OpinieAanslagen

De aanslag in Nice laat zien: de islam bevat wel degelijk elementen die tot geweld kunnen inspireren

In de zoektocht naar wat daders bezielt van aanslagen zoals donderdag in Nice en op docent Samuel Paty, wordt vaak miskend dat er een relatie kan zijn met de islam. Noem zulk geweld bij de naam. Alleen door er eerlijk over te zijn, kan je dit probleem aanpakken, stelt historicus Kaj Brens.

Na de aanslag op Charlie Hebdo in januari 2015 brak wereldwijd een debat uit over de oorzaak van deze gruweldaad. Voor velen waren de moorden op de redactieleden van het satirische blad geen product van religie, maar van sociaal-economische omstandigheden, uitsluiting, discriminatie, sociale achterstand of een falend westers buitenlandbeleid.

Tijdens het Kamerdebat naar aanleiding van de aanslag zei Alexander Pechtold: “Het is u misschien opgevallen dat ik in mijn bijdrage het woord ‘islam’ nog niet gebruikt heb. Dat moet nu wel. Niet omdat wij dat willen, maar omdat terroristen een verband met de islam hebben gelegd. Alleen zij zijn hiervoor verantwoordelijk…” Bij aanslagen zoals donderdag in Nice en de onthoofding van de Franse ‘godslasteraar’ Samuel Paty, speelt dit soort sentiment steeds een rol. Het onderwerp islam wordt te vaak genegeerd.

Na de aanslag op de leraar Paty wilde programmamaker Karim Amghar in radioprogramma ‘Dit is de Dag’ met Tijs van den Brink de aanslag expliciet loskoppelen van religie. De werkelijke reden voor aanslagen als deze zijn volgens hem sociaal-economische status, verstandelijke beperkingen, psychische stoornissen en racisme. De islam zou worden misbruikt door figuren als de achttienjarige Tsjetsjeen, die de gruwelmoord op Paty pleegde. “Ik kan nergens iets vinden dat dit goedkeurt, dus dit heeft nul te maken met mijn religie”, aldus Amghar.

De status van een godslasteraar is in de islam op z’n minst zeer omstreden. In de hadith en de biografie van Mohammed worden bespotters en andere figuren die Mohammed of ­Allah beledigen, vermoord of verminkt. Ook wordt godslastering (ook wel blasfemie) vaak gezien als een daad van geloofsafval (ridda). Alle islamitische rechtsscholen (madhhabs) op één na zijn het er over eens dat op blasfemie de doodstraf staat – ook voor niet-moslims.

In een kwart van de islamitische landen zijn er wetten tegen godslastering of geloofsafval. In dertien daarvan – Brunei, Pakistan, Afghanistan, Iran, Maleisië, Malediven, Mauritanië, Nigeria, Qatar, Saudi-Arabië, Soedan, de Verenigde Arabische Emiraten en Jemen – staat er de doodstraf op. Al deze landen baseren hun strafrecht op sharia. Toen de ­Pakistaanse gouverneur Salmaan Taseer het opnam voor de vermeende godslasteraar Asia Bibi, werd hij samen met een minister op klaarlichte dag vermoord door zijn eigen lijfwacht, Mumtaz Qadri. Tienduizenden Pakistanen bezochten Qadri’s begrafenis. Hij wordt nog steeds vereerd als martelaar. Dat de islam wordt gezien als een mogelijke oorzaak van dergelijk geweld is dus niet vergezocht.

Ideologie

Het stereotype beeld dat zulke aanslagen enkel worden gepleegd door onopgeleide, gemarginaliseerde of mentaal beperkte jongeren, klopt niet, blijkt uit diepgravend onderzoek van politicoloog Robert Pape. “Over het algemeen zijn zelfmoordterroristen zelden sociaal geïsoleerde, psychisch gestoorde of economische achtergestelde individuen, maar vaak juist goed opgeleide, sociaal geïntegreerde en zeer bekwame mensen…”, constateert de Amerikaanse wetenschapper.

Ook uit onderzoek van hoogleraar Azeem Ibrahim blijkt dat zaken als uitsluiting, armoede en sociale achterstand op zichzelf geen goede verklaring zijn voor terrorisme. Marginalisatie in combinatie met een ideologie die geweld legitimeert, verheerlijkt en aanmoedigt lijkt een betere verklaring.

Die ideologie die geweld rationaliseert en aanmoedigt is niet de islam, maar een specifieke, fundamentalistische interpretatie van de islam, ook wel het islamofascisme genoemd.

Het is dus onverstandig om de 1,6 miljard moslims als schuldigen aan te wijzen, maar ook om te beweren dat er helemaal geen fundamentalistisch of gewelddadig element te vinden is in deze religie.

Alleen door eerlijk te zijn over waar het probleem ligt, kan je het oplossen. 

Lees ook:

Franse docent en essayist:‘Wij maken geen uitzondering voor de islam’

Franse leraren moeten na de aanslag op Samuel Paty geen rekening houden met religieuze gevoeligheden van leerlingen. Dat zegt docent en essayist Iannis Roder. 

Tolerantie moet ook scherpe tanden hebben

Na de moord op de Franse docent Samuel Paty is het zaak, vooral conform de wet te blijven handelen. Geen heksenjacht of eigenrichting, betoogt Jan Waszink, historicus aan de VU, die onderzoek doet naar tolerantie.

Bespreek de aanslag op leraar Paty in elke les, niet alleen bij burgerschap

De moord op de Franse leraar Samuel Paty zou op Nederlandse scholen moeten worden besproken. Maar niet alleen tijdens de lessen burgerschap, zegt Saro Lozano Parra, promovendus onderwijsfilosofie aan de Universiteit Utrecht en docent geschiedenis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden