Column

Dat kantelpunt waarop oude spullen ineens interessant worden

Rob Schouten. Beeld Maartje Geels

Ik beweeg mij met een zekere regelmaat op internetveilingen waar ik dan dingen begeer die mijn grootouders allang weggegooid zouden hebben. Een vormeloos en merkloos blikken autootje bijvoorbeeld, met lelijke erop geschilderde ramen en een gat om een opwindsleutel in rond te draaien, of een velletje voedselbonnen van vlak na de Tweede Wereldoorlog.

En zo komt er een dezer dagen een Wilhelmina met helm naar mij toe, die ik zojuist op Marktplaats heb gekocht. Dat is een gulden (of een kwartje) met koningin Wilhelmina erop maar in de oorlog door het verzet zo bewerkt dat hare majesteit een helm draagt in plaats van een diadeem en er letters zijn weggeschraapt en veranderd zodat er niet ‘koningin der nederlanden’ staat maar ‘ín londen’.

Een lelijk, geïmproviseerd ding dat je ook helemaal vers als replica kunt krijgen, schoongepoetst en met keurig gedrukte letters, maar die wil ik natuurlijk niet. Om die reden zitten hele Afrikaanse en Aziatische families hun zojuist gefabriekte maskers en prullaria met hamers, klei en zand te bewerken om het maar de glans van ouderdom en traditie te geven.

Overigens hebben oude voorwerpen een kantelpunt waarop ze van oninteressant opeens interessant worden. Het oude verfblik bijvoorbeeld gooi ik gewoon weg, daar ben ik werkelijk hard in, tenzij ik weet dat het nog uit de Napoleontische tijd stamt. Een koffiefilter van gisteren is niks waard maar eentje uit 1910 wel.

Gorkum

Het geldt trouwens ook voor onstoffelijke zaken. Telkens als ik langs Gorinchem rij, en dat is nogal eens het geval, struikel ik over de naam. Waarom schrijven we Gorinchem en zeggen we Gorkum? Maar Gorkum schrijven is ongebruikelijk. Ergens in het werk van Gerrit Krol las ik de regel ‘Ik moest in Gorkum wezen en vanuit het noorden reis je dan het best over Utrecht en dan de stoptrein naar Geldermalsen’. Dat ziet er niet uit, Gorkum, behalve dan in ‘Gorkumse martelaren’. Maar we zeggen het wel. Overigens, bij Woudrichem zeggen we niet Workum (of ze zeggen het alleen in Brabant).

Gorinchem ziet er mooier uit, specialer, ouder, je proeft er het woord ‘heem’ als het ware nog in. In sommige plaatsen gaan ze zelfs zo ver dat ze, in navolging van die weatherende Afrikaanse families, de boel weer verouderen. Monnickendam bijvoorbeeld, dat heet in mijn Aardrijkskundig Woordenboek uit 1947 (wie wat bewaart heeft wat!) nog Monnikendam maar in de Topografische Gids van Nederland uit 1997 opeens Monnickendam met een c.

Alleen wat ons eigen lichaam betreft zitten we niet op zulke veroudering te wachten. Een vriend van mij, ook vijfenzestig, vertelde mij onlangs dat hij zich nu ook oud begon te vóelen, en ik zei hem dat ik sinds kort last heb van mijn rechterduim, dat ik niet zo makkelijk meer een sleutel omdraai.

Niet fijn allemaal. Maar dat klopt natuurlijk ook, want een lichaam dat oud wordt, is nieuw, het is je jongste lichaam; ons oude, authentieke en originele lichaam is dat van toen we nog een kind of een puber waren en dat willen we weer terug. Vergeefs, het is nergens meer te krijgen.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden