null

OpinieRechtspraak

Bescherm de burger: laat de rechter wetten toetsen aan de Grondwet

Beeld Trouw

Nederlandse rechters mogen niet toetsen of wetten in overeenstemming zijn met de Grondwet. Nu de roep om institutionele hervormingen luid klinkt, is de tijd rijp om dit toetsingsverbod te laten sneuvelen, vindt Max Vetzo, promovendus constitutioneel recht aan de Universiteit Utrecht.

Er is wat aan de hand als zelfs premier Rutte ‘radicale ideeën’ heeft over de toekomst van het staatsbestel. Na de toeslagenaffaire en het ‘functie elders’-fiasco gaat de kabinetsformatie meer dan ooit over grote institutionele hervormingen. Een van de mogelijke veranderingen betreft afschaffing van het verbod van constitutionele toetsing. Rechters in Nederland mogen veel, maar hebben niet de bevoegdheid te toetsen of wetten in overeenstemming zijn met onze Grondwet. Dat staat in artikel 120 van diezelfde Grondwet.

Dat toetsingsverbod is al decennialang een heet staatsrechtelijk hangijzer. Alle argumenten voor en tegen zijn nagenoeg wel uitgewisseld.

Het aantal staatsrechtgeleerden dat pleit voor behoud van het toetsingsverbod lijkt af te nemen. Afschaffing kan in ieder geval weinig kwaad, zo lijkt de stemming. De rechter mag immers wel beoordelen of wetten in lijn zijn met internationale verdragen en het recht van de EU. Is het dan niet gek, zo luidt de terechte retorische vraag, dat de rechter niet mag bezien of een wet in lijn is met onze eigen Grondwet?

Toetsing biedt de burger extra bescherming

Door constitutionele toetsing zou de maatschappelijke relevantie van de Grondwet kunnen toenemen. Het vormt bovendien een aanvullende rechtsstatelijke waarborg. Toetsing biedt de burger extra bescherming tegen de wil van de parlementaire meerderheid. Ook in Nederland is dat soms nodig, blijkt wel uit de toeslagenkwestie. Het toets­ingsverbod bemoeilijkte daarin het corrigeren van onrechtvaardige wetten, zo gaf de rechter zelf aan.

De politiek bleek eerder niet vatbaar voor die argumenten. De meest concrete poging om het toetsingsverbod van tafel te krijgen, kwam van voormalig Tweede Kamerlid Femke Halsema. Haar wetsvoorstel lag meer dan vijftien jaar ter bespreking voor in het parlement, maar haalde de eindstreep niet.

Ook een recente aanbeveling van de staatscommissie parlementair stelsel om constitutionele toetsing in te voeren heeft het kabinet niet overgenomen. Tot voor kort leek het veranderen van de status quo dan ook een onbegaanbare weg.

Sterker nog: na het Urgenda-arrest van de Hoge Raad ging de discussie vooral over inperking van de macht van de rechter. Het toekennen van extra bevoegdheden aan de rechter verhoudt zich daartoe maar slecht.

Het Haagse tij is gekeerd. Tegenmacht is nu het centrale begrip. Er is daarmee uniek politiek momentum ontstaan voor institutionele verandering. Ook voor afschaffing van het toetsingsverbod. Tot voor kort was dat geen centraal thema bij het vormen van een nieuwe regering.

Dat is nu anders, zo blijkt uit de eerste ronde gesprekken die informateur Tjeenk Willink voerde. Zowel CDA-fractievoorzitter Hoekstra als D66-leider Kaag gaf aan dat constitutionele toetsing een onderwerp van belang is. En in een brief aan de informateur schreef ook de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, dat het toetsingsverbod zou moeten worden opgeheven.

Het is geen wondermiddel, noch een bliksemafleider

Belangrijke hobbel: voor afschaffing van het toetsingsverbod moet de Grondwet worden gewijzigd. Dat is een lang en slepend proces. Het is maar zeer de vraag of de veranderingsdrang over een paar maanden, laat staan over een paar jaar, nog steeds aanwezig is.

Dat betekent niet dat een nieuw kabinet geen poging moet wagen. Het zou afschaffing van toetsingsverbod op zijn minst weer op de parlementaire agenda moeten plaatsen.

Niet als wondermiddel voor alles wat er mis is aan ons staatsbestel of als bliksemafleider voor andere (grondwets)hervormingen. Wel als een van de manieren om rechtsstatelijke tegenmacht te organiseren en als een eerste stap om de Grondwet relevanter te maken.

Als het zelfs in de huidige politieke omstandigheden niet lukt om de discussie daarover opnieuw op gang te brengen, dan rest vooral één vraag: wanneer dan wel?

Lees ook:

De Raad van State beschermt de macht en maakt daarmee burgers weerloos tegen de overheid

Er is iets grondig mis met de rechtsbescherming in ons land, en met name de Raad van State. Dit ‘koekoeksjong’ moet snel uit zijn zelf gebouwde nest worden gestoten, aldus Pepijn van Houwelingen, lid van het Burgercomité-EU, en Twan Tak, emeritus hoogleraar staatsrecht te Maastricht.

Onze ooit zo degelijke overheid is algeheel verslonsd

De expertise in de nieuwe Tweede Kamer is afgenomen door versplintering van het politieke landschap, constateren Jo Ritzen, oud-minister van OCW, en Joop van den Berg, oud-lid Eerste Kamer. In een complexe tijd die om aangescherpte deskundigheid vraagt, zouden verwante Kamerfracties hun deskundigheid daarom moeten bundelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden