null Beeld

ColumnIrene van Staveren

Conservatieve economen vinden zo’n klimaatfonds niet verstandig. Hebben ze een punt?

Irene van Staveren

Groeifonds, klimaatfonds, stikstoffonds …. Rutte IV heeft een paar grote investeringsfondsen lopen of gepland. Het waarom ­ervan is duidelijk: om te investeren in een leefbare toekomst. Maar onder economen woedt een discussie over de vraag of dat niet beter gewoon via de begroting kan, zoals jaarlijks gepresenteerd uit het koffertje met de miljoenennota. Want, zo betoogden conservatieve economen onlangs in NRC Handelsblad, met aparte fondsen is de democratische controle zoek en wordt er wellicht veel geld over de balk gesmeten door lobby’s van bedrijven. Nee, antwoordden progressieve economen in diezelfde krant, het parlement moet natuurlijk de controle over de jaarlijkse uitgaven uit de fondsen houden. Bovendien is het de bedoeling van investeringsfondsen dat ze wegblijven van de waan van de dag en de zittingsduur van een kabinet overleven.

De discussie tussen de economen kan verklaard ­worden uit een fundamenteel verschil in de visie op de begroting. De conservatieve economen willen graag het huishoudboekje van de staat op orde hebben en duidelijkheid over begrotingstekorten in de toekomst. De progressieve economen stellen dat de overheidsfinan­ciën niet te vergelijken zijn met een huishoudboekje. Als we dat met de Deltawerken hadden gedaan dan ­waren die er simpelweg niet gekomen.

Als we het nu niet doen, wanneer dan wel?

Over de Deltawerken gesproken, daar was wel degelijk parlementaire controle op. Dat kan ook geregeld worden voor de nieuwe investeringsfondsen, bijvoorbeeld met speciale parlementaire commissies en onafhankelijk toezicht. Tijdens de financiële crisis konden de rijksfinanciën de bankensteun prima aan en de eveneens niet begrote coronasteun levert ook geen enkel probleem op: ons land kan heel wat schommelingen in de staatsschuld hebben. De fondsen hebben bovendien de rentewind mee: lenen is spotgoedkoop – als we het nu niet doen voor een betere toekomst, wanneer dan wel?

Laten we eens kijken naar de argumenten over klimaat en stikstof. De conservatieve economen stellen geheel terecht dat een heffing op CO2- en stikstofuitstoot de doelmatigste methode is om emissies te beperken – iets wat progressieve economen trouwens al decennia roepen.

Helaas hebben conservatieve economen eerder ­gepleit voor het instellen van een markt voor emissierechten. Daardoor zijn de heffingen niet van de grond gekomen. En die markt werkte niet door de lobby van grote bedrijven, waardoor er veel te veel rechten in ­omloop kwamen en de prijs dus laag bleef. De conservatieve economen vinden het bovendien verkeerd dat vervuilende boeren uit het stikstoffonds gecompenseerd worden als hun boerderij vanwege nabijgelegen natuur moet verdwijnen.

Maar wat willen ze dan? De rechtstaat aan de kant schuiven? Of boeren opeens een hoge stikstofheffing opleggen, terwijl dezelfde overheid hen jarenlang vergunningen heeft verstrekt? Natuurlijk had de overheid dat niet moeten doen, ook niet met de kennis van toen, want de stikstofuitstoot is geen verrassing. Dus zal de overheid boeren moeten uitkopen, niet omdat dat theoretisch de beste optie is, maar omdat het de enige manier is om alsnog effectief stikstofbeleid te voeren zonder dat fundamentele rechtsbeginselen aangetast worden. We hebben voor onze toekomst en die van onze kinderen de investeringsfondsen hard nodig. En die passen niet in het koffertje van Kaag.

Irene van Staveren is hoogleraar ontwikkelingseconomie aan de Erasmus Universiteit. Voor Trouw schrijft ze om de week een column over economie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden