Column Goslinga

Hennis rekent af met schuld en boete
Hans Goslinga
Hennis rekent af
met schuld en boete

Hoewel er in politiek Den Haag lange tijd is gedweept met de Carrington-doctrine, heeft dit leerstuk hier geen school gemaakt. Gelukkig maar, want deze doctrine, die inhoudt dat een minister terstond aftreedt na ernstig ambtelijk falen onder zijn verantwoordelijkheid, geeft te gemakkelijk toe aan de reflex voor gemaakte fouten een zondebok te zoeken.
Het getuigde van meer karakter en institutioneel bewustzijn dat minister van defensie Hennis deze week in de Tweede Kamer verantwoording aflegde, alvorens zij de uiterste politieke consequentie trok uit het ongeluk met mortiergranaten in Mali, waarbij twee van onze militairen omkwamen en een derde gewond raakte.
Ze gaf daarmee inhoud aan de kern van de ministeriële verantwoordelijkheid, het afleggen van publieke verantwoording zodat de nieuwe minister en het parlement er lessen uit kunnen trekken. In de Hennis-doctrine, als we haar benadering zo mogen noemen, staat dus niet de symboliek van het aftreden voorop, maar het toekomstige optreden, gericht op verbetering en het voorkomen van een herhaling van de fouten. Als een minister direct het veld ruimt, ontbreekt niet alleen een aanspreekpunt, maar kan er ook mistigheid blijven bestaan over feiten en verantwoordelijkheden.
De toenmalige VVD-leider Bolkestein was in de jaren tachtig een enthousiast pleitbezorger van de Carrington-doctrine. Bewindslieden moesten bij ambtelijke fouten sneller aftreden om te beklemtonen dat zij risico-aansprakelijkheid dragen, geen schuld-aansprakelijkheid. Dat was op zich een waardevol punt. Een minister kon in dat geval gemakkelijker weer op een andere post worden ingezet en was niet definitief verloren voor de politiek.
De benadering van Bolkestein bood bovendien tegenwicht aan het populistische frame van schuld en boete waarin het lot van een wankelende minister in de heersende emotiecultuur wordt gewogen. Opgewonden politici en media eisen snel, in de rol van de bijbelse Salomé, zijn hoofd op, uiteraard uit naam van een verontwaardigde publieke opinie. Tijdens het Kamerdebat met Hennis' voorganger Hillen in 2012 over een mislukte evacuatie van een Nederlandse ingenieur uit Libië, was de hamvraag in tv-rubrieken of de minister voldoende door het stof zou gaan. De EO had zelfs een lichaamstaalkundige uitgenodigd ter duiding van de houding en bewegingen van de minister. Daaruit kon worden afgeleid dat diens lot al bij voorbaat was bezegeld. Politiek teruggebracht tot een realitysoap.
In het debat over de vuurwerkramp in Enschede in 2001 ging minister Klaas de Vries nog een stap verder dan Bolkestein in het versterken van tegenwicht aan de zondebokreflex. Na ambtelijk falen moest een minister 'niet aftreden, maar optreden'. Dat klonk stoer, maar dit was het andere uiterste en bracht levensgroot de valkuil in beeld van wat zijn partijgenoot Ed van Thijn de 'sorry-democratie' doopte. Je erkent de fouten, maakt een excuus en gaat over tot de orde van de dag.
Hoewel Hennis even deze weg leek te kiezen, heeft zij met haar wijze van opereren een mooie middenweg gevonden tussen Carrington en De Vries. Die weg doet recht aan het hart van de ministeriële verantwoordelijkheid en biedt tegenwicht aan de zucht een minister als de met schuld beladen zondebok de woestijn in te sturen. Kan de discussie-zonder-eind over het leerstuk van de ministeriële verantwoordelijkheid met deze stap naar volwassenheid worden besloten? Nee, want elk geval is weer anders en altijd speelt de politieke opportuniteit een rol.
Oud-premier Lubbers meende dat een misstand of ongeluk zo shockerend kan zijn, dat er geen andere manier is het aangedane volksgemoed tegemoet te komen dan met de politieke daad van onmiddellijk heengaan à la de Britse minister Carrington na de inval van Argentinië op de Falkland-eilanden in 1982. Het aftreden van de ministers Donner en Dekker na de Schipholbrand met elf omgekomen asielzoekers kan als voorbeeld dienen. Maar door hun snelle aftocht bleef de politiek geladen hamvraag onbeantwoord: was de brand niet het bijna voorspelbare gevolg van het overspannen beleid ongewenste vreemdelingen te weren?
De zelfmoord van de Russische asielzoeker Dolmatov in een Nederlandse cel in 2013 kon in dezelfde context worden gezien, maar leidde niet tot het aftreden van de verantwoordelijke staatssecretaris Teeven. Het scheelde een haar, maar de bewindsman bleef aan vanwege de politieke opportuniteit: de nog prille coalitie van VVD en PvdA wilde met hete tijden in het verschiet geen gedonder in de tent.
Zo staat nu de politieke opportuniteit een terugkeer van Hennis in Rutte III in de weg, welke doctrine je ook volgt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden