Opinie Technologie

Computers hoeven niet als mensen te denken

Beeld Trouw

Waarom emoties inbouwen in computers? Mens en machine zouden moeten samenwerken vanuit hun eigen specialisaties om een betere wereld te creëren, betoogt toekomstonderzoeker Rudy van Belkom, verbonden aan de stichting Toekomstbeeld der Techniek.

In de zoektocht naar intelligente machines staat het benaderen of zelfs overstijgen van menselijke intelligentie al vanaf de jaren vijftig als prominente stip op de horizon. Maar waarom eigenlijk? Laten we Artificiële Intelligentie (AI) als een op zichzelf staande vorm van intelligentie benaderen.

Schaken

We weten niet precies hoe intelligentie bij mensen werkt en we verleggen continu wat we intelligent vinden. Dat maakt het lastig om intelligentie te ‘klonen’. Experts zijn het er dan ook niet over eens wanneer we human-level-AI gaan bereiken. De stip op de horizon verschuift met de tijd mee en lijkt continu even ver weg te staan. Toch is het niet ondenkbaar dat de ‘intelligentiecode’ wordt gekraakt.

Voor schaken leek ooit een vorm van menselijke intelligentie nodig te zijn; je moest strategisch kunnen denken en je tegenstander kunnen inschatten. Inmiddels weten we dat alle ‘what ifs’ geprogrammeerd kunnen worden en een abstracte representatie en brute rekenkracht genoeg zijn om de mens te verslaan.

Wat als taken die nu heel complex lijken ook met een relatief eenvoudig algoritme op te lossen zijn? In dat opzicht lijkt creativiteit het nieuwe schaken. AI is nu al in staat om kunstwerken te maken en muziekstukken te componeren. Veel mensen hebben moeite om dit te accepteren als échte creativiteit.

Belediging

Hier speelt tevens de filosofische discussie of wij zelf ook niet gewoon geprogrammeerd zijn en dus niet zo autonoom handelen als we denken. AI kan daarmee de volgende ‘belediging’ voor de mensheid worden. Machines waren ons eerder al de baas in fysieke arbeid en rekenkracht en nu staat ons intellectueel vermogen plots op het spel. Dit vermogen heeft ons altijd onderscheiden van alle andere wezens op aarde en heeft ons (in ieder geval gevoelsmatig) controle gegeven over onze omgeving. Het is dan ook niet vreemd dat sommige mensen zich tegen AI afzetten.

AI is hoe dan ook een spiegel voor de mensheid. Het leert ons enorm veel over onszelf en stelt ons fundamentele vragen over het menszijn.

Onderzeeboten zwemmen niet

De hamvraag is wat mij betreft of we überhaupt menselijke intelligentie moeten nastreven. Duikboten zwemmen niet zoals vissen en vliegtuigen vliegen niet zoals vogels. Waarom zouden computers dan wel moeten denken als mensen? Wanneer je een spin menselijke intelligentie geeft, dan zal die zich niet als een mens gaan gedragen, maar als een ‘superspin’ die nog betere webben kan spinnen en prooien kan vangen.

We gaan pas echt stappen zetten als we het idee loslaten dat we superieure wezens zijn. De mens is niet superieur aan insecten, we zijn allebei geëvolueerd voor andere doeleinden. Mensen hebben weliswaar meer geavanceerde cognitieve vaardigheden, maar insecten kunnen hoogstwaarschijnlijk een nucleaire ramp overleven. ‘Succes’ is dus contextafhankelijk en daardoor relatief.

We moeten onszelf gaan afvragen voor welk doel we intelligente machines willen inzetten, in plaats van het als doel op zichzelf te zien. Hoe kunnen we met behulp van intelligente machines een betere wereld creëren? En wat is een betere wereld precies? Mens en machine zouden wat mij betreft moeten samenwerken vanuit hun eigen specialisaties.

Laat complexe statistiek over aan computers en sociaal gevoelige vraagstukken aan mensen. Waarom zouden we emoties inbouwen in machines? Ik zou er juist naar streven om computers zo objectief mogelijk te maken. Daar zijn mensen met alle evolutionair geprogrammeerde vooroordelen en emoties namelijk helemaal niet zo goed in.

Lees ook:
Kan de robot ons menselijker maken?

In een van haar werken gaat de Amerikaanse kunstenares Stephanie Dinkins in gesprek met Bina48. Bina48 is een robot. 

Angst voor algoritmes is onterecht: ‘discriminerend’ algoritme geeft slechts weer wat mensen denken

Angst voor algoritmes is onterecht. Ze kunnen de overheid juist helpen om goed en rechtvaardig beleid te voeren, betoogt Christian Verhagen, adviseur Data & Analytics Publieke Sector bij Verdonk, Klooster & Associates.

‘Algoritmes zijn een vierde macht, waarvoor geen regels gelden’

Hoog tijd voor een waakhond die de overheid controleert op gebruik van algoritmes, zegt de Leidse onderzoekster Marlies van Eck.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden