column

Antisemitisme kent allerlei gedaantes: links, rechts, christelijk, islamitisch, primitief, intellectueel

Beeld Trouw

Er was een tijd, niet zo lang geleden, dat gesproken werd over de wonderbaarlijke terugkeer van het Joodse leven in Duitsland. 

Zelfs vanuit Israël trokken Joden naar het land waarover de dichter Paul Celan schreef: “De dood is een meester uit Duitsland”. Die woorden stamden uit 1944, en zeventig jaar later hadden jonge Israëliërs heel andere associaties. Voor hen was Berlijn ‘gewoon cool’, meldde Trouw in 2013. De Duitse ambassade in Tel Aviv verstrekte in dat jaar drieduizend Duitse paspoorten aan kleinkinderen van destijds weggevoerde Joden, en die trend was toen al een jaar of vijf gaande.

Hoe de cijfers tegenwoordig liggen, weet ik niet, maar het sentiment lijkt zich te keren. Zaterdag waarschuwde Felix Klein, de Duitse regeringsgezant voor de bestrijding van het antisemitisme, dat Joden in zijn land ‘niet altijd overal’ een keppeltje kunnen dragen. Een pijnlijke constatering, die tegelijkertijd onaanvaardbaar en realistisch is. Onaanvaardbaar omdat geen enkel democratisch land kan tolereren dat mensen niet veilig over straat kunnen vanwege hun religieuze of culturele identiteit. En realistisch omdat dit gewoon toch zo is. Dat bleek vorig jaar al toen een Israëliër, ironisch genoeg van Arabische afkomst, in Berlijn met een keppeltje de straat opging om te laten zien dat dat prima kon. Hij werd belaagd door een groep jongens en geslagen met een riem.

Volgens Klein lijdt Duitsland aan afnemende zelfbeheersing en toenemende onbeschaafdheid. Als het gaat om antisemitisme is extreem-rechts in Duitsland de grote boosdoener: negen van de tien officieel geregistreerde gevallen komen op hun conto. Misschien niet verwonderlijk in een land waar een politicus (Alexander Gauland van de AfD) over de Holocaust spreekt als ‘een vogelpoepje in duizend jaar succesvolle Duitse geschiedenis’. Klein wijst ook op antisemitisme onder migranten, maar in mindere mate, en dat bevalt niet iedereen. Kloppen de cijfers wel, zijn de moslims niet de hoofddaders?

Januskop

Dat is het onverkwikkelijke aan het debat over antisemitisme, ook in Nederland. Iedereen beweert ertegen te zijn en bestempelt zijn tegenpool als de enige echte schuldige. Iets te schematisch uitgedrukt: de populisten zien het als een bijproduct van de ‘massa-immigratie’, hun linkse opponenten wijzen op het bruine karakter van extreem-rechts. En door de politiek van Israël erbij te betrekken, wordt het allemaal nog minder zuiver. Sommige antisemieten misbruiken Israël om hun gram te halen op ‘de Joden’, sommige Israël-liefhebbers misbruiken het label antisemitisme om de Israëlische bezettingspolitiek te vrijwaren van kritiek.

Ik stel voor te erkennen dat antisemitisme een koppig fenomeen is dat in de loop van de geschiedenis allerlei gedaantes heeft gekend, en nog steeds kent. Links, rechts, christelijk, islamitisch, primitief, intellectueel. De Jood is de archetypische Ander, zei de vorig jaar overleden Evelien Gans, oud-hoogleraar hedendaags jodendom. En dus heeft het antisemitisme altijd een januskop, dat maakt het zo moeilijk het recht in het gezicht te kijken.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden