null Beeld Trouw
Beeld Trouw

OpinieColumn

Bedrijven lopen eindelijk warm voor klimaat, dankzij een belastingprikkel

Deze krant berichtte vorige week over een belangrijke enquête onder ondernemers. Daaruit bleek dat bijna alle ondernemers het eens zijn met een verschuiving van belastingheffing van arbeid naar vervuiling en verbruik. Oftewel van de productiefactor arbeid naar grondstoffen en afval. Ik vond het verrassend dat deze fiscale verschuiving, die al decennia bepleit wordt door ecologische economen en groene politici, nu zo breed gedeeld wordt door ondernemers.

Ook bleek vorige week dat er statiegeld komt op blikjes, omdat het de verpakkingsindustrie niet gelukt is om het zwerfafval te verminderen, terwijl ze daar jaren de tijd voor heeft gekregen. Ze lijkt het er, schoorvoetend, mee eens te zijn. En zo blijkt ondernemend Nederland langzaam maar zeker zijn verantwoordelijkheid te nemen voor zijn aandeel in de achteruitgang van milieu en klimaat.

Dat is goed nieuws. Tot nu toe leek het er vooral op dat de consument de lasten moest dragen. Flinke kosten voor het gasloos maken van de woning met een warmtepomp, isolatie en zonnepanelen en meer betalen voor duurzame producten en hogere uitgaven voor vliegvakanties.

De economische logica

Hoe zou het komen dat er nu opeens zo’n groot draagvlak bij bedrijven lijkt te ontstaan? Dat zou wel eens te maken kunnen hebben met puur economische logica. Ten eerste de metafoor van de natuur als natuurlijk kapitaal, waarin we moeten investeren om er ook in de toekomst rendement van te kunnen hebben. Ik ben geen fan van zulk instrumenteel denken over moeder aarde, maar als de metafoor helpt voor de transitie naar een duurzame economie hoor je mij niet klagen.

Ten tweede het aloude concept van negatieve externaliteiten van markthandelen. Dat betekent dat er kosten zijn die marktpartijen niet zelf betalen, maar die ze afwentelen op derden. In dit geval op het milieu. Iedere economiestudent leert dit in het eerste jaar onder het kopje marktfalen. Natuurlijk faalt de markt als een deel van de kosten niet in de prijs verwerkt zit, zoals bij het zwerfafval van blikjes.

Een oplossing, zo leren de studenten, ligt in een heffing waarmee de kosten gedekt kunnen worden en het negatieve gedrag vermindert. De 15 cent statiegeld zal, naar verwachting, een groot deel van het blikken zwerfafval verminderen.

Onder de streep is het een aantrekkelijke deal

Het concept van marktfalen kennen alle ondernemers. Maar ze lopen er nu pas warm voor, vermoed ik, omdat ze inzien dat er ook een opbrengstenkant aan de fiscale verschuiving zit, namelijk het goedkoper worden van arbeid. En met de krappe arbeidsmarkt van voor de coronacrisis nog fris in het geheugen, is het voor ondernemers best aantrekkelijk als arbeid goedkoper wordt.

Bovendien hangt de dreiging boven hun hoofd dat ze flink moeten betalen voor allerlei soorten milieukosten zonder dat ze het voordeel hebben van goedkopere arbeid – zie de invoering van de blikjestax.

Het beprijzen van negatieve externaliteiten is dus geen nieuw idee, maar de combinatie met lagere arbeidskosten helpt de acceptatie. We hebben er wel een flinke investering in de Belastingdienst voor nodig. Zowel in expertise als in menskracht en menselijkheid. Leuker kunnen we de fiscale verschuiving niet maken, maar wel effectief en rechtvaardig.

Irene van Staveren is hoogleraar ontwikkelingseconomie aan de Erasmus Universiteit. Voor Trouw schrijft ze om de week een column over economie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden