Arts mag weigeren maar moet wel doorverwijzen

Hulp bij zelfdoding wordt bestraft maar arts die hulp weigerde, was ook fout.

De 72-jarige Gerard Schellekens is veroordeeld tot tien maanden cel, waarvan acht voorwaardelijk, omdat hij als voorzitter van de Stichting Vrijwillig Leven hulp bij zelfdoding heeft verleend aan een 80-jarige vrouw die al vijftien jaar aan Parkinson leed. De stichting zelf is ook schuldig en moet een boete betalen van 5000 euro, en een voorwaardelijke boete van 20.000 euro.

Bij deze zaak is een aspect onderbelicht gebleven. De vrouw voldeed aan alle criteria die de wet stelt bij euthanasie. Zij had vrijwillig en weloverwogen een verzoek ingediend, er was sprake van uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Ze leed aan Parkinson, had vergroeide botten, was aan bed gekluisterd, kon alleen nog drinken met een rietje en volhardde al ruim een jaar in haar wens om te sterven.

Toch weigerden het verpleeghuis en de verpleeghuisarts haar euthanasie. Eveneens wilden ze haar niet doorverwijzen naar een arts die haar hier wel bij wilde helpen. Schellekens is gestraft voor onwettelijk handelen. De rechtbank betoogt dat hij als niet-arts zijn boekje te buiten is gegaan. Hooguit in noodsituaties mogen niet-artsen hulp bij zelfdoding verlenen.

Maar waar is de straf voor het verpleeghuis of de verpleeghuisarts die ook hun wettelijke plicht niet nakwamen?

Euthanasie en hulp bij zelfdoding zijn niet normaal medisch handelen, wat in de praktijk betekent dat artsen niet wettelijk verplicht zijn deze hulp ook te bieden. Het betekent eveneens dat euthanasie en hulp bij zelfdoding geen rechten zijn waar een burger zich op kan beroepen.

Het verlenen van euthanasie of hulp bij zelfdoding zijn emotioneel zeer belastende medische handelingen, die een arts met recht mag weigeren. Artsen die weigeren zijn echter wettelijk verplicht de patiënt door te verwijzen naar een arts die wel bereid is euthanasie of hulp bij zelfdoding te bieden.

Deze verwijsplicht is op 23 november 2000 behandeld in de Tweede Kamer. Bij monde van Van der Vlies stelde de SGP aan de toenmalige ministers van justitie en volksgezondheid de vraag of een gewetensbezwaarde arts bij een verzoek om euthanasie de plicht heeft door te verwijzen naar een andere arts.

In eerste instantie antwoordde minister Borst dat de arts in zijn rol als hulpverlener inderdaad een verwijsplicht heeft. Maar toen duidelijk werd dat het punt van de verwijsplicht zo zwaar lag dat de euthanasiewet hierover zou kunnen struikelen, werd een compromis gevonden: als een patiënt, om welke reden dan ook, niet in staat is zelf een andere arts te vinden, moet de arts een vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld een geestelijk leidsman of een andere arts) van de patiënt inlichten over de bereikte patstelling met het verzoek de patiënt verder te begeleiden naar een oplossing. Op de vraag van Van der Vlies of ’wij de verwijsplicht zo mogen verstaan’, antwoordde Borst: ’Die mogen wij zo verstaan.’

Dat is klare taal van een minister tijdens de behandeling van een wet in de Kamer. En in Nederland geldt dat een wetsbehandeling in de Kamer en de daaruit getrokken conclusies deel uitmaken van de wet.

Dan is in deze zaak maar één conclusie mogelijk: de verpleeghuisarts had wettelijk de plicht de patiënt te helpen om een oplossing te vinden voor haar probleem. De weigering van deze arts om dit te doen is dus strafbaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden