Opinie Milieu

Boeren en milieu hebben baat bij herverkaveling

Deel het weideland efficiënt op, dan kunnen melkveehouders beter uit de voeten en wint de natuur, stelt Pieter Winsemius, oud-minister van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer voor.

Welk beleid kan leiden tot een lagere stikstofbelasting en tegelijk rekenen op draagvlak onder melkveehouders? Zo’n beleid begint idealiter met een visie: welk eindspel heb je voor ogen over, zeg, 30 jaar, om vervolgens vanuit die verre toekomst terug te denken naar concrete maatregelen. Dat eindspel kan uitgaan van een opdeling van de huidige 1,4 miljoen hectare weideland in drie gebieden.

In de eerste plaats een ‘rood’ gebied van zo’n 0,5 miljoen hectare dat optimaal is ingericht voor de hoogproductieve melkveehouderij. Door de gangbare melkveehouderij te concentreren op de meest geschikte gronden kan het overgrote deel van het huidige melkvolume van 15 miljard liter worden geproduceerd: 2,5 koe per hectare, 10.000 liter op jaarbasis per koe telt op naar 12,5 miljard liter van deze ‘rode’ grond.

Door hun hogere productiviteit kunnen de veehouders optimaal concurreren op de wereldmarkt. Bovendien wordt hun stikstofuitstoot beperkt. ­Immers, dezelfde melkhoeveelheid wordt geproduceerd met een kleiner aantal koeien. Deze boeren zijn wel gebonden aan strenge milieuspelregels (Best Ecological Means). Vooral wanneer de koeien vaker op stal worden gehouden, wordt door verdergaande innovatie de uitstoot uiteindelijk vermeden.

Overlevingskans voor kwetsbare weidevogels

Ten tweede: een ‘oranje’ gebied (ook 0,5 miljoen hectare) dat kan fungeren als bufferzone rond steden en het huidige (groene) gebied met natuurbestemming. Een ‘brede’ landbouw combineert hier een lager productieve melkveehouderij met nevendoelstellingen. Met één koe per hectare die jaarlijks 6000 liter geeft, levert dat 3 miljard liter melk op. De lagere veedichtheid in het open weideland resulteert in een lagere stikstofuitstoot.

Speciaal met stevig agrarisch natuurbeheer komt een inclusieve melkveehouderij binnen bereik, waarbij ook de uiterst kwetsbare weidevogels een overlevingskans hebben. Dat is geen luxe, maar – voordat de Raad van State het zegt – een noodzaak. Grutto en kievit wankelen en de kemphaan is nagenoeg verdwenen. Nederland heeft hier een bijzondere verantwoordelijkheid: 85 procent van de wereldpopulatie van grutto’s broedt in ons weidegebied.

Rood en oranje tellen samen op tot een grotere melkproductie dan nu.

Ten derde: een overloopgebied (ongeveer 0,4 miljoen hectare) met vooralsnog de oranje kleur, maar dat op termijn een andere bestemming dient te krijgen. Denk aan woningbouw, recreatie of natuur. ‘We’ moeten immers onze aanstaande landgenoten ergens huisvesten, en tevens een volwaardig Nationaal Natuur Netwerk vormgeven.

Geen hapsnapmaatregelen

Als dit het eindspel is, dan dienen we op korte termijn keuzes te maken. Het geeft geen pas om nu hapsnapmaatregelen te nemen, zolang ze maar optellen naar een bepaalde stikstofbeperking. Ze zijn onnodig duur en leiden niet tot de wenselijke combinatie van een moderne landbouw en een robuuste natuur.

Durven onze politieke voorlieden veehouders uit te dagen tot een hoogproductieve, ‘rode’ bedrijfsvoering en daartoe de voorwaarden te creëren? Zijn zij bereid om geringere bedrijfsresultaten van veehouders in het oranje gebied te compenseren door maatregelen als ­lagere waterschapslasten en een hogere melkopbrengst?

De aankomende Wet Ruimte voor Duurzaamheidinitiatieven geeft de zuivelsector mogelijkheden voor prijsafspraken onder voorwaarde van meer duurzaamheid. Minder stikstofuitstoot in combinatie met het herstel van weidevogels hebben zo’n meerwaarde.

Een paar cent extra per liter melk leidt tot de hogere ‘oranje’ opbrengst met ook voor deze veehouders een goede toekomst. De beleidsvoorstellen vereisen een herverkaveling waarbij boeren met hun voeten kunnen stemmen. Kiezen zij voor een ‘rode’ bedrijfsvoering of vanwege de financiële prikkels voor vestiging in het oranje gebied? Nu dreigt grijsinkleuring van het weidegebied: noch optimaal ingericht voor de hoogproductieve veehouderij noch voor de brede bedrijfsvoering (met bijvoorbeeld een hoger waterpeil, vereist voor natuurdoelen, waterberging, ­beperken van bodemdaling en het vastleggen van CO2).

Activerend ruimtelijk en milieubeleid bieden perspectief en maken repressief beleid met dwangmaatregelen overbodig. Dat beleid zou de inzet van overheid en bedrijfsleven moeten zijn. Veel jonge boeren werken daaraan mee en moeten daartoe worden uitgedaagd.

Lees ook:

Woningaanbod steeds kleiner en duurder

Het te koopbord staat steeds korter in de tuin, maar het zijn alleen dure huizen die sneller worden verkocht. Onder de 250 duizend euro zit de markt muurvast.

Filosoof: In de stikstofdiscussie wordt één belangrijke veroorzaker vergeten, de banken

Banken nemen beslissingen met politieke en morele gevolgen. Die zouden ze moeten meewegen in hun beleid, zegt politiek filosoof Eric Schliesser. Uiteindelijk zijn ook de banken die boeren leningen verstrekken verantwoordelijk voor de stikstofcrisis.

Wat wil de boer nou eigenlijk? Vijf inzichten om de boerenprotesten beter te snappen

De boerenprotesten zullen in het nieuwe jaar doorgaan. Daarmee dreigt het gevaar dat de kloof met de rest van de maatschappij wordt vergroot. Vijf inzichten om dat gat te dichten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden