Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Controverse is wezenlijk voor íedere prijs die er toe doet, dus ook voor de Nobelprijs

Opinie

Ger Groot

Een Nobelprijs © AP
Column

Geen Nobelprijs dit jaar voor Javier Marías, de Spaanse romancier die al jarenlang tot de grote kanshebbers behoort. Noch voor Haruki Murakami, de Syrische dichter Adonis en zelfs niet voor Cees Nooteboom. 

Omwille van een bizar conflict binnen het Nobelprijscomité voor de literatuur moet die laatste het dit jaar zonder haar mooiste feestje stellen.

Lees verder na de advertentie

Zwartkijkers zien er al een voorbode van de ondergang van de Nobelprijs zelf in en zijn – zo berichtte de krant deze week – een alternatieve prijs gaan optuigen. Zo’n vaart zal het niet lopen. De prijs is wel vaker niet uitgereikt, al moest daar meestal een Wereldoorlog aan te pas komen: in 1914, 1918 en tijdens WOII zelfs vier keer. Net als in 1935, geen oorlogsjaar maar wel één waarin die begon te dreigen.

Van oorlog is nu geen sprake, al lijken sommigen de huidige #MeToo-verwikkelingen nauwelijks minder ophefmakend te vinden. Tijd voor een nieuwe prijs voor de wereldliteratuur dus? Als je kijkt naar de plannen van de Zweedse boekhandelaren daarvoor mag je hopen van niet. Veel invloed van het publiek willen ze, want het elitisme van het huidige comité is ‘niet meer van deze tijd’. Gevolg: ‘veel Zweedse auteurs, Britten en Amerikanen’ op de lijst van kanshebbers, zo constateerde deze krant. Tel er de gendergekkigheid van evenveel mannen als vrouwen op de shortlist bij op en je verzucht: arme wereldliteratuur!

Invloed van een marginaal land

Toegegeven, in de ruim honderd jaar van haar bestaan heeft het echte Nobelprijscomité het niet altijd beter gedaan. Nationale oververtegenwoordiging verkokerde ook daar nog wel eens het zicht op wat er in de wereld te koop is. Veertien gelauwerden die schreven in het Deens, Zweeds, Noors of IJslands tel ik in de ruim honderdjarige geschiedenis van de prijs. Taalgebieden dus die tezamen niet groter zijn dan die van het Nederlands, dat het nog altijd zonder één winnaar stellen moet. Maurice Maeterlinck, de enige Belg die de prijs ooit kreeg schreef in het Frans.

Een beetje raar is het natuurlijk wel dat de Academie van een tamelijk marginaal land het hoogste oordeel uitspreekt over de mondiale literatuur. Werp je een blik op de lijst van bekroonden, dan ga je aan dat oordeelsvermogen gemakkelijk twijfelen. Wie herinnert zich nog José Echegaray (1904), Jacinto Benavente (1922), Salvatore Quasimodo (1959), Nelly Sachs (1966) Eugenio Montale (1975), Odysseus Elytis (1979) of zelfs Gao Xingjian (2000)? Waren Miguel Angel Asturias (1967), Patrick White (1973), William Golding (1983), Mario Vargas Llosa (2010), Mo Yan (2012) en Bob Dylan (2016) werkelijk wel zo goed?

Misschien moeten we er ons niet te druk over maken. Tenslotte wordt over de ‘beste’ films van het jaar ook beslist door een nogal eenzijdig samengesteld Oscar-comité met een twijfelachtige smaak. Het spektakel eromheen is er niet minder om, en vormt misschien wel het belangrijkste element. Net als de Oscar voor de (Amerikaanse) film is de Nobelprijs een jaarlijkse reclamespot voor de wereldliteratuur en moeten we over het oordeel zelf niet te veel illusies koesteren. Je kunt met enig geduld voor een zacht prijsje een flinke bibliotheek samenstellen van Nobelgelauwerde auteurs wier haastig bijgedrukte werk een jaar later alweer in de ramsj lag. Alleen schrijvers die toch al populair waren (Gabriel García Márquez, Orhan Pamuk, José Saramago) ontgaat dat lot.

Ophef werkt

Daarom vormt het huidige gedoe geen enkele reden tot somberheid. In tegendeel. Ruzie en controverse zijn wezenlijk voor íedere literaire prijs die er een beetje toe doet, stelde de Amerikaanse letterkundige James English ruim tien jaar geleden in zijn boek ‘The Economy of Prestige’ al vast. De Booker Prize werd pas belangrijk na het ‘schandalige’ dankwoord waarin Peter Berger in 1972 zijn publiek voor neo-kolonialen uitmaakte en de helft van het prijzengeld toezegde aan de Black Panthers. De Nobelprijs zelf begon met een schandaal, toen de eerste gelauwerde in 1901 niet de gedoodverfde Lev Tolstoi maar de inmiddels vrijwel vergeten dichter Sully Prudhomme bleek te zijn. Over de protesten daartegen raakte het comité zo gebelgd dat het ook later Tolstoi stijfkoppig is blijven negeren.

We moeten het huidige Nobelprijscomité dus prijzen om alle ophef en verwarring die het op de been heeft gebracht. Dat zal de prijs alleen maar ten goede komen – hoe relatief de waarde ervan literair gezien ook zijn mag. Veel belangrijker is het mediacircus – met veel spanning en sensatie, en nu eindelijk ook een beetje seks. De hemel behoede ons intussen voor een alternatief naar de smaak van ‘het volk’: het schoolrecept voor conformisme, monocultuur, tirannie van de bestseller en modieuze kortzichtigheid.

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril.

Lees ook:

Hoe de Nobelprijs voor de literatuur door de jaren heen is uitgehold

De thematiek van het Nobelprijscomité als mannenbastion werd al aangekaart in de roman ‘De afrekening’ van Kerstin Ekman uit 2011. Daarin schildert ze het comité (waaruit ze zelf vertrok toen het comité weigerde Salman Rushdie te steunen, die volgens een fatwa de dood verdiende, red.) af als een groep wereldvreemde oude mannen.

Deel dit artikel