Column

De ander fascist noemen is normaal geworden

Naema Tahir Beeld Maartje Geels

Ik volg met een klomp in mijn maag de politieke discussie in Nederland en ik ben niet de enige. Vroeger vond ik het politieke debat leuk. Ik volgde het nauwkeurig via de televisie en de krant. 

Als student werd ik daartoe aangezet door mijn hoogleraar Laurens Jan Brinkhorst. Die raadde ons aan de opiniestukken in de kranten te lezen om onze eigen opvattingen te vormen en te scherpen. Ik vond het allemaal leuk en interessant. De clash of opinions was ook toen soms hard en unfair, maar er werd nooit gescholden. Zelden nam iemand het woord ‘fascist’ in de mond.

Fascist. Het woord valt tegenwoordig om de haverklap. Aan alle kanten, rechts en links. Je hebt de ‘linkse fascisten’, een scheldwoord van rechts voor links. En je hebt ‘fascisten’, zonder bijvoeglijk naamwoord, de benaming van links voor rechts.

De aanhangers van de brexit zijn fascisten, Trump-aanhangers zijn fascisten, de achterban van Baudet bestaat uit fascisten. En niet te vergeten Baudet zelf natuurlijk. Demonstraties en bewegingen tegen genoemden heten al gauw antifascistische demonstraties en antifascistische bewegingen.

Maar zijn al die mensen die fascist genoemd worden nou echt fascist? Flauwekul natuurlijk. De opvattingen van geen van de genoemden lijken ook maar in de verste verte op die van de oorspronkelijke fascisten (inclusief nazi’s) uit de jaren twintig en dertig. De term fascisme is volledig verwaterd. Het lijkt wel alsof we zo langzamerhand iedereen een fascist noemen die het niet met ons eens is.

Humor

Als dat nou nog met humor gebeurde, dan zou je er nog om kunnen lachen. In zijn boek ‘Sayyid Pakistani en de Bruiloft van de Dood’ beschrijft Oskar Verkaaik hoe het woord ‘terrorist’ in Pakistan een geuzenaam is geworden onder de jeugd. Als iemand een geweldige prestatie leverde tijdens cricket, riepen ze: “Yo, wat een terrorist!” Dat is humor. Daar kun je om lachen. Misschien zouden wij dat ook moeten gaan doen. In plaats van ‘cool!’ of ‘vet!’ ‘fascistisch!’ gaan zeggen als we een jurk of een auto mooi vinden.

Ja, ik maak er een grap van. Maar ondertussen heb ik een klomp in mijn maag. Want in de alledaagse werkelijkheid ontbreekt elke humor. Met een verbeten kop schreeuwt de een de ander toe dat hij een fascist is. En van schelden komt dreigen. En dan is de stap naar geweld nog maar heel klein. Geweld dat men dan ook nog voor zichzelf kan rechtvaardigen, want het gaat tenslotte om fascisten, nietwaar?

We zitten in een gevaarlijke spiraal naar beneden. Toch wordt het woord steeds gewoner. Terwijl we andere woorden, die toch iets positiefs uitdrukken, niet eens meer tolereren. Als je het woord ‘fatsoen’ gebruikt, mag je op hoon rekenen. Om maar te zwijgen van het woord ‘beschaafd’. (Ik was blij dat Antoine Bodar het ervoor opnam, om dat woord ‘beschaafd’ te noemen in de uitzending van ‘Buitenhof’ van afgelopen zondag.) En als je het woord ‘aristocratisch’ in positieve zin gebruikt dan gaan alle ogen rollen. Dat kan echt niet meer, zulke woorden.

Maar de ander fascist noemen, dat vinden we heel normaal. We moeten echt beter op onze woorden letten. En diep gaan nadenken over welke nare woorden we aan het tolereren zijn.

Naema Tahir is jurist en schrijver. Voor Trouw schrijft ze om de week een column. Haar andere columns vindt u hier. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden