De brexit blijft een uitzondering, maar de desintegratie van de EU gaat door

Beeld Sjoerd van Leeuwen

Met de brexit en verkiezingen in zicht wordt 2019 een cruciaal jaar voor de EU. Vandaag deel 1 van een serie: universitair docent Nederlandse en Europese politiek Hans Vollaard over het proces van ontbinding.

Alle ogen zijn nu gericht op de pogingen van het Verenigd Koninkrijk om uit de Europese Unie te stappen, maar dat blijft een uitzondering. Geen ander land zal vrijwillig geheel uit de EU willen stappen. Maar Europese desintegratie krijgt wel op een andere manier vorm.

In juni 2016 gaf een meerderheid van de Britse bevolking in een referendum aan dat haar land uit de Europese Unie zou moeten treden. In de campagne gold de wens om weer controle te krijgen op grenzen, wetten en migratie als een belangrijk motief. Met name inperking van migratie werd gezien als een voordeel van een brexit.

Zonder volledige deelname aan het Schengengebied voor vrij reizen (in het Schengenverdrag hebben 26 Europese landen vrij verkeer van personen en goederen geregeld) en zonder de euro zou het uittreden ook niet zo ingewikkeld zijn. En economisch en politiek zou Groot-Brittannië prima op eigen benen kunnen staan, was de gedachte. Het heeft immers nog een zetel in de VN-Veiligheidsraad, wereldwijd banden met oud-koloniën, een leger met kernwapens en een grote financiële sector.

Daarnaast waren de gevoelens van de Britten voor de EU nooit sterk geweest. De gedachte dat het samenwerkingsverband een weinig democratische bureaucratie is, maakte tot slot een vertrek een logische manier om de ontevredenheid over de EU te uiten.

Moeilijker dan gedacht

Het blijkt voor het Verenigd Koninkrijk evenwel moeilijker dan gedacht om uit de EU te stappen. Een dalend pond, een gebrek aan eigen wetgeving om EU-regels te vervangen, economische onzekerheid en nog veel meer problemen doemen op bij het vertrek, met of zonder een akkoord met de EU.

Deze problemen zullen de wens in andere EU-lidstaten om vrijwillig uit de unie te willen treden, niet helpen. Maar ook zonder die problemen zou brexit een uitzondering zijn gebleven. Er is in geen andere lidstaat een meerderheid te zien in regering, parlement of bevolking voor volledige uittreding uit de EU.

Hoe dat komt? Niet omdat elders de ontevredenheid over de EU minder zou zijn dan in het Verenigd Koninkrijk. Integendeel, in Griekenland is het ongenoegen onder de bevolking nog groter. En ook niet omdat de gevoelens voor de EU in andere lidstaten sterker zijn dan in het Verenigd Koninkrijk. Integendeel, in Tsjechië, Cyprus en Griekenland is er nog veel minder Europa-gevoel. Het komt evenmin doordat in andere lidstaten de gedachte sterker leeft dat de EU rekening houdt met hun belangen. Integendeel, in Slovenië, Italië, Cyprus en Griekenland is dat idee nog minder dan in het Verenigd Koninkrijk.

Het feit dat nergens anders meerderheidssteun voor een volledig vertrek uit de EU is te vinden ligt vooral aan de kosten ervan. Lidstaten die onderdeel zijn van Schengen en de euro zouden nieuwe grensbewaking en een nieuwe munt moeten invoeren. Dat is nogal kostbaar.

Bovendien is het perspectief buiten de unie minder aanlokkelijk. Hoe beroerd Grieken het ook in de EU vinden, een meerderheid achtte een leven buiten de EU nog minder aantrekkelijk. Anders dan in het Verenigd Koninkrijk, leeft er elders binnen de gemeenschap geen krachtige overtuiging dat een land beter af is buiten de EU.

Gedeeltelijke exit

Ook al zou er dus niet nog eens desintegratie à la brexit plaatsvinden, ontevredenheid kan wel tot andere vormen van desintegratie leiden. Niet doordat een land in zijn geheel uit de EU vertrekt, maar door slechts gedeeltelijk uit te ­treden.

Die gedeeltelijke exits krijgen vorm doordat bepaalde lidstaten zich (nog) minder aan de EU-regels houden, of dat nu gaat om de afspraken rond de euro over bijvoorbeeld de overheidsfinanciën (Italië) of om de Schengenspelregels (heel wat lidstaten hebben sinds de migratiecrisis van 2015 ‘tijdelijke’ nationale grensbewaking ingevoerd).

Een andere manier van zo’n gedeeltelijke exit is als lidstaten minder geld (willen) afdragen aan ‘Brussel’, zoals de zogeheten Hanze-groep, een aantal noordelijke lidstaten waaronder Nederland. Ook kan desintegratie plaatsvinden, doordat de ene lidstaat de andere wil uitsluiten. Denk bijvoorbeeld aan de pleidooien – onder andere in Nederland – om Griekenland uit de euro en het Schengengebied te zetten.

Deze vormen van desintegratie ondermijnen het functioneren van de EU. Haar regels worden immers minder nageleefd, en ze krijgt minder middelen om te blijven draaien. Zo zou de EU dus langzamerhand doodbloeden.

Aan de andere kant verschaft zo’n geleidelijk ontbindingsproces de EU tijd om oorzaken van ontevredenheid, gebrekkige invloed en beperkte gevoelens voor het gezamenlijke project aan te pakken. En de EU kan dat, omdat er ook invloedrijke lidstaten zoals Duitsland zijn waar de ontevredenheid niet zo groot is, en gevoelens voor de EU en het idee van invloed op de koers van de unie wél sterk zijn. Die lidstaten willen daarom blijven en gemeenschappelijke deals maken voor eigen en Europees belang. Ze geven zo de EU inhoud en dat houdt de Europese besluitvorming in gang.

Gebrek aan beter

Zolang er geen goed alternatief buiten de EU is, zullen ontevreden lidstaten bovendien blijven meedoen, ook al is dat vaak halfslachtig en tandenknarsend. Ze blijven meedraaien, niet omdat ze van de EU houden, maar bij gebrek aan beter.

En dat resulteert in dat zo overbekende beeld van een Europese Unie, die moeizaam voortstrompelt en weinig meer het ideaal van een verenigd Europa uitstraalt waarmee ze begonnen is.

Lees ook:

EU bibberend het nieuwe jaar in

 Brexit en de verkiezingen voor het Europees Parlement vormen de hoofdmoten van een onzeker 2019.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden