KLEIN VERSLAG

De binnenstad vulde zich met lichamen waar witte armen en benen uitstaken

Volle terrassen aan de Oudegracht in Utrecht.Beeld ANP/BAS CZERWINSKI

Vorige week heb ik op deze plaats de winter plechtig en met een verwijzing naar Rilke uitgeleide gedaan. Hij verdween mokkend en natrappend achter de horizon. 

Op zijn allerlaatste ochtend, vrijdag, was het nog ijzig geweest, de rijp stond in de vroegte wit op mijn schuurdak.

Amper twee dagen later bereikte de temperatuur in de binnenstad de 24 graden. Alsof de lente na één dag in de zomer was overgegaan, terwijl ik die lente nog niet eens had verwelkomd. Natuurlijk had hij zich al aangekondigd middels rillende narcissen en knoppen in magnolia's, maar zoals hij binnenviel met plots omhoog rennende warmte, dat was toch een verrassing.

Snoeischaren

Maar wat een opluchting om zo veel zich ontsluitende buitenruimte, om de eerste stoelen onder de verweerde tuintafel, om het licht gloeiende zonlicht op de huid, om uitvouwende hortensia's, om het roze van de prunus, om het geel van de forsythia, om bomen die in blad schieten. In tuinen hapten snoeischaren door haagbeuken en rozenstammen.

De binnenstad vulde zich zondag met lichamen waar witte armen en benen uitstaken, of, nog heel onzeker, benen in zwarte panty's. De terrassen puilden uit en als je je ogen sloot dan steeg van alle pleinen en straten gekwetter omhoog - de stad liep vol geluid.

Het gekwetter zette zich voort op de sociale media, waar men gretig de lenteprikkels deelde. Er was kikkerdril gespot bij het Zwanenwater in Callantsoog, de eerste drie boerenzwaluwen keerden terug in Friesland, op de buitenplaatsen Elswout en Duinvliet bloeiden wel zestig stinzenplanten en in de vermaledijde Oostvaardersplassen bokten en sprongen de konikshengsten alsof er niets was gebeurd.

De gehakkelde aurelia, de dagpauwoog, de citroenvlinder, de kleine vos, ze waren er allemaal weer, alsof iemand ze als bij toverslag of met een onhoorbare klaroenstoot had besteld.

Een medewerker van het bezoekerscentrum in het Dwingelderveld wees op de verrukkelijke geur van de wilde gagel.

Foto's gingen rond van nestbouwende merels, van bloeiende bosanemonen, van glazen witte wijn met een ster van zonlicht.

De mensen keken elkaar nog wat bleekjes aan, maar je voelde iets feestelijks ontwaken, al waren er direct de waarschuwingen van het RIVM om op je hoede te zijn voor teken. Ook voor hen was het feest begonnen.

Afval

Met de lente leek ook het afval terug in de straten. Blikjes, rietjes, pakjes, bakjes, peuken, het publieke domein was ook weer open voor vervuiling. Luidruchtig en groezelig, de mensensoort. Langs de kust draaiden motorclubs hun eerste ronden. Uit een studentenhuis dreunden beats en in open ramen werd bier uit plastic bekers gedronken.

Ja, het land ontving de lente met open ramen, open jassen, open armen. En na Münster was er ook ineens weer het besef van de kwetsbaarheid van dat alles, van de onschuld en de breekbaarheid van een caféterras, van het onbeschutte van mensen die na een lange winter uit hun dekking zijn gekomen.

Nieuwe vergezichten kondigden zich aan. Thuis begon het nadenken over de meivakantie (wij zijn altijd te laat). Er is geen omzien meer, alleen nog maar vooruit kijken.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Hier vindt u zijn columns: trouw.nl/kleinverslag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden