Opinie

Betrek steden meer bij het asielbeleid

Het olympisch hockeycomplex in Athene dient als opvangkamp.Beeld EPA

Een lokale aanpak van het asielprobleem werkt beter dan nationaal beleid, betoogt Karin Geuijen, die onderzoek doet naar de asielkwestie aan de Universiteit Utrecht en Oxford University.

Alweer gaat een kabinetsformatie over migratie- en asielbeleid: het kinderpardon, de bed-bad-brood-regeling, grensbewaking, en nieuwe deals met Afrikaanse landen om migranten tegen te houden. De discussies kennen steeds dezelfde botsende argumenten: aan de ene kant bescherming van vluchtelingen en hun mensenrechten, en aan de andere kant bescherming van de nationale economische, sociaal-culturele en veiligheidsbelangen. Zij leiden echter niet tot doorbraken op de plekken waar de problemen daadwerkelijk spelen.

Dat is in Nederland en andere Europese landen en daarnaast ook 'in de regio' waar 85 procent van de 65 miljoen vluchtelingen op de wereld zich bevindt. Meestal hebben ze daar weinig uitzicht op een normaal leven: weinig scholing voor kinderen, geen werk, etnische uitsluiting. We hebben nu niet zozeer nieuwe argumenten nodig, maar nieuwe daden op nieuwe plekken. De uitweg uit de impasse, uit de discussies en de structurele problemen zal niet komen van nationale politici, maar is mogelijk wel te vinden in de pragmatische aanpak van steden. Die past in de 'local turn' die de politicoloog Benjamin Barber analyseerde in zijn boek 'If Mayors Ruled the World'. Ik noem drie voorbeelden hiervan in de asielkwestie.

Overal in Europa zijn lokale initiatieven rond opvang- en integratie van asielzoekers en vluchtelingen. In Augsburg staat Hotel Cosmopolis, een voormalig verzorgingshuis waarin kunstenaars studio's hebben gevestigd en waar toeristen en asielzoekers tijdelijk verblijven. The Movement Hotel in de voormalige Bijlmerbajes in Amsterdam lijkt daar op. In Athene wordt City Plaza door vluchtelingen zelf gerund. In Utrecht hebben de gemeente, ondernemers en ngo's Plan Einstein opgezet waar asielzoekers en jongeren uit de buurt samen wonen en cursussen ondernemerschap en business english volgen. Dit zijn lokale initiatieven die de opvang en integratie op een pragmatische manier hanteerbaar maken zonder in politieke discussies te verzanden.

Stadsasiel wordt een serieuze beweging

Maar steden doen meer. Precies een jaar geleden overlegden 50 grote Europese steden concreet met elkaar over hoe ze een deel van de duizenden vluchtelingen zouden kunnen opnemen die vast waren komen te zitten in Griekenland en Italië nadat de Balkangrenzen gesloten werden. Inmiddels oefent de Engelse stad Bristol druk uit op de eigen regering om alleenstaande vluchtelingenkinderen te mogen opnemen, zien we in de VS 'santuary cities' ontstaan en is deze maand de tweede internationale burgemeestersconferentie, waarin opnieuw de vluchtelingenkwestie aan de orde komt. Natuurlijk verbieden staten tot nu toe dat dit soort 'stadsasiel' van de grond komt. Het lijkt desondanks een serieuze beweging te worden die een alternatief biedt voor de impasse rond toelating waarin nationale staten verstrikt zijn geraakt.

Een derde alternatief is tot nu toe nog minder uitgewerkt. Steden kunnen samenwerken met counterparts in de regio, zodat al dat geld niet naar dictatoriale regimes, warlords en mensensmokkelbendes gaat, maar naar lokale initiatieven van en met vluchtelingen en de lokale bevolking die het leven ter plekke in eigen hand nemen. Denk aan onderwijs en microkredieten. Stedenbanden zijn een goed kanaal voor dit soort rechtstreekse samenwerking, vooral in de combinatie met (sociale) ondernemers en ngo's. Dit kan eraan bijdragen dat vluchtelingenlevens minder uitzichtloos worden, dat vluchtelingen dus minder de noodzaak zullen voelen om door te migreren naar Europa en er dus minder geld naar grensbewaking hoeft te gaan.

Dit soort pragmatisch 'lokaal' handelen maakt een vruchtbaarder benadering van de asielkwestie mogelijk dan het blijven hangen in steeds dezelfde besprekingen op nationaal niveau. Hopelijk geeft het nieuwe regeerakkoord hiervoor de ruimte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden