Opinie Bijzonder onderwijs

Bijzonder onderwijs geeft inspiratie

Het gaat er niet om of niet-religieuze mensen behoefte hebben aan onderwijs op religieuze grondslag, het gaat erom of religieuze mensen daaraan behoefte hebben. Dát is de vrijheid van onderwijs, reageert PKN-lid Henk Koster op de column van Jamal Ouariachi. 

In zijn column in Trouw (22 juli) bekritiseert Jamal Ouariachi onderwijs op religieuze grondslag. Hij wantrouwt de motieven van ouders om hun kinderen naar dergelijk onderwijs te sturen. Ze zouden zo hun kinderen voor alternatieve ideeën willen behoeden en zuiver in het geloof houden.

Ik constateer dat Jamal Ouariachi uitgaat van achterhaalde ideeën over waar het in het geloof om gaat, althans in het christelijk geloof. Het gaat daarin over goed en kwaad en over wat mensen daarbij drijft. En niet over hoe de wereld tot stand is gekomen en niet over wat er in de materiële werkelijkheid gebeurt. Zeker, religieuze mensen moeten de moderne wetenschap verdisconteren in hun wereldbeeld en de valkuil van sektarisme vermijden. Maar zij zijn zich daar over het algemeen goed van bewust.

Wat goed en kwaad betreft veegt Jamal Ouarianchi religie aan de kant door te wijzen op het moreel hoogstaand handelen van talloze niet-religieuze mensen: voor zulk handelen heb je dus geen religie nodig. Als dat al zo is, dan nóg laten religieuze mensen nu eenmaal hun houding tot goed en kwaad bepalen door het vertrouwen op God, die opdraagt de naaste lief te hebben en recht te doen, tot aan vreemdeling en vijand toe. Dát wordt iedere week gepredikt van de kansels, dát wordt geleerd in het christelijk onderwijs.

Het is, dunkt mij, toch invoelbaar dat ouders die boodschap graag uitgewerkt en toegepast willen zien op de school van hun kinderen als belangrijke oefenplaats voor samenleven. Maar Jamal Ouariachi heeft er geen behoefte aan en hij vermoedt dat hij namens velen spreekt. Misschien is dat zo, maar dat is hier het punt niet.

Het gaat er niet om of niet-religieuze mensen behoefte hebben aan het bestaan van bijzonder onderwijs op religieuze grondslag; het gaat erom dat religieuze mensen daar behoefte aan hebben. Dát is nu juist de vrijheid van onderwijs.

Als die religieuze mensen weten te voldoen aan getalscriteria voor het aantal leerlingen, aan de kwaliteit van onderwijs én aan de vraag of de kinderen tot zelfstandige en betrokken burgers opgevoed en opgeleid worden, dan is de maatschappij er juist bij gebaat dat religieuze mensen dat op hun manier vorm geven.

Zo geef je mensen een plek in onze samenleving, om vanuit de eigen inspiratie mee te doen en niet afzijdig te blijven.

Lees ook:
Religieus onderwijs staat de ontwikkeling van kinderen in de weg

Door de perikelen rond het Cornelius Haga Lyceum is de discussie opgelaaid over het bijzonder onderwijs, dat gewaarborgd wordt door artikel 23 van de Grondwet. Je moet er natuurlijk voor waken dat zo’n discussie niet het zoveelste symptoom wordt van de nationale obsessie met de islam, maar in principe is het goed om in het jaar onzes Heeren 2019 zo’n grondwetsartikel eens te evalueren.

Drie verschillende ingangen voor een basisschool - uit angst

Mijn collega Jamal Ouariachi schreef een stevige column over het bijzonder onderwijs. Hij kon in zijn korte bestek uiteraard niet alle gevolgen van artikel 23 van de Grondwet behandelen. Daarom voeg ik er nog wat aan toe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden