Column

Bestaat het eigenlijk nog, dat woord ‘rooms’?

Beeld Trouw

Een herfstige dag met Luther-liederen op de radio, Luther-stukken in de krant en een Luther–film op televisie. 

Ik neurie mee met ‘Een vaste burcht’ en blader door een oud album met jeugdfoto’s: ergens moet ik nog een afbeelding hebben van mezelf met een poging tot aflaat-satire. Zittend op een po, een knuffelbeer onder mijn arm en een tekst op schoot: ‘Zodra ’t drolletje in het potje klinkt, het zieltje in de hemel springt’.

Wat die beer ermee te maken had, weet ik niet, het is sowieso allemaal puberale flauwigheid, maar wat moet je anders als je 14 jaar oud bent en opgroeit binnen de hoge muren van het vrijgemaakt-gereformeerde getto? 

Niet-ingewijden zullen niet weten wat hier op de korrel werd genomen; de rooms-katholieke handel in ‘aflaten’, om de zielen een duwtje te geven van het vagevuur naar de hemel. Maar voor ons was dat gesneden koek, de gebeurtenissen uit 1517 lagen nog vers in ons geheugen en alles wat rooms was wierpen we verre van ons. De paapse mis was een vervloekte afgoderij, die formulering hadden we uit ons hoofd moeten leren, en met de kinderen van het roomse gezin uit de straat wisselden we geen woord, dat sprak vanzelf.

Rooms

Bestaat het eigenlijk nog, dat woord ‘rooms’? Ik hoor anderen en mezelf wel ‘katholiek’ zeggen, maar nooit ‘rooms’, of het moet met Reviaanse ironie zijn. Is het omdat de kerken van de Reformatie zelf steeds katholieker worden en willen zij met het gebruik van die term (die tenslotte ‘algemeen’ betekent) laten zien hoe dicht ze bij hun, uh, roomse ­­medegelovigen staan?

Ik weet dat er katholieken zijn die ervan gruwen dat de protestantse kerken op hen beginnen te lijken door afscheid te nemen van de alleenheerschappij van het woord, al dan niet met hoofdletter, en ruimte te geven aan de schoonheid van de liturgie, maar zelf juich ik dat alleen maar toe.

Natuurlijk kan er niets tippen aan het origineel, liefst uitgevoerd in een fatsoenlijke kathedraal, maar waarom zouden we de protestanten de ervaring van eeuwenoude vormen misgunnen? Wellicht komen ze daarmee ooit zelfs in de buurt van het mysterie dat het geloof schijnt te zijn, zoals katholieken altijd al wisten. Of zoals ik over God las in het literaire tijdschrift Liter: ‘Hij bestaat bijna niet en bijna wel’. Een citaat van Johan Goud, remonstrants theoloog.

Aan de rechterzijde van de orthodoxie, onder refo’s en evangelischen, bestaat nog wel de nodige argwaan jegens Rome, maar mijn indruk is dat men zelfs daar niet meer meteen over de Antichrist ­begint als de paus ter sprake komt. Nee, voor de schrille toon van het eigen heilige gelijk moeten we tegenwoordig eerder bij de nieuwe atheïsten zijn. Regisseur Peter Greenaway, die Luther in Trouw reduceerde tot ‘arrogante opportunist’. ­Evolutiebioloog Richard Dawkins, die geloven in de Volkskrant ‘lui en laf’ noemde: ‘Omdat je de ­twijfel uitsluit die bij nieuwsgierigheid hoort’.

Welkom in de zestiende eeuw, heren.

Lees ook: Regisseur Peter Greenaway: Luther was een arrogante opportunist

Lees hier alle columns van Stevo Akkerman

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden