Opinie Bevolkingsonderzoek

Borstonderzoek, goed dat het er is, maar moet het zó?

Na afloop van het eerste borstonderzoek kon Henriette de Jong wel janken, van opluchting maar ook van schaamte en ergernis. Kan dit niet anders?, vraagt deze lezeres zich af. 

Als verse vijftigjarige kreeg ik onlangs mijn eerste oproep voor het bevolkingsonderzoek naar borstkanker. Fris gedoucht en best gespannen fiets ik naar de parkeerplaats van het plaatselijke theater, waar het mobiele onderzoekscentrum staat. Binnen stuit ik op een kleine, benauwde ruimte met vijf stoelen, een tijdschriftenrek en een witgejaste dame achter een balie. Ik mag gaan zitten. Blijkbaar zijn er nog enkele wachtenden voor mij.

Na enkele minuten voel ik de claustrofobische paniek langzaam in mijn buik naar boven kruipen en ik moet mezelf beheersen om niet naar buiten te rennen, de koele morgenlucht in om nooit meer terug te komen. Ik spreek mezelf streng toe, concentreer me op mijn ademhaling en pak mijn telefoon. Het felicitatieberichtje dat ik verstuur naar een kennis geeft een vrolijk toeterend geluidje. De telefoon van mijn buurvrouw begint ook te bliepen, wat ons een verstoorde blik van achter de balie oplevert. De assistente maant ons streng om ‘in íeder geval het geluid uit te zetten’ en neemt nog een slok van haar koffie.

Gesjor en getrek

In een van de drie piepkleine kleedhokjes mag ik mijn bovenkleding uittrekken en vanaf de andere kant word ik opgehaald voor de mammografie. Het gesjor en getrek aan mijn borsten voelt enorm ongemakkelijk aan. Gelukkig is er geen spiegel in de ruimte, ik wil mijzelf niet zien in deze meest onelegante positie ever.

Als ik na twintig minuten weer aangekleed buiten sta, kan ik ineens wel janken. Van opluchting, maar ook van schaamte en van ergernis. Ik vraag me af waarom dit onderzoek, waar jaarlijks een miljoen vrouwen aan wordt onderworpen, niet op een wat prettiger manier en locatie kan plaatsvinden. Op de site lees ik dat er landelijk 10 vaste en 59 van deze mobiele onderzoekscentra zijn, want ‘we willen het onderzoek zo dicht mogelijk bij huis aanbieden’.

Aan de ene kant begrijp ik dat wel, maar wat een hel is zo’n unit! Wat voel je je een nummer, een lichaam, afgewerkt, aangerand. Wat zal het er ’s zomers bloedheet zijn. Ik deed een beetje lelijk over de dame achter de balie, maar je zult hier maar werken. Geen daglicht, geen privacy, bliepende vrouwen die voortdurend op je vingers kijken.

Ik schat dat er per uur vijftien vrouwen worden onderzocht. Vergelijk dat met een fysiotherapeut: die ‘doet’ er misschien twee per uur en zetelt doorgaans in een ruime praktijk met aparte wachtkamer, koffie en airco. En wij, vrouwen boven de vijftig, gaan iedere twee jaar als koeien door de melkmachine en dan over tot de orde van de dag. Kan dit nu echt niet anders? Of ben ik de enige die zich hierover opwindt?

Lees ook:

Het bevolkingsonderzoek levert heel veel stress op, zijn er geen alternatieven?

Een oproep voor een bevolkingsonderzoek zorgt voor veel onrust. Zijn er geen alternatieven, vraagt lezeres Marian van ’t Klooster zich af.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden