null Beeld

ColumnIrene van Staveren

Concurrentie en marktwerking werken in de praktijk toch even anders dan in theorie

Sommige bedrijven gaan aan concurrentie ten onder. Soms is dat jammer, want zo verdwijnen oude merken en vertrouwde winkels uit de winkelstraat. Maar dat is nu eenmaal het marktmechanisme, schreef de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter een halve eeuw geleden. De markt zorgt, in zijn woorden, voor creatieve destructie: nieuwe, innovatieve bedrijven komen op en oude bedrijven die niet vernieuwen of de kosten niet voldoende weten te beheersen, leggen het loodje. Het grappige is dat Schumpeter gevraagd werd om een bank te leiden, want een econoom met zulke briljante ideeën, die weet vast wel raad met de concurrentie, zo zal de gedachte wel geweest zijn. Maar onder zijn leiding ging de bank failliet. De theorie bleek makkelijker dan de praktijk.

Andere bedrijven weten de concurrentie niet alleen te overwinnen maar vervolgens ook uit te schakelen. Het zijn de favorieten van aandeelhouders, zelfs als ze niet eens winst maken, zoals Facebook. Het zijn gewilde beleggingsobjecten omdat het feit dat ze de concurrentie vermalen betekent dat ze binnen de kortste keren monopolist zijn. En dan valt er opeens veel te cashen, want de consument heeft geen alternatief meer. Dus de prijzen gaan omhoog. Of, in het geval van Facebook (dat ook eigenaar van is WhatsApp en Instagram), wordt er nóg meer data van ons verzameld en doorverkocht. De meeste consumenten zitten er helaas niet mee, dus gaat het bedrijf onbelemmerd zijn gang, op wat gesputter van de EU na.

De wetgeving tegen monopolievorming blijkt in de praktijk zwakker dan de macht van grote bedrijven. Dus is het nu aan kleine overheidsorganen om Facebook de deur te wijzen, zoals de Delftse gemeenteraad die heeft besloten niet meer van WhatsApp gebruik te maken in de communicatie tussen raadsleden. David tegen Goliath. Waar blijft het echte ingrijpen tegen het bedrijf?

Soms kan de overheid het beter

Er is natuurlijk nog een alternatief tegen de macht van techbedrijven: non-profit alternatieven van de overheid. Denk aan een Europees sociaal media­platform dat budgetneutraal draait via een abonnementsysteem zonder in onze persoonlijk gegevens te graaien. En ja, veel mensen zijn graag bereid te betalen voor internetdiensten. Denk maar aan de Zweedse muziekstreamingsdienst Spotify, die een abonnement voor 10 euro per maand aanbiedt en al 150 miljoen klanten heeft. Dat kost dus 120 euro per jaar. Ik vermoed dat een publieke vorm van Facebook het voor hooguit de helft kan doen omdat het zelf geen content hoeft te leveren – dat doen wij zelf wel. Ik zou graag lid willen worden want nu ik al een jaar van Facebook af ben begin ik het digitale contact met kennissen en leuke werkcontacten wereldwijd wel te missen.

De diepere vraag over concurrentie is natuurlijk of meer concurrentie dan altijd wel goed is. Schumpeter had al ondervonden dat dat in theorie prima is, maar in de praktijk toch wat anders. En de verschraling van onze winkelstraten door keiharde concurrentie is ook een trieste aanblik. Concurrentie is wel belangrijk, maar niet zaligmakend. Soms hebben we meer overheid nodig en soms moeten we als consument betere keuzes maken in plaats alleen voor gemak en de laagste prijs te gaan.

Irene van Staveren is hoogleraar ontwikkelingseconomie aan de Erasmus Universiteit. Voor Trouw schrijft ze om de week een column over economie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden