OpinieBurgerschap

Burgerschapsonderwijs is te vaag om seksuele diversiteit in de klas overal goed te bespreken

Welke normen en waarden we de nieuwe generaties willen meegeven, moet duidelijk zijn. Dan pas kan de onderwijsinspectie controleren of gevoelige onderwerpen als tolerantie, vrijheid van meningsuiting en seksuele diversiteit op scholen voldoende aan bod komen, stellen Frank Buijs en Ger Rolsma namens de regenboognetwerken van CDA, PvdA, GroenLinks, VVD, D66, SP.

Eindelijk werd maandag in de Tweede Kamer het wetsvoorstel besproken dat de onderwijsinspectie meer tanden moet laten zien als waakhond bij het burgerschapsonderwijs. Daarbij ontstond tumult over uitlatingen van minister Slob over reformatorische scholen en LHBTI’s. Niet alleen de Kamer voert discussie over het burgerschapsonderwijs, ook daarbuiten bestaat maatschappelijke onrust over welke normen en waarden de nieuwste generaties wordt meegegeven. En terwijl scholen nog altijd wachten op een duidelijk verhaal over hoe de tientallen leerdoelen überhaupt in het onderwijs terecht moeten komen, brengt het kabinet al de rol van de onderwijsinspectie ter sprake bij gevoelige onderwerpen als tolerantie, meningsuiting en seksuele diversiteit. Zo spant het kabinet het paard achter de wagen.

Uiteraard is het voor de regenboognetwerken van de politieke partijen (CDA Pride netwerk, PvdA Roze Netwerk, RozeLinks, VVD LHBTI, PRIDE66 en SP Roze Netwerk) essentieel dat onderwijs ook gaat over seksuele vorming en seksuele diversiteit van leerlingen. Het maakt niet alleen kwetsbare leerlingen weerbaar, het maakt seksualiteit voor meerdere lagen van de bevolking bespreekbaar en leraren krijgen eindelijk meer rugdekking. Tenminste als normen en waarden duidelijk zouden zijn beschreven. Maar dat zijn ze niet.

Al achttien jaar klaagt de onderwijsinspectie over de vaagheid van het burgerschapsonderwijs, met name over seksuele diversiteit. Nog altijd besteden te veel scholen hier slechts ad-hoc aandacht aan. Deze aandacht is onontbeerlijk: depressie en zelfdoding komt nog altijd vijf keer vaker voor onder jongeren die homo, lesbisch, biseksueel of transgender zijn. Dat te veel scholen slechts sporadisch aandacht besteden aan seksuele diversiteit is dan ook ongewenst en problematisch.

 Elke school een uitgewerkte visie over seksuele diversiteit

Onderwijsinstellingen dienen niet alleen aandacht te besteden aan seksuele vorming en diversiteit, maar deze onderwerpen ook een volwaardige plaats te geven in het curriculum. Geef de leerkracht en de leerling duidelijkheid over welke eigen visie hun school hierover heeft en zorg dat die visie planmatig uitgewerkt is in leerdoelen per leerjaar.

Dat de rol van de onderwijsinspectie hierin nu pas op waarde wordt geschat, is jammer. Wij willen dat zij erop toeziet dat elke school zo’n uitgewerkte visie heeft over seksuele diversiteit, die kwalitatief goed onderbouwd is en vertaald naar praktische doelen in het onderwijs. Zulke specifieke eisen worden wel aan taal, rekenen en andere gebieden gesteld, maar gek genoeg nog altijd niet aan het vak burgerschap.

Een vitaal punt is dat een school een veilige omgeving voor iedere leerling of student moet bieden. Zonder dat kunnen zij zich niet goed ontwikkelen. Dat gevoel van veiligheid kunnen scholen meten. Het ligt voor de hand dat zij deze metingen op het gebied van seksuele vorming en diversiteit regelmatig doen en dat de onderwijsinspectie ingrijpt als te weinig veiligheid wordt geboden, iets wat op dit moment nog geen praktijk is. Ook de veiligheid van docenten is gebaat bij duidelijke en handhaafbare normen bij de visie over seksuele diversiteit: wat niet-onderhandelbaar is, hoeft niet onderhandeld te worden.

Wij verbazen ons erover dat de Tweede Kamer de handhaving door de onderwijsinspectie bespreekt, zonder dat de inhoud van het burgerschapsonderwijs vaststaat. Regel eerst wat van het onderwijs wordt verwacht, pas dan kan de inspectie het toezicht uitvoeren. Visiegebonden, systematisch en planmatig georganiseerd onderwijs over seksualiteit, seksuele diversiteit en burgerschap hoort op alle schooltypen standaard te zijn. Pas dan komt de afweging hoe deze kerndoelen duidelijk, meetbaar en handhaafbaar te maken.

Het is tekenend dat minister Slob de bevoegdheden van de onderwijsinspectie wil versterken binnen zijn termijn, maar hij kiest daarvoor de verkeerde volgorde.

Lees ook:

Minister Slob vindt antihomoverklaring scholen “een brug te ver”

Minister Arie Slob (onderwijs) vindt niet dat scholen een verklaring moeten vragen van ouders waarin staat dat zij afstand nemen van homoseksualiteit. “Dat is een brug te ver”, aldus de minister.

Slob: Homoseksualiteit afkeuren mag, zolang scholen zorgen voor een veilig leerklimaat

Scholen mogen homoseksualiteit afkeuren, maar moeten wel toezien op een veilig leerklimaat voor alle leerlingen, zei minister Slob (onderwijs) in de Tweede Kamer. Kritische Kamerleden vragen zich af of die twee dingen niet altijd met elkaar in strijd zijn.

Voor goed burgerschap moet je uit je bubbel breken

Hoe zorgen scholen ervoor dat hun leerlingen goede burgers worden? Trouw onderzocht het op vier verschillende middelbare scholen in het land. Hun visie op burgerschap verschilt, maar de overkoepelende boodschap is hetzelfde: stap uit die bubbel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden