kwam een grauwsluier over de dagen. We verloren onze leerlingen uit het oog. Van een enkeling werd wekenlang niets vernomen, dat baarde ons zorgen. Met de rest moest het maar goed gaan. Hun noden konden we er niet bij hebben. Toen ging de school toch nog half open, er waren verplichte looprichtingen, desinfectiezuilen, twaalf tafeltjes in een lokaal, geen pauzes. Het was fijn elkaar weer even te zien, maar we waren geen school meer, want er was geen schoolleven.

De hele dag op bed

Nu is het vakantie, meer verdiend dan ooit, maar laten we niet te lang wachten met nadenken over de schade die dit alles heeft veroorzaakt. Van diverse leerlingen hoorde ik dat ze de hele digitale schooldag op bed bleven liggen, met Teams op de laptop en Netflix op de telefoon.

Sommigen hadden deze weken alleen maar gegamed. Anderen liepen tegen de muren op. Ze werden gek van hun broertje, zoomende ouders, klussende buren of van zichzelf. Conflicten met leeftijdgenoten die op sociale media ontstonden, konden niet gladgestreken worden op school. Kinderen piekerden, waren bang en depressief door het ontbreken van perspectief, of ontevreden over zichzelf vanwege hun matige discipline. Dit waren niet de probleemgevallen, dit was de grote middengroep, de leerlingen met wie het volgens ons goed was gegaan.

We hadden geen idee wat ons overkwam, we hebben gereageerd en we hebben het gered, iedereen is immers over. Maar we houden onszelf voor de gek door te doen alsof we niet licht beschadigd zijn, en alsof na de vakantie alles weer normaal is. We moeten anticiperen op een lange crisis en ons lesprogramma en vooral de leerlingbegeleiding daarop inrichten. Terugblikken en praten over wat er gebeurd is, is de eerste stap. Na de zomer.

Lees ook:

Door corona bleven er dit jaar minder scholieren zitten

Omdat docenten tijdens de corona-lockdown in het voortgezet onderwijs minder konden toetsen, zijn ze soepel in de beoordeling van de leerlingen. Resultaat: er zijn dit schooljaar minder zittenblijvers.

Corona door kinderogen: over vliegen en verdriet

Hoe verbeelden kinderen de pandemie? Twee leerkrachten en een creatief therapeut vertellen wat de coronacrisis met de creativiteit van leerlingen doet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden