ColumnSylvain Ephimenco

Dat je met de taal ook kunt frauderen had ik me nooit gerealiseerd

Het moet rond mijn viertiende zijn geweest dat ik in een groen schoolschrift mijn eerste novelle schreef. Het verhaal ging over Bouffier, een leeftijdgenoot die op zijn uitlaatloze Mobylette helse rondjes draaide, en dit vlak onder onze ramen. Van die herrie, begeleid met de rodeokreetjes van de bestuurder, werd ik bijkans gek. Op het gelinieerde papier plempte ik toen een soort ongeremde razernij vol vlekken en schrappingen. Toen ik de tekst herlas kwam een gevoel van onoverwinnelijkheid bij me op. Die arme Bouffier kocht later een motor en vrij snel reed hij zich tegen een plataan te pletter. Albert Camus schreef ooit: ‘Ik heb een vaderland en dat is de taal’. Anderen konden schilderen of beeldhouwen, ik kon tenminste met woorden jongleren en zinnen construeren. Ik leerde ook dat je met de taal harten kunt veroveren, maar ook verwonden. Wat ik me nooit had gerealiseerd is dat je met de taal ook kunt frauderen.

Afgelopen weekeinde ruimde de Volkskrant vier pagina’s in voor een artikel hierover. Ach, taalfraude kun je die gulzigheid van taalscholen om de overheid op te lichten misschien niet noemen. Taal is hier alleen de primaire grondstof om list en bedrog van miljoenen euro te voeden. Het gaat om talenscholen die Syrische inburgeraars nepcontracten aanbieden en zonder maar een cursus te geven het subsidiegeld opstrijken. Die scholen worden soms door Syrische statushouders gesticht die zelf amper Nederlands kunnen spreken. Ook de nepcursist mag soms een klein deel van de subsidie in zijn zak steken. Dat er in de Syrische gemeenschap in Nederland ook klokkenluiders zijn die de fraude rapporteerden is enigszins geruststellend. Maar in de krant legt een zekere Ameen uit dat voor Syrische cursisten afkeuring van deze praktijken niet zo vanzelfsprekend is: ze komen uit landen waar ‘corruptie is geïnstitutionaliseerd'. 

‘Nederlands zonder moeite’

Tot mijn verrassing leerde ik uit het stuk dat door de staat een subsidie van 10.000 euro per cursist wordt toegekend. Mij had het iets van 250 francs gekost in 1973, omgerekend rond de 80 gulden. Toegegeven: wel een gigantisch bedrag voor een adolescent van zeventien jaar. Maar ik moest en zou mijn nieuwe Hollandse vriendin epateren bij mijn eerste verblijf in Nederland tijdens de kerstvakantie. ‘Nederlands zonder moeite’ heette de methode van Assimil (een boek met een tiental kleine grammofoonplaten). Avond na avond luisterde ik naar die nasale stemmen die zich in ouderwets Nederlands uitdrukte. Ik heb het hier al eerder over gehad maar ik geloof dat ik nooit heb vermeld dat het me toen lukte om mijn eigen vader een zin uit dit boek te leren: ‘Ik ben moe je te zien’. En hij sprak deze uit zijn hoofd foutloos uit! 

Een paar jaar later kreeg ik op een etagewoning in Rotterdam gratis lessen van mijn vriend Niek. Kijk, die 250 francs die mijn inburgering heeft gekost, hoef ik heus niet terugbetaald te krijgen van de Nederlandse overheid. Maar geloof deze ervaringsdeskundige: 10.000 euro voor een nepcursus Nederlands is wel aan de hoge kant.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden