null Beeld

CommentaarKinderhartchirurgie

Betere kinderhartzorg lukt beter als je dat op minder locaties doet

Redactie Trouw

Bewindslieden die ziekenhuisafdelingen sluiten, maken nooit vrienden. Dat wist minister Kuipers van volksgezondheid vast ook wel toen hij onlangs het besluit van zijn voorganger Hugo de Jonge bekrachtigde om de centra voor kinderhartchirurgie in Leiden, Amsterdam en Groningen te sluiten. Er blijven dan twee afdelingen over, in Rotterdam en in Utrecht.

Vooral in Groningen leidt dit tot heftige reacties van het universiteitsziekenhuis, ouders van de patiëntjes, regiobestuurders en de bevolking. Daarbij leggen sommigen de link tussen de voorgenomen sluiting van de kinderhartchirurgie en de extra gaswinning, als bewijs dat de provincie aan alle kanten in het verdomhoekje zit.

De wijze waarop Den Haag de afgelopen decennia met de bewoners van het aardbevingsgebied is omgegaan, is beschamend; het is niet meer dan logisch dat de woede hierover groot is. En alleen al door de timing – zo vlak na de mededeling dat er toch meer gas gaat worden gewonnen – is het niet vreemd dat er een verband wordt gelegd tussen beide kwesties.

Vijf centra is te veel, dat vindt iedereen

Maar volgens de kinderhartchirurgen van de centra die wel door mogen, overheerst de emotie in de discussie, en daarin hebben ze gelijk. Er wordt al decennialang over gepraat, iedereen is het er over eens dat vijf centra te veel is en dat concentratie leidt tot betere zorg. Discussiepunten zijn: moeten er twee of drie centra overblijven, en welke? Daarover zal een keer een knoop moeten worden doorgehakt. Voor de centra zelf, die dan weten of ze er wel of niet in moeten blijven investeren. En voor de kinderen en hun ouders, die dan duidelijkheid krijgen. Want dat zie je ook in de reacties van de ouders: hoe sterk de band met hun ziekenhuis en de behandelaars is.

Of er nu twee of drie centra komen, een blik op de kaart volstaat om te constateren dat je die niet evenwichtig over heel Nederland kunt spreiden. Voor velen blijven de reisafstanden groot, zoals dat met de huidige vijf centra ook al zo is. Misschien is dat niet zo erg als, zoals minister Kuipers stelt, een groot deel van de zorg in het eigen ziekenhuis kan worden geboden en de kinderen alleen voor operaties naar Utrecht of Rotterdam hoeven. In dat geval kan de vertrouwensband met de eigen kindercardioloog in stand blijven.

Voor de superspecialistische centra telt dan bovenal de kwaliteit van de ingewikkelde operaties. Voor alle topklinische zorg geldt: dat lukt beter als je het vaker doet, in minder centra.

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden