null Beeld

OpinieZiektekosten

Coronakosten zijn niet allereerst geld

Irene van Staveren

In de economie worden ziektekosten, ook in deze coronatijd, nogal eens uitgedrukt in gederfd inkomen. Maar de chronisch zieke timmerman lijdt evenveel als de zieke notaris, betoogt Irene van Staveren.

Niet alle pijn van de tweede (gedeeltelijke) lockdown is in geld te meten. Zo hebben we de oplopende werkloosheid in aantallen mensen zonder baan – mensen die kunnen en graag willen werken en nu met veel onzekerheid te kampen hebben. Bovendien gaat werkloosheid vaak gepaard met gevoelens van frustratie en lage eigenwaarde.

En we hebben natuurlijk te maken met de kosten van Covid-19 zelf, in termen van verloren mensenlevens en verlies aan levenskwaliteit voor degenen die langdurige of misschien wel permanente klachten houden. Voor dat laatste hebben gezondheidseconomen ­samen met epidemiologen een bijzondere maatstaf gemaakt: levensjaren met beperkingen. Daar is ook een mooie afkorting voor: YLD oftewel years lived with disability.

Epidemiologen van over de hele wereld verzamelen iedere paar jaar de gegevens over ruim driehonderd chronische ziekten. Denk aan chronische rugpijn en migraine maar ook aan diabetes en tuberculose. De kosten van die ziekten voor de patiënten zelf worden omgerekend naar YLD’s. Dat gebeurt door eerst te tellen hoeveel mensen aan een ziekte lijden, dan op basis van vragenlijsten te berekenen hoe ernstig ze lijden (iedere dag een beetje rugpijn of drie maanden per jaar plat moeten liggen), en vervolgens door te schatten hoeveel verloren gezonde dagen dat gemiddeld per persoon per jaar kost en dat weer te vermenigvuldigen met het aantal lijders aan de kwaal per land.

Het mooie van die maatstaf vind ik dat het precies uitdrukt wat zo ellendig is aan ziek zijn. Namelijk het verlies van normale levensdagen waarop je gewoon je leven kunt leiden zonder ernstig beperkt te worden door een ziekte. Bovendien is zo de lijdenslast van verschillende ziekten met elkaar te vergelijken. Zo staat in de meeste Westerse landen lage rugpijn op nummer een en migraine op nummer twee. Als migrainelijder heb ik dat uitgezocht, waarbij ik ontdekte dat migraine op de eerste plaats staat van meest slopende chronische ziekten voor de leeftijdsgroep 15 tot 49 jaar. Dat betekent dat het veel patiënten ook in hun werk belemmert, door veel ziektedagen of zelfs arbeidsongeschiktheid, wat dan weer inkomensverlies betekent.

Inkomen is belangrijk. Toch vind ik het beter om de kosten van ziekten te meten op basis van YLD’s, het aantal levensjaren met beperkingen. En om bij overlijden de kosten van ziektes te meten in mensenlevens. Dat is beter dan te meten op basis van het inkomen dat zieken verliezen. Want in die meetmethode kost een chronische ziekte van de timmerman opeens een stuk minder dan dezelfde ziekte van de notaris. Terwijl ze evenveel lijden. Toch wordt ook regelmatig die kostenmeting gebruikt door economen en juristen, bijvoorbeeld bij een medische rechtszaak.

Ik hoop dat de coronacrisis ons leert dat de kosten van ziekte allereerst misgelopen gezondheidsjaren zijn. Niet alleen van coronapatiënten maar ook van mensen die lijden aan andere ziekten en die nu moeten wachten op een behandeling.

Die twee groepen kunnen we met elkaar vergelijken met behulp van de YLD-maatstaf en sterftecijfers. Nu de ziekenhuizen volstromen met Covid-19-patiënten wordt dat een belangrijke en zinvolle vergelijking. Want dan vergelijken we appels met appels en niet mensenlevens met een lager bruto nationaal product.

Irene van Staveren is hoogleraar ontwikkelingseconomie aan de Erasmus Universiteit. Voor Trouw schrijft ze om de week een column over economie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden