Poëzie

Armando’s krachtige slotakkoord

Beeld Trouw

Een klap en daarna stilte. Dat effect kan het beeldend werk van Armando teweegbrengen. Ik ervoer het weer toen ik ergens dit voorjaar in museum ­Voorlinden oog in oog stond met het indrukwekkende zwart, grijs, wit, rood van zijn schilderijen en beelden. Het had een tentoonstelling moeten worden om zijn negentigste verjaardag te vieren, maar Armando overleed in de zomer van 2018.

De kunstenaar – hij schilderde, schreef, bokste, speelde viool – was tot op het laatst bijzonder productief. Na zijn dood bleek er ook een flinke stapel gedichten te zijn, een hele bundel. Klaar om gepubliceerd te worden. ‘Toch’ moest die bundel gaan heten. En die ligt er nu. Poëzie en heel kleine verhalen waarin de uit duizenden herkenbare stem van Armando klinkt.

De gedichten zijn kort, de taal stevig en geladen. Het landschap, de bomen, het gevecht, de vijand, de dood – de thema’s waarvan zijn werk doordrongen is, zijn ook in dit nagelaten werk te herkennen. Al klinkt daarnaast een andere toon, een minder geharde, mildere misschien. Het zijn woorden in het zicht van een einde, gedichten die getuigen van sterfelijkheid. “De tijd is klein geworden. // Het lichaam mocht slechts even leven.”

‘Ik wilde gewoon dood. Dat mag toch.’

De bundel leest als terugblik op eerder werk: het veelvuldig terugkerende schuldige landschap, met bomen als zwijgende getuigen laat de dichter ook nu niet los: “Natuurlijk is de boom gestorven, / moest de boom dan openbaren, / een ­getuigenis afleggen?”

Toch lijken de bomen niet langer onverschillig te willen en kunnen blijven: “De zoom van het brokkelige bos / werd overmand door wroeging / en ging op zoek naar een onschuldige plek.” Het overrompelt, omdat eigenlijk ieder woord raak is en alles – natuur, mens, ding – bij Armando bezield is: “De tijd kwam eindelijk aangerend, / begon meteen te schreeuwen, / en nam de leiding over.”

Dat geldt ook voor de korte, poëtische verhalen in de bundel, kleine scènes met vaak een licht absurde wending: een gevecht waarin beide partijen uitgeput de strijd staken en maar naar huis gaan. Een gevangene die om zijn leven smeekt en een beul die besluit: “Ik begreep er niets van, dus heb ik ’m maar laten gaan.” Het zijn fragmenten die soms herinneren aan ‘Herenleed’, dat Armando samen met Cherry Duyns maakte. Er spreekt verwondering uit, en melancholie: “De geur van de bladeren, de geur van de takken, van het ge­boom- te: heb je daar niet genoeg aan, heb je nog meer nodig?” Maar ook aanvaarding: “Ik wilde gewoon dood. Dat mag toch.” Door het ontbreken van een vraagteken is die laatste regel prachtig dubbelzinnig.

Toch, een woordje als een vuist, dat evengoed twijfel uitdrukt. “En toch draagt de noodzaak”, in deze gedichten zeker. Armando’s taal herbergt gestaalde kwetsbaarheid waardoor zijn poëzie, net als zijn beeldende werk, nog lang nadreunt. Het maakt ‘Toch’ een krachtig slotakkoord bij een imposant oeuvre.

Boom

Natuurlijk, deze boom is dood,
hij heeft geen takken meer,
de korst bederft de schors,
honger sloopt de tong.

De boom besluipt het struikgewas,
over de stam hangen draden,
de houten geur komt tot bezinning.

Natuurlijk is de boom gestorven,
moest de boom dan openbaren,
een getuigenis afleggen?

Armando

Armando
Toch
Atlas Contact; 72 blz.; € 22,99

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze woonde lange tijd op Bonaire waar ze als correspondent werkte. Monna werkte als redacteur Poetry International festival en was initiatiefneemster voor de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze wekelijks over poëzie.Bron:Bijschrift                  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden