Commentaar Haga-saga

Dat de financiering van het Haga Lyceum stopt, is niet meer dan terecht

Een minister die een schoolbestuur een ultimatum stelt, op straffe dat de financiering wordt gestopt. Dit unicum in Nederland deed zich deze week voor, na een jarenlang conflict tussen het ministerie van onderwijs en het Cornelius Haga Lyceum, een islamitische school in Amsterdam. Vanaf de oprichtingsplannen in 2010 klaagde het bestuur dat het werd tegengewerkt en dat het islamitische karakter van de school daarbij een grote rol speelde.

Dankzij twee uitspraken van de Raad van State kon de school in 2017 dan eindelijk leerlingen verwelkomen, maar er bleef gedoe. Daarbij ging het over de kwaliteit van het onderwijs die volgens de Inspectie tekort schoot, over financieel wanbeheer, en over banden die medewerkers zouden hebben met extremisten. Voorwaar geen lichte verwijten. Het bestuur van de school verdedigde zich met succes door te zeggen dat er geen bewijzen waren voor deze zware beschuldigingen en dat de school in een democratische rechtsstaat als Nederland­­ graag door de wet beschermd wilde worden.

In het publieke debat over wat inmiddels de ‘Haga-saga’ was gaan heten, speelde de vrijheid van onderwijs, vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet, steeds een voorname rol. Maar de school kon de beschuldigingen van wanbeheer en tekortschietend onderwijs niet voldoende pareren. Het ministerie gunde de school een doorstart, met nieuw bestuur. Een voorbeeld van een succesvolle doorstart is het Avicenna-college in Rotterdam. Die islamitische school is de voortzetting van het Ibn Ghaldoun, dat ten onder ging aan examenfraude. Het Avicenna is nu een prima school, constateerde de Inspectie eind vorig jaar.

De school verdient het voordeel van de twijfel niet meer

Met het Hagalyceum heeft minister Slob veel geduld gehad. Hij heeft nog een waarschuwing gestuurd, voordat hij het ultimatum stelde dat er per 14 oktober een nieuw bestuur zou moeten zijn. Hij heeft de school zelfs nog enkele dagen uitstel gegeven om een interimbestuurder te vinden en te benoemen.

Dat de school uitgerekend met een interimbestuurder aankwam die geen moslim is, waardoor de statuten eerst gewijzigd moeten worden, maakt duidelijk dat zij het voordeel van de twijfel niet meer verdienen. Het wijzigen van de statuten zelf kreeg geen prioriteit.

Nu het bestuur van het Haga-lyceum besloten heeft voorlopig aan te blijven is het niet meer dan terecht dat minister Slob inderdaad de financiering van deze school per 1 december stopt. Dat er nog twee rechtszaken lopen, waarin het bestuur de conclusies van de Inspectie aanvecht, doet er wat dat betreft niet meer toe. Leerlingen zijn niet gebaat bij een school die permanent strijd voert om het bestaan.

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Lees ook: 

De Haga-saga: een reconstructie in vijf bedrijven

Te zijn of niet te zijn? Het is niet alleen de bekendste strofe uit de theatergeschiedenis, maar ook de vraag die het Cornelius Haga Lyceum boven het hoofd hangt. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden