Opinie Nederlands-Indië

Beschamend dat de Staat geen verantwoordelijkheid neemt voor oorlogsmisdaden in Nederlands-Indië

Het is beschamend dat de Staat steeds in hoger beroep gaat en zo de verantwoordelijkheid voor de oorlogsmisdaden in Nederlands-Indië afwijst, betoogt historicus Tineke Bennema. 

Hoe vaak moet je rechtszaken verliezen op dezelfde gronden? Ik tel er een zevental inzake het dossier Nederlands-Indië. Dinsdag 1 oktober is er weer een bijgekomen: het gerechtshof in Den Haag oordeelde dat oorlogsmisdaden van Nederlandse militairen in Nederlands-Indië in de periode 1945-1949 niet zijn verjaard. Kinderen van standrechtelijk ge-executeerde mannen uit Zuid-Sulawesi zijn wederom in het gelijk gesteld.

Verjaring is de rode draad die door alle rechtszaken loopt die sinds 2011 zijn aangespannen door het Comité Nederlandse Ereschulden van Jeffry Pondaag, bijgestaan door advocate Liesbeth Zegveld. En die ze allemaal wonnen. Er ontstond een patroon: de Staat verloor, ging in hoger beroep, traineerde, en bracht telkens verjaring naar voren bij de verdediging. Op hun beurt wezen zowel de rechtbank als het hof die claim stelselmatig af. Ook nu was het hof glashelder en oordeelde snoeihard dat Vrouwe Justitia’s balans zwaarder weegt aan de kant van oorlogsgeweld dan die van verjaring: ‘vooral de buitengewone ernst en de grote mate van verwijtbaarheid van het gebruikte geweld’ staan het beroep op verjaring in de weg. Zal dit nu de laatste zaak zijn?

De eerste zaak betrof het dorp Rawagede op Java: in het historische vonnis in 2011 stelde de rechtbank Nederland aansprakelijk voor het bloedbad in Rawagede waarbij honderden mannen standrechtelijk werden geëxecuteerd. De vrouwen die de zaak aanspanden kregen recht op schadevergoeding.

Afgang en vernedering van de Staat

In 2013 eisten weduwen én kinderen van geëxecuteerde mannen, nu uit Zuid-Sulawesi, genoegdoening. De rechtbank vonniste in 2015 in het voordeel van zowel de weduwen als de kinderen en Nederland ging in hoger beroep tegen het vonnis voor de kinderen. Ons land talmde met uitbetaling van de vergoeding aan deze weduwen. Het Comité spande voor de vrouwen weer een rechtszaak aan, die het won.

In andere zaken dagvaardden in 2015 mevrouw Tremini en de heer Yaseman de Staat voor zaken van verkrachting en marteling. De rechtbank stelde Nederland aansprakelijk, waarop wederom hoger beroep volgde. Ook daarin kregen beide Indonesiërs gelijk. Tremini ontving een schadevergoeding, maar van Yaseman eiste de Staat meer bewijs. Tijdens het proces, in 2017, overleed hij. Ondertussen opperde Zegveld een collectieve schadevergoedingsregeling, maar ook die wees de Staat af.

En zie, deze maand stelde het hof in hoger beroep de kinderen uit Zuid-Sulawesi in het gelijk. Tevens dienden de nabestaanden van Yaseman een vergoeding te krijgen. Het is bitter dat hij zijn genoegdoening niet meer heeft mogen meemaken doordat de Staat hoopte dat met het verdwijnen van een generatie oorlogsslachtoffers de oorlogsmisdaden in de doofpot konden worden gestopt. En er geen uitkeringen hoefden te worden uitbetaald.

Al bijna een decennium duurt deze afgang en vernedering van de Staat en de lijdensweg voor betrokkenen. De rechtszaken van de eisers werden steeds diverser en breidden zich uit van een aanklacht van weduwen van een dorp, naar kinderen en nabestaanden en ten slotte tot individuele Indonesiërs die aan geweld blootgesteld werden. De procesgang is het gevolg van het uitblijven van een collectieve regeling door de politiek. Van het uitblijven van erkenning van verantwoordelijkheid. Van het uitblijven van erkenning aan nationale schuld. Nu vrouwen en kinderen van geëxecuteerden en de overlevenden die zijn gemarteld en verkracht allemaal aan de goede kant van de geschiedenis blijken te staan, zou de Staat bij zichzelf te rade moeten gaan of een collectieve regeling niet beter is. Nederland kan nog iets goedmaken aan de kleine groep nabestaanden en getuigen.

Lees ook:

Rechter: Schade geweld Nederlands-Indië niet verjaard

Nederland kan zich niet beroepen op verjaring bij de schade die Nederlandse militairen hebben veroorzaakt door geweld en executies in voormalig Nederlands-Indië.

Nederland moet schadevergoeding betalen voor marteling in 1947

De Nederlandse staat moet de Indonesiër Yaseman een schadevergoeding betalen van 5000 euro. Volgens de rechtbank in Den Haag is er genoeg bewijs dat de man in 1947 tijdens gevangenschap door Nederlandse militairen is geslagen met een houten stok en dat er sigaretten op zijn lichaam zijn uitgedrukt. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden