OpinieCommentaar

Bloedkatoen uit Xinjiang is ook een zaak van het Westen

China heeft de afgelopen decennia een enorme economische ontwikkeling doorgemaakt, en daarmee honderden miljoenen Chinezen uit de armoede gelicht. Dat is een prestatie van formaat, ook al ging het er vaak niet zachtzinnig aan toe. Werknemers in de fabrieken in Chinese groeigebieden hadden en hebben het zwaar: arbeidsrechten zijn beperkt en ze moeten onder moeilijke omstandigheden lange uren maken om de consumptiegoederen in elkaar te knutselen die wij in het Westen met graagte afnemen.

Nu is volgens Peking een volgend gebied aan de beurt om opgestuwd te worden in de vaart der volkeren: in de westerse provincie Xinjiang is de economische ontwikkeling nog niet doorgedrongen. Daar moet de bevolking óók meeprofiteren, vinden ze in Peking. Mooie bijkomstigheid is dat de lonen daar dusdanig laag liggen dat westerse bedrijven die China een beetje duur beginnen te vinden, er alsnog terecht kunnen.

Maar waar de communistische leiding in het oosten van het land al een harde hand hanteerde bij het emanciperen van arme boeren en arbeiders, gaat het er in Xinjiang nog harder aan toe. Onacceptabel hard. Want in Xinjiang wonen de Oeigoeren, een islamitische minderheid die de overheid in Peking feitelijk allemaal als potentiële terroristen beschouwt.

Bedrijven legitimeren feitelijk de culturele genocide in Xinjiang

Daarom is de Chinese overheid sinds enkele jaren bezig met een systematische campagne om de Oeigoerse bevolking in de gaten te houden en te assimileren. Die assimilatie krijgt zijn beslag in heropvoedkampen waar tot wel een miljoen Oeigoeren opgesloten zijn – ook al noemt ­Peking het trainingskampen waar de betrokkenen allerlei relevante beroepskennis aangereikt krijgen.

Daarnaast sijpelen er al geruime tijd berichten binnen dat honderdduizenden Oeigoeren gedwongen werken in de katoen- en textielindustrie – Xinjiang is grootleverancier van katoen, niet alleen binnen China maar wereldwijd. Het is daardoor niet uitgesloten, sterker: vrijwel zeker, dat westerse bedrijven ­betrokken zijn bij het verwerken van katoen die verbonden is aan deze textieldwangarbeid. Daardoor legitimeren ze feitelijk de culturele genocide die in Xinjiang gaande is.

Dat moet stoppen. In de eerste plaats door vanuit het Westen diplomatieke druk op Peking te blijven voeren om dit onmenselijke beleid te beëindigen, of door sommige Chinese staatsbedrijven te boycotten (zoals Washington al doet). En in de tweede plaats door van in ­ieder geval westerse bedrijven te eisen dat zij hun toeleveringsketens dusdanig op orde krijgen dat ze kunnen garanderen dat er geen ‘bloedkatoen’ in hun spullen verwerkt zit. Daar ligt ook een taak voor overheden in westerse landen – maar evengoed van consumenten die daar wonen.

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden