Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Carel ter Linden wil iets kostbaars behoeden voor de naderende winter

Opinie

Bert Keizer

© Trouw
Column

Afgelopen zaterdag zat ik in de auto te luisteren naar ‘De Taalstaat’, het onvolprezen programma van Frits Spits. Een van zijn gasten was Carel ter Linden, predikant. 

Ik heb hem twee keer horen spreken en beide keren trof mij zijn weloverwogen taalgebruik, zijn onberispelijke accent, de persoonlijke warmte die uit zijn stem spreekt. Daarbij komt hij vriendelijk aarzelend over, iemand die op elegante wijze rondtast op zoek naar iets van waarde.

Lees verder na de advertentie

Gasten moeten bij Frits kiezen uit een van drie kussens waarop zij plaats mogen nemen. Op elk van die kussens bevindt zich een portret van een schrijver. Ter Linden moest kiezen tussen Wolkers, Elsschot en Multatuli. Het werd Multatuli wegens diens ‘Gebed van den Onwetende’. Multatuli schreef daarin op venijnige toon: ‘Wanneer we zyn gemaakt met opzet, met ’n doel. En door onze onvolkomenheid dat niet bereiken... Dan valt de blaam van al ’t verkeerde op ons niet, Op ’t maaksel niet... maar op den Maker !’

Ter Linden heeft wat meer tijd nodig, maar Frits springt er als een dartele hond omheen

Ter Linden zei dat hij meer en meer die kant op schoof in zijn denken en voelen over God. Hij kan God niet langer zien als de Schepper of veroorzaker van een wereld die zo duidelijk vol ellende zit. Frits vroeg hem of dit geen ontgoocheling voor hem was? Nee, zei Ter Linden, eerder een opluchting, een bevrijding.

Twee tijdsgewrichten

Ter Linden is van 1933, Frits Spits is net niet van mijn jaar, hij werd in januari 1948 geboren, ik ben van november 1947. Ik hoor in zo’n gesprek hoe twee tijdsgewrichten, twee spreekstijlen ook, elkaar nog een laatste keer begroeten. De breedvoerigheid waarmee Ter Linden zijn betoog zou willen opzetten wordt door Frits herhaaldelijk afgestopt.

Naast tijdsgewricht speelt ook leeftijd hier een rol, want Ter Linden heeft wat meer tijd nodig om zijn woorden aan het rollen te brengen. Het is alsof hij rustig de paarden wil inspannen alvorens met enige niet ongracieuze moeite aan boord te klimmen van het rijtuig dat vervolgens statig de brede avenue op zal gaan rijden. Maar zover komt het niet echt, want Frits springt er als een dartele hond omheen die gewoon wil opschieten.

Zo zet Ter Linden enigszins plechtstatig in op de bijzondere missie van ‘de mens die de opdracht heeft om de aarde in wijsheid te bezitten, omdat wij immers …. ’ en Frits somt het maar meteen op: ‘Wij moeten daar goed mee omgaan.’ Punt. Ter Linden beschrijft vervolgens de Bijbel als ‘een gids … die gids is een manier waarop die bijbelse schrijvers het geheim van het bestaan waar het om gaat, wat het leven mogelijk maakt, het woord verlenen, opdat wij ..’ en opnieuw naderen we een panorama dat Frits bondig samenvat met de mededeling: ‘Ze maken er taal van.’

Betekenis

Ter Linden was te gast omdat hij zojuist een nieuw boek heeft geschreven onder de titel ‘Bijbelse Miniaturen’ waarin hij volgens de flaptekst ‘op een boeiende en verrassende manier de verborgen boodschap laat zien van deze oude verhalen die hun betekenis voor ons leven en de wereld van vandaag nergens verloren hebben’.

Waarom die boodschap verborgen moet zijn snap ik niet. Maar de vergelijking met Guus Kuijers ‘Bijbel voor Ongelovigen’ drong zich op en Frits vroeg Ter Linden daar iets over te zeggen. Na even beleefd te weifelen over hoe hij dit zou zeggen, kwam hij toch maar met: ‘Ik heb me buitengewoon geërgerd.’ Zo zegt Kuijer dat Abel zijn uitverkiezing er flink inwreef bij zijn broer, door te zeggen dat God hem had verkozen ‘omdat ik beter ben dan jij’. Neen, zegt Ter Linden. ‘Abel’ betekent ‘zuchtje wind’, ‘ademtocht’, ‘nietigheid’ en dat God juist voor deze geringe man kiest is zo typisch voor de bijbelse God, iets dat Kuijer geheel ontgaat, omdat hij niets van theologie afweet.

Ik weet veel te weinig van de Bijbel, van theologie en van Kuijers boeken om te kunnen zeggen of hier een verfijning terzijde geschoven wordt, of dat Kuijer juist wat licht en lucht bij de verdroogde mummie van ‘bijbelverhalen’ heeft binnengelaten. Maar wat ik vooral hoorde was een herfst die doorklonk in de rustige redeneertrant van Ter Linden.

Hoezo herfst? Nou, ik had het gevoel dat hij iets kostbaars wilde behoeden voor een naderende winter.  

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie en de raakvlakken daartussen. Lees hier voorgaande afleveringen.

Deel dit artikel

Ter Linden heeft wat meer tijd nodig, maar Frits springt er als een dartele hond omheen