Opinie

Betrek militair bij opsporing jihadgangers

Nederlandse militairen in Afghanistan. Beeld WFA

Militairen kunnen helpen om bewijs te verzamelen voor processen tegen jihadgangers, betoogt Bibi van Ginkel, die werkt voor het International Centre for Counter-Terrorism in Den Haag.

De nieuwe regering wil het mogelijk maken om jihadgangers na terugkeer in Nederland langer in voorarrest te houden, zodat er meer tijd is om bewijs te verzamelen voor mogelijk gepleegde, ernstige strafbare feiten. En omdat juridisch onderzoek in landen als Irak en Syrië niet alleen tijdrovend maar ook heel moeilijk is, wordt ook meer ingezet op internationale samenwerking. Met beide voornemens wil de regering straffeloosheid tegengaan, maar of verdachten nu ook echt vervolgd zullen gaan worden voor de misdaden die ze feitelijk hebben begaan, is daarmee verre van gegarandeerd.

Lastige opsporing

Omdat opsporing en arrestatie in een onveilige en chaotische (post)conflictsituatie zo moeilijk zijn, hebben nationale opsporingsautoriteiten zich tot nu toe voornamelijk gericht op het vervolgen van samenzwering en/of het lidmaatschap van een terroristische organisatie, en het (mede) voorbereiden van terroristische aanslagen. Dus niet op het vervolgen van de daadwerkelijk gepleegde geweldsdelicten. Bewijzen daarvoor zijn grotendeels gebaseerd op informatie uit sociale media en afgetapte telefoongesprekken. Hoewel deze werkwijze op zichzelf effectief - zij het niet gemakkelijk - kan zijn, doet dit geen recht aan de terreurslachtoffers en hun naasten, die met een nog ernstiger trauma blijven zitten als de daders wegkomen met een relatief milde straf.

Zowel de Europese Unie als de Verenigde Naties onderkennen dit probleem, en zoeken naar manieren om de kloof tussen pragmatisme en effectieve rechtsvervolging van de werkelijk gepleegde feiten te dichten.

Geen gekke gedachte

Het Internationaal Centrum voor Contra-Terrorisme heeft in 2015 onderzoek gedaan naar de rol die militairen kunnen spelen bij het vergaren van bewijs en het eventueel arresteren van verdachten in omstandigheden waarin het voor officieren van justitie eigenstandig onmogelijk is hun werk te doen. Geen gekke gedachte. Militairen zijn immers gedurende operaties vaak als eerste ter plaatse nadat een terroristische aanslag is gepleegd, lopen tegen bewijs aan of zijn in de gelegenheid verdachten gevangen te nemen. Met het juiste mandaat, de juiste instructie en een goede samenwerking tussen opsporings- en vervolgingsautoriteiten van land van herkomst en land van bestemming, alsmede met de militairen ter plaatse, kunnen militairen een ondersteunende rol spelen in de opsporing.

Het inzetten van militairen voor civiele zaken heeft eerder vruchten afgeworpen. Denk aan de anti-piraterijoperaties, maar ook in voormalig Joegoslavië vervulden militairen deze rol. Ook in landen als Irak en Syrië zouden militairen dit soort extra taken niet uitvoeren om verdachten voor militaire tribunalen te brengen; ze zouden ten dienste staan van het civiele strafproces.

Geen ingrijpende wijzigingen 

Een veelgehoord tegenargument, ook van Nederlandse beleidsmakers, is dat militairen niet met nog meer taken belast moeten worden. Dit is echter een kortzichtig antwoord. Ten eerste zijn er tal van mogelijkheden om zonder al te ingrijpende wijzigingen in de taakomschrijving militairen wel degelijk een nuttige bijdrage te kunnen laten leveren aan het civiele opsporingsproces. Ten tweede is de uiteindelijke, overkoepelende internationale doelstelling niet om terroristen met militairen middelen te verslaan, maar om de grondbeginselen van de rechtsstaat te laten zegevieren. Militaire operaties spelen daarin een faciliterende en soms cruciale rol, maar die inzet is geen doel op zichzelf.

Het zou het nieuwe kabinet sieren om, naast het verlengen van het voorarrest, het Internationaal Centrum voor Contra-Terrorisme te helpen bij zijn werk om voor de Verenigde Naties internationale richtlijnen te ontwerpen die de vervolging van terrorismeverdachten ten goede komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden