OpinieCoronacrisis

Betrek religieuze leiders bij de aanpak van het coronavirus in West-Afrika

Bij de ebola-crisis in 2014 droegen uiteindelijk religieuze leiders in West-Afrika bij aan de bestrijding ervan. Ook nu moeten hulporganisaties van hun gezag gebruik maken, schrijft Manuel Voordewind van ontwikkelingsorganisatie Tear.

Religieuze leiders hebben een cruciale rol gespeeld in de ebolacrisis van 2014 in West-Afrika. Het is van groot belang dat hulporganisaties, overheden en donoren opnieuw met hen samenwerken in de strijd tegen het coronavirus.

Het was januari 2014, toen in het grensgebied tussen Guinea, Sierra Leone en Liberia een jongetje van twee en zijn moeder werden getroffen door het ebolavirus. Het virus verspreidde zich vervolgens snel door West-Afrika en zou meer dan tienduizend mensen het leven kosten.

Ook het gedrag van religieuze leiders heeft hier aanvankelijk aan bijgedragen. Zo verspreidden sommige leiders desinformatie over het virus en legden zij de schuld bij de mensen zelf. De Liberiaanse Raad van Kerken stelde in juli 2014 dat ‘God boos is op Liberia’. Liberianen moesten bidden en Gods vergeving zoeken vanwege de corruptie en ‘immorele handelingen’ (zoals homoseksualiteit) in de samenleving. Ook islamitische begrafenispraktijken droegen bij aan de verspreiding van het virus; het traditionele wassen van over­ledenen leidde tot veel besmettingen.

Andere aanpak

Dat het probleem vaak de oplossing is, zagen we ook hier. Toen in de zwaarst getroffen gebieden ook veel religieuze leiders ziek werden, versterkte dat de wil om na te denken over een andere aanpak. Geloofsleiders speelden vanaf dat moment een belangrijke rol in het informeren van hun achterban over de verspreiding van het virus, pasten religieuze handelingen rond begrafenissen aan en zorgden voor gedragsverandering.

Vanwege hun belangrijke rol in de gemeenschap maakte hun handelen een wezenlijk verschil in de strijd tegen de verdere verspreiding van ebola.

Allereerst lukte het religieuze leiders om medische boodschappen die aanvankelijk vooral angst veroorzaakten, om te vormen tot boodschappen van hoop. Dat hielp mensen om voorschriften in hun eigen religieuze taal te begrijpen. Hierdoor nam de scepsis af en kwam er gedragsverandering.

Ten tweede werkten geloofsleiders en stamhoofden nauw samen met internationale hulporganisaties en de overheid om zieken te identificeren en quarantaine te organiseren. Door het vertrouwen en respect dat geloofsleiders hebben, accepteerden mensen hun aanwijzingen. Ook speelden geloofsleiders een cruciale rol bij het aanpakken van stigmatisering. Zij gingen uitsluiting van ebolapatiënten tegen door inhoudelijke informatie te geven, gekoppeld aan waarden als compassie.

Emotionele ondersteuning

Ten slotte zorgden religieuze leiders voor de nodige counseling en psycho­sociale hulp. Een ziekte die alleen gestopt kan worden als men het fysieke contact met zieke dierbaren verbreekt, heeft een vreselijke impact op het emotionele welzijn van een gemeenschap. Dat zien we nu ook in eigen land. De zorg en saamhorigheid van religieuze gemeenschappen boden de emotionele ondersteuning en begeleiding waar overheden en hulporganisaties geen tijd voor hadden.

In de Democratische Republiek Congo doet ontwikkelingsorganisatie Tear er nu alles aan om het netwerk van kerken opnieuw te mobiliseren. We zien dat religieuze leiders hun rol oppakken in de informatievoorziening. Ze gebruiken radio en sms-acties om met hun gemeenschappen te communiceren, nu bijeenkomsten verboden zijn.

Met het coronavirus staan we mogelijk aan de vooravond van een enorme humanitaire ramp in Afrika. Religieuze leiders kunnen een grote rol spelen in de bestrijding hiervan. Het is aan de humanitaire sector, overheden en donoren om hen, en het enorme potentieel dat zij hebben, niet over het hoofd te zien maar vanaf het begin effectief in te zetten, zodat de schade in het continent beperkt blijft. 

Lees ook:

Congo zou ebolavrij worden verklaard, nu is het toch weer mis: drie nieuwe besmettingen

De Democratische Republiek Congo zou afgelopen zondag ebolavrij worden verklaard, na 42 dagen van geen nieuwe besmettingen. Op de valreep ging het mis met drie nieuwe ebola-gevallen half april.

Internationale samenwerking is hard nodig om een humanitaire ramp te voorkomen

Laat de coronacrisis niet uitlopen op een internationale humanitaire ramp, waarschuwen Lindy van Vliet en Peter Gildemacher. Ze werken beiden op de Kennisafdeling van KIT Royal Tropical Institute.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden