Bush begreep hoe je een vijand aanpakt

De Republikeinse partij moet zichzelf opnieuw uitvinden na acht jaar Bush. En wel door de boodschap af te stoffen en te verbreden.

Toen ik in november vorig jaar in Washington was en in de verkiezingsnacht op weg naar mijn hotel langs het Witte Huis liep, stond een menigte mensen voor de hekken, die president Bush luidkeels aanmoedigde de stad te verlaten en wel nu en onmiddellijk terug te keren naar Texas. Het getuigde van de opluchting die zich van het publiek meester had gemaakt en die zich dezer dagen overal ontlaadt in essays en columns over acht jaar Bush. Het grote afrekenen is begonnen en zou het feestgedruis rondom Obama’s aantreden bijna overstemmen.

Die afrekening bestaat eigenlijk alleen maar in een intensivering van een bewuste beeldvorming waarin Bush het domme en verwende rijkeluiszoontje is dat de wereld verblind en arrogant in een aantal grote crises heeft gestort: de kredietcrisis, de oorlogen in Afghanistan en Irak, en de opwarming van de aarde als gevolg van zijn sceptische houding tegenover het Koyoto-verdrag. In die beeldvorming belichaamt Bush de karikatuur van de conservatief, de ’rechtse’ politicus zoals de linkse media hem graag zien.

Dat beeld wordt, vroeg of laat, gecorrigeerd door historici die zich met Bush’ presidentschap gaan bezighouden. Veel interessanter is op dit moment de vraag hoe Bush’ eigen achterban hem heeft beoordeeld en hoe het verder moet met de Republikeinse Partij, die na het verlies van McCain in verwarring achterbleef.

Amerikaanse conservatieven hebben het presidentschap van Bush kritisch gevolgd. Hij heeft natuurlijk goede dingen gedaan: hij heeft de belastingen verlaagd, voor conservatieve rechters in het Hooggerechtshof gezorgd en bij kwesties rondom abortus en stamcelonderzoek een helder pro-life standpunt ingenomen.

Het is niet zo moeilijk daar een lijstje van links-progressieve zonden tegenover te stellen. Zo is Bush begonnen over conservatisme met compassie (bestaat er dan ook conservatisme zonder compassie?), heeft hij de overheidsuitgaven doen exploderen en heeft hij de rol van de federale overheid in Washington op terreinen als onderwijs en gezondheidszorg doen toenemen.

Irak is weer iets geheel anders. Een mix van argumenten –van de promotie van democratie, humanitaire interventie, verzet tegen nucleaire proliferatie tot het opleggen van VN-resoluties – heeft de VS doen besluiten Irak binnen te vallen. Deze vorm van Wilsonianisme had de instemming van alle vooraanstaande Democraten, terwijl veel traditionele conservatieven haar afwezen.

Irak leek af te glijden naar een totale burgeroorlog, maar sinds de inzet van extra troepen kan er weer over de toekomst worden nagedacht. Bush sloot een verdrag met de Iraakse premier al-Maliki over de terugtrekking van de troepen in 2011.

Bush begrijpt in ieder geval dat er zoiets bestaat als het kwaad. Als je een vijand hebt –omdat iemand jou nu eenmaal tot zijn vijand heeft bestempeld– verdient de methode-Israël aanbeveling: je wacht niet af om te bezien wat die vijand gaat doen, maar je valt hem aan voordat hij jou (opnieuw) schade kan toebrengen.

Maar volgens vele conservatieven in Amerika is dit Bush’ hoofdzonde, het punt waarop alles is misgegaan: hij was een idealist, en erger nog: hij poseerde niet alleen als zodanig, hij geloofde er heilig in.

Amerikaanse conservatieven zien in het presidentschap van Bush de definitieve teloorgang (aangekondigd in films als ’Metropolitan’ van Whit Stillman) van de cultuur van de WASP, de White Anglo-Saxon Protestant. Dat brengt een gevoel van verlies met zich mee waarvoor de domme hoon van links –vergelijkbaar met de triomfantelijke toon van Herman Wijffels bij het uitbreken van de kredietcrisis– pijnlijk is. Die teloorgang valt samen met het einde van het Reagan-tijdperk. Een lange periode van macht die de conservatieve beweging heeft gecorrumpeerd.

De Republikeinse Partij moet zichzelf opnieuw uitvinden. Voor die herbronning worden nu ook nieuwe instituten opgericht. De Engelse Tory-leider David Cameron is een belangrijke inspiratiebron (wat hij trouwens ook voor VVD-leider Mark Rutte is). Door de oorspronkelijke boodschap af te stoffen en te verbreden, moet de Grand Old Party de volgende verkiezingen gewoon weer kunnen winnen. Misschien wel met Sarah Palin, anders met Bobby Jindal, nu nog gouverneur van Louisiana. Onhoud die naam!

Bart Jan Spruyt
publicist en voorzitter van de Edmund Burke Stichting

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden