Opinie

Beschaving gaat niet per wet

Gerard Reve in 1968 bij de rechtbank in Amsterdam. Beeld Jacques Klok

Het schrappen van het verbod op godslastering is geen wraak op christenen, zoals Goslinga schrijft. Er wordt slechts een eind gemaakt aan hun voorkeursbehandeling.


In een hobbelig betoog, 'D66 en SP zijn helemaal van God los' (Trouw, 2 december), beweert Hans Goslinga dat D66 en SP een 'culturele zuivering' van de christelijke restanten in de Nederlandse samenleving nastreven. Goslinga maakt een wezenlijke fout door samenleving en rechtsstaat door elkaar te gooien. Het voorstel van D66 en SP om het verbod op godslastering af te schaffen gaat uit van een neutrale overheid, die de basis is voor een heterogene samenleving.

Uiteraard gebruikt de Trouw-columnist de stijlfiguur van overdrijving en daar heeft hij volgens D66 alle recht op. Vrijheid van meningsuiting is immers het tweede vertrekpunt van ons voorstel. Wie zich door het artikel van Goslinga of door mijn woorden beledigd voelt, zal voortaan dankzij het D66-wetsvoorstel op rechtsgelijkheid kunnen rekenen.

Neutraal
Aan het voorstel om godslastering te schrappen liggen een principieel en een praktisch argument ten grondslag. Principieel: de staat is neutraal en de wet ook. Wat D66 betreft moet de overheid geen exclusieve rechten of plichten geven aan mensen op basis van wat zij al dan niet geloven. Wetsartikelen die aparte bescherming bieden aan (bepaalde) opvattingen passen niet in de idee van gelijke behandeling van iedereen. Of je nu een christen, moslim, boeddhist, ietsist, agnost of atheïst beledigt, moet voor de wet niet uitmaken. Daarboven zijn kwetsen en beledigen wat D66 betreft geen redenen om de vrijheid van meningsuiting in te perken.

Naast dit principiële punt is er nog een praktisch punt. Niet het voornaamste, zoals Goslinga beweert, wel een belangrijke. Sinds het 'Ezelproces' van 1968 (tegen Gerard Reve, red.) is het artikel over godslastering 'slapende'. Het artikel lijkt daarmee onschadelijk. Waarom zou iemand zich er dan druk om maken?

Omdat de werkelijkheid anders is. Als het er echt toe doet, is er altijd de dreiging van dit lasterlijke artikel. Zoals in 2004. Mohammed B. ontnam Theo van Gogh op brute wijze het leven vanwege diens kritiek op de islam. Toenmalig minister van justitie Piet Hein Donner was er als de kippen bij om de door zijn grootvader ingestelde artikelen rondom godslastering in ere te herstellen. Niet om vrijdenkers zoals Van Gogh te beschermen, maar om te voorkomen dat religieuze mensen gekwetst worden. De omgekeerde wereld dus!

Voorkeursbehandeling
De huidige situatie, waarin smalende godslastering nog strafbaar is in Nederland, is volgens D66 onwenselijk. Gelovigen krijgen een voorkeursbehandeling boven niet-gelovigen als hun gevoelens worden gekrenkt. Dit staats haaks op een neutrale staat die de rechten van al zijn burgers op gelijke wijze dient te garanderen.

De wet kent al adequate bepalingen tegen ongewenste uitsluiting van gelovigen, tegen haatzaaien en het voorkomen van het verstoren van de openbare orde. Deze artikelen garanderen dat iedereen zich in Nederland veilig en vrij kan voelen, ongeacht (on)geloof. Daarnaast bieden het maatschappelijke en politieke debat altijd ruimte om kwetsende en smadelijke uitingen van repliek te dienen.

Dit betekent niet dat het schrappen van 'godslastering' een vrijbrief is om gelovigen lukraak te beledigen, zoals Goslinga lijkt te beweren. Het is juist een teken van beschaving om rekening te houden met andersdenkenden. Tolerantie vraagt om zelfbeheersing en inlevingsvermogen. Maar de omgang met andere mensen hoeft van D66 niet per wet te worden geregeld. Het strafrecht moet geen geloofsovertuigingsrecht zijn. Het past om rekening met elkaar te houden, maar de rechter moet hierin geen rol spelen. Of zoals voormalig Eerste Kamerlid voor het CDA, Henk Woldring, het ooit treffend stelde: beschaving dwing je niet af per wet.

Tot slot wil ik een hardnekkige misvatting rechtzetten. Goslinga verwijt D66 een anti-christelijke houding, vergelijkbaar met het anti-islamisme van de PVV. Dat snijdt diep, maar is gelukkig onzin. Eerder dit jaar sprak ik op het jaarlijkse congres van SGP-jongeren. Daar heb ik de rol van religie in de samenleving omarmd, betoogd hoe waardevol die kan zijn, en mijn waardering uitgesproken voor al die gelovigen die al eeuwen hun steentje bijdragen aan de zorg voor minderbedeelden. Geloof kan mensen verbinden, rust en zin geven. Het is voor veel mensen een realiteit, in hun hoofd én in hun hart. Ik gun iedereen zijn of haar eigen overtuiging. Ook binnen onze fractie en onder de D66 leden bevinden zich vele gelovigen. Ook zij weten en omarmen dat D66 niet anti-religie is, maar wel voor een neutrale overheid.

 
D66 zou een anti-christelijke partij zijn. Onzin.
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden