Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Bij het nakijken van examens is veel willekeur in het spel

Opinie

Martin Bakker

© ANP
Opinie

Eerste en tweede corrector zijn het niet altijd eens. Dat kan verstrekkende gevolgen hebben, aldus Martin Bakker, leraar aardrijkskunde op de havo en het vwo. 

Onlangs verzuchtte een collega biologie, na een negatieve ervaring met een tweede corrector: “als de ouders eens zouden weten hoe het eraan toegaat.” Daarmee bedoelde ze de verschillen die optreden tussen docenten bij het nakijken van de open vragen van een eindexamen en de interpretatie van de antwoorden: de eerste corrector was te soepel, de tweede was te streng. Of andersom.

Lees verder na de advertentie
Het zal je maar gebeuren, dat je net niet slaagt door iets dat mogelijk niet klopt. Als de ouders dát zouden weten.

Het nakijken van de open vragen is aan regels gebonden, maar nog altijd subjectief. Een andere collega noemde het een ‘tombola’. Zelf had hij ervaren dat zijn collega in het werk dat hij als tweede corrector nakeek, veel punten had laten liggen voor zijn leerlingen, zelfs antwoorden die letterlijk in het correctievoorschrift genoemd werden. De betreffende docent bleek overspannen.

Slikken

Terug naar de collega biologie. Zij had al twee jaar op rij te maken met een tweede corrector die precies wist hoe je moest nakijken en daarin geen inspraak duldde. Geen overeenstemming, maar slikken dus. Het maakt niet uit wie er gelijk heeft, er is in ieder geval een serieus meningsverschil. De examenuitslag kan dus anders uitpakken per leerling, afhankelijk van de docent die het werk ­nakijkt.

Zelf had ik een positieve ervaring met mijn tweede corrector. Mijn grotestadsleerlingen groeien in een ander milieu op dan die van mijn tweede corrector, die in Friesland lesgeeft. Dat levert verschillen op bij de onderwerpen globalisering en leefomgeving. Dankzij het inlevingsvermogen van mijn tweede corrector die de antwoorden van mijn leerlingen niet altijd begreep, maar mijn oordeel respecteerde, kwam het voor mij goed. Volgend jaar kan dat heel anders zijn.

Een collega geschiedenis heeft mij eens laten meelezen met het oordeel van zijn tweede corrector. Het ging hier om de toepassing van het correctievoorschrift. Bij veel vakken staat er bij de antwoorden van de open vragen: ‘juiste antwoorden zijn: ...’, waarmee de examenmaker zegt dat er nog andere antwoorden goed kunnen zijn. Die moet je goed rekenen als die aantoonbaar juist zijn. Dat wilde deze tweede corrector niet doen. Het zou mij niet verbazen als er elk jaar honderden ­docenten zijn die alternatieve antwoorden niet goed rekenen, omdat ze zelf die verantwoordelijkheid niet durven nemen.

Niet eenduidig

Het is bij meningsverschillen mogelijk een derde correctie aan te vragen bij de onderwijsinspectie. Velen hebben ervaren dat de derde corrector niet altijd een goede corrector is. De derde corrector kijkt het hele werk na en overleg hierover is uitgesloten, zijn oordeel staat vast. Meestal komen daar weer ­andere uitslagen uit, wat alleen maar het vermoeden bevestigt dat hier sprake is van willekeur.

Het beroep van docent biedt al ­decennia te weinig tijd en middelen voor het bijhouden van vakinhoud en persoonlijke ontwikkeling. Het is daarom niet verwonderlijk dat de beroepsgroep niet eenduidig nakijkt. In die kleine week die er is voor overleg tussen eerste en tweede corrector, vanwege de afstanden doorgaans per e-mail en telefoon, kan dat probleem niet worden opgelost.

Op basis van meer dan tien jaar eindexamens nakijken en gesprekken met docenten van veel verschillende vakken heb ik sterk het vermoeden dat er jaarlijks in honderden gevallen een examenresultaat van een leerling anders had kunnen uitpakken. Zeker als je ­bedenkt dat bovengenoemde interpretatieverschillen zich bij meerdere vakken kunnen voordoen.

Het zal je maar gebeuren, dat je net niet slaagt door iets dat mogelijk niet klopt. Als de ouders dát zouden weten.

Lees ook: 

Niets aan de hand

Columnist René Kneyber vraagt aandacht voor de examens in de beroepsgerichte leerwegen van het vmbo.

Weer problemen op scholenkoepel LVO Limburg

Scholenkoepel LVO in Limburg raakte vorig jaar in opspraak toen de examens van honderden leerlingen van het VMBO Maastricht ongeldig werden verklaard. En dat is niet de enige LVO-school in de problemen. Op het Stella Maris College in Meerssen ging veel mis met een nieuw leersysteem.Weer problemen op scholenkoepel LVO Limburg

Deel dit artikel

Het zal je maar gebeuren, dat je net niet slaagt door iets dat mogelijk niet klopt. Als de ouders dát zouden weten.