Column

Ben ik veel opgeschoten sinds ik afscheid van God nam?

Beeld Trouw

Als een naaste overlijdt, troosten we ons met de gedachte dat hij in de hemel met oma wordt herenigd. Terwijl we weten dat het niet zo is.” Deze woorden van de onlangs overleden theoloog Harry Kuitert zijn voor mij even significant als zijn fameuze “Al het spreken over boven komt van beneden.” 

Hoe troosteloos ook de gedachte dat mijn geliefde oma Carmen niet op me staat te wachten in een paradijs dat niet bestaat. Het zij zo. Maar ben ik dan zo veel opgeschoten sinds ik tijdens mijn adolescentie afscheid van God nam?

Als ik het laatste jaar overzie, moet ik toegeven dat er een mysterieuze toenadering in gang is gezet tussen deze atheïst en het geloof van zijn jeugd. Allereerst woonde ik met Kerst de nachtmis bij in een Italiaanse kerk. Ik filmde de dienst en zette zelfs een fragment op Facebook. Vervolgens ben ik een paar keer een kaars in een kapelletje gaan branden. Maar belangrijker: sinds een half jaar draag ik een kruisje om mijn nek. 

Zie hier misschien de terugkeer met hangende pootjes van de verloren zoon? Niet echt. ‘Noch God noch meester’ blijft het devies, maar met mate. Wel is mijn behoefte aan rituelen, symboliek en vrijage met mijn cultuur van oorsprong groeiende. Nu moet je met die term tegenwoordig voorzichtig zijn. Van cultuurimperialisme tot cultuurmarxisme zijn de valkuilen talrijk. Maar toch besef ik steeds vaker dat ik niets anders kan zijn dan wat ik altijd geweest ben: een cultuurchristen, en zelfs een cultuurkatholiek. En nu kan ik zeggen dat ik geneigd ben – om predikant Klaas Hendrikse te parafraseren – weer in een religie te geloven van een God die niet bestaat. Geen probleem. Die Kerstnachtdienst bracht een warm gevoel van lang geleden terug, de aangestoken kaarsen waren een plechtig gebaar van respect voor een duizend jaar bestaand ritueel en door het dragen van een kruis, voor het eerst in mijn volwassen leven, stelde ik een activistische daad in de persoonlijke sfeer, op een moment dat dit cruciale object vertrapt, beschimpt of bestreden wordt.

Als je tegenwoordig het in je hoofd haalt om aan de joods-christelijke cultuur te refereren, dat wil zeggen de cultuur waarin ik ben opgegroeid en die ons omringt, ben je haast een misdadiger. Zie maar wat voor bagger dezer dagen over CDA-leider Buma wordt gekiept.

Bovendien weet ik nu hoe dor en kil de steppen van het atheïsme zijn: geen lol aan te beleven om keer op keer in de fitnessruimte van je ratio te gaan zweten. Of je moet het opwindend vinden om het boek ‘Atheïstisch manifest & de onredelijkheid van religie’ van Philipse op je nachtkastje te hebben liggen? En zelfs in de Amsterdamse Kerk voor atheïsten (ja, die bestaat echt en heeft 848 leden), die dienst houdt in een voormalig restaurant, beginnen ze hun hoogmis altijd met een bijbelverhaal. Volgens initiatiefnemer Gerko Tempelman (!) omdat: “Die verhalen hebben onze cultuur gevormd tot wat deze is”. Alweer die vermaledijde joods-christelijke cultuur, die als een pleister aan onze identiteit blijft plakken!

Lees hier meer columns van Ephimenco.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden