Opinie Sportnationaliteit

Atleten moeten vaker kunnen kiezen voor welk land ze willen uitkomen

Laat alle profsporters elke twee of vier jaar kiezen voor welk land ze willen uitkomen, bepleit Gijsbert Oonk, Hoogleraar EU studies aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

De jonge en talentvolle voetballers Mohamed Amine Ihattaren en ­Sergiño Gianni Dest staan momenteel in het middelpunt van de belangstelling. Niet hun voetbaltalent staat centraal, maar de vraag voor welk nationaal elftal zij gaan spelen. Ihattaren kan kiezen of hij voor het Nederlands elftal wil spelen of voor het Marokkaanse team. Dest heeft de keuze tussen de ploegen van Nederland en Amerika. Beide spelers zijn in Nederland geboren en hebben in Nederland hun voetbalopleiding gehad. Maar volgens de huidige regels kunnen ze ook kiezen voor het land van een van hun ouders. Dit betekent dat jonge spelers moeten navigeren tussen familie, ­zakenbelangen en concurrerende nationale bonden, die allen hun best doen om deze talenten aan zich te binden.

Wanneer de keuze eenmaal is ­gemaakt, mogen ze niet meer veranderen van nationaal elftal. Deze loyaliteitstest – de onherroepelijke keuze voor een land – is een overblijfsel uit de negentiende eeuw toen het idee van nationale staten gestalte begon te krijgen. Maar dat beeld past niet meer in een geglobaliseerde wereld. Het is tijd voor een sportpaspoort, zodat jonge spelers en atleten niet meer gedwongen worden om een keuze te maken.

Makkelijk switchen

Met een sportpaspoort kunnen atleten zich binden aan een nationaal team of sportbond. Dat betekent dat ze iedere twee of vier jaar mogen wisselen van sportnationaliteit. Het is geen reisdocument, het geeft geen stemrecht of ­andere burgerrechten. Het is alleen ­bedoeld om de sportnationaliteit van atleten te administreren. Het zou fair zijn wanneer ook atleten die nu officieel geen recht hebben op een dubbele of meervoudige nationaliteit ook ­gebruik kunnen maken van een sportpaspoort.

Het grote voordeel van een sportpaspoort is dat jonge talenten kunnen switchen wanneer dat beter past in hun sportieve carrière. De keuze is dan niet definitief.

Een veelgehoord bezwaar is dat je niet van nationaliteit zou mogen switchen, omdat je alleen maar loyaal kunt zijn aan één land. Maar waarom eigenlijk? In de middeleeuwen was je loyaal aan een heer. In de twintigste eeuw kon je nog zeggen dat je loyaal was aan een land. Als man moest je ten slotte nog lange tijd ook verplicht in het leger dienen. Maar in ons huidige tijdsgewricht is dat niet meer aan de orde.

Olympische Spelen

Het argument dat het een ‘eer’ is om voor een land uit komen is middeleeuws. Van eer kun je niet leven, vraag dat maar aan de voetbaldames en olympische atleten van minder bedeelde sporten, zoals schoonspringen en gymnastiek. Sommige opiniemakers vrezen dat spelers en atleten vooral gaan spelen voor staten die het meest betalen. Dan zouden we een soort Champions League of Nations krijgen. De vraag is of dat erg is, maar wat veel belangrijker is: de data laten zien dat dit wel meevalt. Op de Olympische Spelen mogen spelers binnen de huidige regels wisselen van nationaliteit. Wij kennen in Nederland de schaatsbelg Veldkamp nog wel. Uit ons onderzoeksproject ‘Sport and Nation’ op de School voor geschiedenis , cultuur en communicatie van de Erasmus Universiteit blijkt dat er sinds de jaren zestig van de vorige eeuw geen noemenswaardige toename is van het aantal olympische atleten dat een switch heeft gemaakt om voor het ene dan wel het andere land uit te ­komen.

Max Verstappen

Verreweg de meeste atleten vertegenwoordigen het land waarin ze zijn geboren. Over individuele gevallen wordt wel steeds gedebatteerd. Wanneer atleten voor ‘ons’ kiezen is er meestal geen debat en vinden ‘we’ dat vanzelfsprekend, maar wanneer ze niet voor ons kiezen, dan zijn ze ineens niet loyaal. De moeder van Max Verstappen is Vlaams. Hij is geboren en getogen in Hasselt en hij heeft nog geen minuut in Nederland gewoond. Dat hij voor België had moeten kiezen, hoor ik de voorstanders van de loyaliteitstest niet ­zeggen.

Met een sportpaspoort bevrijden we jonge atleten van een onomkeerbare keuze in hun sportieve ontwikkeling. En dan kiest Hakim Ziyech voor het volgende WK voetbal misschien wel voor Nederland.

Lees ook:

Laat voetballers van nationaal elftal wisselen

Vreemd toch, dat voetballers met twee nationaliteiten maar voor één land kunnen uitkomen, stelt Gijs van Campenhout.

Als een ander land je wel olympische kansen biedt

De Nederlandse top halen is niet velen gegeven. Als je dan toch van de Olympische Spelen droomt, is uitkomen voor een ander land soms een prettige optie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden