Column

De bieb: toonbeeld van onze beschaving, redding van mijn jeugd. Ik kom er bijna nooit meer.

Beeld Trouw

Stevo Akkerman ging weer eens naar de bieb. “Ik wist meteen weer waarom ik hier nooit meer kwam, maar ook waarom ik hier vroeger niet weg te slaan was.”

Zoals elk zelfrespecterend dagblad heeft The Guardian dagelijks een commentaar waarin het land en de wereld van dringend advies worden voorzien. Maar deze krant voegt daar altijd nog een aardigheidje aan toe. Onder de noemer ‘in praise of’, oftewel ‘hulde aan’, wordt dan de loftrompet gestoken over iets of iemand. Een welkome herinnering aan het feit dat het niet louter kommer en kwel is in de wereld.

Als ik dat vandaag ook eens mag doen, dan wil ik graag een ode brengen aan de openbare bibliotheek, misschien wel de grootste emancipatiemotor sinds mensenheugenis, tempel van het boek, toonbeeld van onze beschaving, redding van mijn jeugd. En tevens de plek waar ik in geen tijden meer ben geweest. Ik realiseerde me dat opeens door een stuk in The New York Review of Books, waarin de bieb ‘Het paleis van het volk’ wordt genoemd. Citaat: “De openbaarheid van de openbare bibliotheek is in toenemende mate een uitzondering. Het wordt almaar moeilijker een plek te vinden die iedereen welkom heet en geen geld vraagt voor die warme omhelzing.”

Terstond stapte ik op mijn fiets en reed naar Blaak (is het trouwens de of het Blaak, Rotterdammers?), waar de Centrale Bibliotheek is gevestigd, al is het officiële adres Hoogstraat 110. Het gebouw uit 1983 doet enigszins denken aan het Parijse Centre Pompidou en er staat een tekst op van Erasmus, in neonletters: ‘Heel de wereld is mijn vaderland’. In de jaren tachtig van de vorige eeuw kon je dat nog gewoon hardop zeggen.

Het was ochtend, er heerste een gemoedelijke drukte in de bibliotheek en alles wat ik zag stemde me gelukkig. In het Taalcafé zat het vol met nieuwkomers die onder begeleiding van vrijwilligers hun Nederlands oefenden, overal zag je studenten gebogen over boeken of laptops en op de roltrap kwam mij een mooi bruidspaar tegemoet, bestaande uit twee vrouwen. Ja, je kunt ook trouwen in deze bieb. En boeken lenen.

Ik liep op alfabetische volgorde langs de romans, met speciale belangstelling voor de ‘A’, en wist meteen weer waarom ik hier nooit meer kwam: te veel boeken thuis, nog ongelezen. Maar ik wist ook weer waarom ik hier vroeger niet weg te slaan was: kaft aan kaft stond hier de hele wereld en je mocht alles gratis meenemen. Het begon voor mij bij Bruintje Beer en eindigde bij Jan Wolkers, gelardeerd met niet-literaire tussendoortjes. In mijn middelbareschooltijd - geen tv, geen internet - ging ik zeker twee keer per week. Met elk boek opende zich een volgende deur en voelde ik me minder opgesloten.

Dat ik mijn leeswerk tegenwoordig op een andere manier in huis haal, voelt bijna als verraad. Maar dat is niet nodig, als ik het goed begrijp. Theo Kemperman, directeur van de Rotterdamse bibliotheek, zei onlangs in NRC Handelsblad dat de abonnementen nog geen 6 procent van de totale inkomsten opleveren. Sterker nog, hij onderzoekt samen met andere bibliotheken of ze niet een gratis basislidmaatschap kunnen aanbieden. Dat zou de openbaarheid ten top zijn. Hulde!

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt.

Lees ook deze tv-recensie: 

Als er één tv-serie de moeite van het terugzien waard is, dan is het ‘De Bibliotheek’ van Frans Bromet

Bedankt, Frans Bromet. En in je kielzog al die aardige medewerkers, vrijwilligers én bezoekers van de Nederlandse bibliotheken

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden